Een zekere vorm van gespletenheid komt startende ondernemers goed van pas. In de eerste fase van hun bedrijf hebben ze heel andere vaardigheden nodig dan in de tweede fase. In het begin doet een ondernemer een beroep op al zijn creativiteit en wendbaarheid om een goed zakenmodel te bedenken voor het idee dat hij heeft. Hij heeft weinig zekerheden waarop hij kan terugvallen en moet veel improviseren en bijsturen. Zodra de koers is uitgezet, heeft hij die vaardigheden minder nodig en moet hij de manager in zich naar boven laten komen. Hij moet stevige structuren en processen bedenken zodat zijn onderneming robuust genoeg wordt om door te groeien, mensen in dienst te nemen en buitenlandse markten te veroveren.
...

Een zekere vorm van gespletenheid komt startende ondernemers goed van pas. In de eerste fase van hun bedrijf hebben ze heel andere vaardigheden nodig dan in de tweede fase. In het begin doet een ondernemer een beroep op al zijn creativiteit en wendbaarheid om een goed zakenmodel te bedenken voor het idee dat hij heeft. Hij heeft weinig zekerheden waarop hij kan terugvallen en moet veel improviseren en bijsturen. Zodra de koers is uitgezet, heeft hij die vaardigheden minder nodig en moet hij de manager in zich naar boven laten komen. Hij moet stevige structuren en processen bedenken zodat zijn onderneming robuust genoeg wordt om door te groeien, mensen in dienst te nemen en buitenlandse markten te veroveren. In het ideale geval beschikt een ondernemer over beide vaardigheden, maar vaak komt de oprichter na een tijdje tot de pijnlijke vaststelling dat hij niet geschikt is om zijn eigen bedrijf te laten doorgroeien omdat hij geen manager is. Jan Lagast is zo'n creatieve ondernemer. Hij vond een vennoot in Herman Demarbaix, die net wel een manager is. "Ik geef een zodanig volle invulling aan wat ondernemerschap is, dat ik van mezelf vind dat ik dat eigenlijk niet ben. Om een ondernemer te worden, moet je heel veel creativiteit en innovativiteit hebben, en dat is bij mij niet het geval." Die opmerking is relevant in het licht van het zakenmodel dat de twee jaar oude Zottegemse cvba Participium heeft ontwikkeld. Het bedrijf is op zoek naar ervaren managers met het profiel van Herman Demarbaix, mensen van boven de 45 die altijd in grote bedrijven hebben gewerkt, maar dat nu beu zijn en in de tweede helft van hun carrière zelf willen ondernemen. Hoe werkt Participium? Jan Lagast bedenkt een zakenidee en richt vanuit Participium een bedrijf op. Dat doet hij samen met een pre-runner, iemand die je een beetje kunt vergelijken met de 'haas' die langeafstandslopers leidt wanneer ze een atletiekrecord aanvallen. "Wij gaan bedrijven bouwen", zegt Jan Lagast. "De pre-runner creëert het bedrijf in bvba-modus en start het op als een lean start-up. Hij zorgt voor de eerste klanten, projecten en diensten. Herman en ik zijn ondertussen met het businessplan bezig en kapitaal aan het zoeken. Als het bedrijf klaar is, wordt de pre-runner vervangen door de ervaren manager, die het bedrijf oppakt en trekt. De pre-runner, steeds dezelfde persoon, kan dan naar het volgende bedrijf dat we opstarten." Die bedrijven kunnen terugvallen op de backoffice bij Participium, die Herman Demarbaix in goede banen leidt. Participium testte die manier van werken eerst uit op Forte, het oude bedrijf van Jan Lagast. Lagast gaf zijn operationele taken in het consultancybedrijf, gespecialiseerd in strategisch advies en marketingdiensten voor bedrijven, op om tijd vrij te maken voor Participium. Herman Demarbaix nam de dagelijkse leiding van Forte op zich om het te doen groeien. Het eerste nieuwe bedrijf onder Participium is FunkyTime, een in 2015 opgericht softwarebedrijf waarmee bedrijven en freelancers onder meer de werktijd kunnen bijhouden. Terwijl het duo Lagast en Demarbaix de financiering voor FunkyTime in orde brengen, liggen hun derde, vierde en