Oost-Vlaming Urbain Van Boven werkt al 35 jaar bij Capgemini, waarvan ruim elf jaar als CEO voor België. Hij heeft nog in Autocoder geprogrammeerd op de IBM 1401, een mainframe die volgens Wikipedia hooguit 32 K geheugen had en een processor van 87 kilohertz. De goesting voor informatica kreeg hij van zijn vader, die zich opwerkte van postbode tot bediende in het computercentrum van de Belgische Posterijen. Zijn moeder was tot haar veertigste arbeidster in de textiel en werd toen huisvrouw. Tijdens zijn kandidaturen burgerlijk ingenieur in Gent verleidde het vak numerieke analyse hem tot de informatica. "De passie zat erin. Ik heb er geen minuut spijt van gehad." Valschermspringen doet hij niet meer, maar bij stadsruns staat hij geregeld tussen de oude garde.
...

Oost-Vlaming Urbain Van Boven werkt al 35 jaar bij Capgemini, waarvan ruim elf jaar als CEO voor België. Hij heeft nog in Autocoder geprogrammeerd op de IBM 1401, een mainframe die volgens Wikipedia hooguit 32 K geheugen had en een processor van 87 kilohertz. De goesting voor informatica kreeg hij van zijn vader, die zich opwerkte van postbode tot bediende in het computercentrum van de Belgische Posterijen. Zijn moeder was tot haar veertigste arbeidster in de textiel en werd toen huisvrouw. Tijdens zijn kandidaturen burgerlijk ingenieur in Gent verleidde het vak numerieke analyse hem tot de informatica. "De passie zat erin. Ik heb er geen minuut spijt van gehad." Valschermspringen doet hij niet meer, maar bij stadsruns staat hij geregeld tussen de oude garde. URBAIN VAN BOVEN. "Het aantal vrouwen in onze sector is zeer klein, 10-11 procent (27 procent bij Capgemini Belgium, nvdr). Dat is een probleem. Een hogere ratio aan vrouwen brengt een betere cultuur en een betere mentaliteit. Daarom duw ik in Agoria ICT mee aan de kar om ons vak te promoten bij vrouwen. Ik doe een oproep aan alle studentes: don't be afraid. Dit is echt een boeiend beroep. Natuurlijk is het veeleisend. Je moet flexibel en mobiel zijn. Het is in deze maatschappij nog altijd zo dat de vrouw hoofdzakelijk voor de kinderen zorgt. Maar de meeste bedrijven hebben arbeidsflexibiliteit ingevoerd. Van thuis uit werken, vindt almaar meer ingang. "We moeten de jongste jaren rekening houden met de mentaliteit van de jongere generatie -- of die nu X, Y of Z heet. Zij hechten enorm veel belang aan het evenwicht tussen leven en werk. Dat betekent niet dat ze niet hard willen werken. Ze stellen hun prioriteiten. In functie daarvan proberen ze hun work-life balance te krijgen zoals ze hem willen. Mijn generatie was totaal anders. Je begon te werken en alles moest daarvoor wijken." VAN BOVEN. "Onze sollicitanten deden meestal al een keuzevak of een extra jaar informatica. We volgen ook het Colruyt-model. We laten hen van de techniek proeven en er ervaring mee opdoen. Wij zoeken mensen die willen. Goesting hebben, om het op zijn Vlaams te zeggen. Naargelang je carrière evolueert -- en tegenwoordig gaat dat steeds sneller -- beginnen management- en analytische capaciteiten belangrijk te worden. "In de tijd dat ik als analist-programmeur werkte, ging je naar het hoofd van de facturatiedienst en capteerde je zijn of haar behoeften. Je schreef die uit, ging terug om te vragen of je alles goed had begrepen en een half jaar later kwam je met een toepassing. Nu begin je samen met de gebruiker aan een proof of concept. Je werkt gebruiksgevallen uit en je laat meteen het resultaat zien. Daar heb je veel meer persoonlijke vaardigheden voor nodig." VAN BOVEN. "De gemiddelde leeftijd ligt nu op 33-34 jaar, maar hij daalt. Dat komt omdat we elk jaar proberen 10 procent jonge afgestudeerden binnen te halen, 60, 70, 80 jonge mensen. Ik wil benadrukken dat de kwaliteit van de afgestudeerden goed is. Ik kan niet begrijpen dat iemand daarover zou klagen. Wij werven niet alleen informaticastudenten aan, maar ook economen, psychologen, zelfs af en toe een geoloog. Het gebeurt heel zelden dat die mensen afhaken. Zeker in consulting kan je hier van verschillende industrieën proeven: nutsbedrijven, financiën, fabricage, retail, telecom, logistiek, de openbare sector (Capgemini won onlangs een contract van 16 miljoen bij de humanresourcesafdeling van Defensie, nvdr)." VAN BOVEN. "Wij zien steeds meer mannen die na hun 45ste niet alleen richting 80 procent, maar ook richting 50