vijfde bedrijf al op de tekentafel. Die ondernemingen worden de komende jaren opgestart. Al die bedrijven zullen zich in dezelfde sector begeven. Participium richt zich op schaalbare dienstverleners die dankzij slimme technologie onze manier van werken, leven en wonen veranderen. Voor elk van die firma's zoekt Participium een ervaren manager zoals Herman Demarbaix. "Het is typisch een 45-plusser die uit het bedrijfsleven komt en iets leukers wil doen", zegt Lagast. Het zijn mensen die de vaardigheden van een ondernemer hebben, maar alleen nooit de stap zullen doen (zie kader Kunnen maar niet willen). "Bij ons hoeven ze zich niet zwaar in de schulden te steken", legt Lagast uit. "Er is een backofficemanager - Herman Demarbaix - die de processen runt en er zijn financiers. Ze krijgen de eindverantwoordelijkheid in het bedrijf en worden mede-eigenaar." Lagast en Demarbaix blijven aan boord als bestuurder en mede-eigenaar. Participium verdient geld door aan de bedrijven een vergoeding aan te rekenen voor zijn advies. Het is een profiel dat Herman Demarbaix zelf op het lijf is geschreven. Voor hij vennoot werd bij Participium werkte hij 24 jaar in de petroleumsector. Daar klom hij op tot de top van het bedrijf. Hij stapte toch op omdat hij de gewijzigde mentaliteit beu was, maar ook omdat hij een intellectuele uitdaging nodig had. "Ik werd overmand door het gevoel dat ik niet nog twintig jaar naar de pijpen wou dansen van een aantal mensen van wie ik een aantal vaak strategische uitspraken niet langer logisch vind. Ik ben daar met de glimlach, zonder rancune, weggegaan. Ik was niet tevreden, maar ik was ook niet gefrustreerd. Ik wilde gewoon iets anders doen, iets met structuur, want ik ben niet de persoon om het ei van Columbus uit te vinden." Volgens Lagast en Demarbaix zijn er veel veertigers en vijftigers in grote bedrijven die met hetzelfde ei zitten. Schrik om geen geschikte kandidaten voor hun bedrijven te vinden, hebben ze niet. Maar hoe zit het met de financiering? "We zoeken altijd een mix van mensen met eigen kapitaal en financiele partners zoals investeringsfondsen", zegt Jan Lagast. De eerste investeerders heeft hij al gevonden in zijn en Herman Demarbaixs eigen netwerk. "Wat de investeerders met eigen kapitaal betreft, zoeken we mensen met 100.000 euro of meer. Als je een mix van financiers aan tafel krijgt, heb je een veel constructiever debat. Je vermijdt dat één dominante investeerder morgen beslist het bedrijfje te verkopen aan een of ander fonds om zijn geld eruit te halen." Voor elk bedrijf mikt Participium op een opstartkapitaal van 2 tot 4 miljoen euro. Is het niet een beetje ambitieus meteen zes bedrijven in de steigers te zetten, zonder te weten of het eerste wel slaagt? "Ik heb 25 jaar ervaring als managementadviseur. Ik heb bedrijven na mijn advies zien verdubbelen na een tot twee jaar", zegt Jan Lagast. "Ik weet welke parameters toen bijdroegen tot dat succes." Gevraagd naar het recept voor zo'n snelgroeier laten Lagast en Demarbaix niet te veel in hun kaarten kijken. Cruciale elementen zijn snel naar de markt gaan om te luisteren naar wat de klant wil, het prille zakenmodel snel bijsturen, meteen een stevige organisatie uitbouwen, het verschil tussen tactiek en strategie in de gaten houden en vooral de juiste mensen bij elkaar brengen in het team. "Als dat zo is, zijn de uitgangspunten al goed", zegt Lagast. "Het heeft ook te maken met welk soort businessmodel je kiest. Wij willen bedrijven maken waarvan we denken dat we ze schaalbaar kunnen maken. Maar ik wil met Participium niet twintig Facebook-achtige bedrijven creëren. Een risicokapitaalverstrekker geeft honderd bedrijven startkapitaal en als daar dan één Facebook uitkomt, is hij gered. De rest verdwijnt in de hightechstorm." BENNY DEBRUYNE, FOTOGRAFIE KRIS VAN EXEL"Ik wil met Participium niet twintig Facebookachtige bedrijven creëren" Jan Lagast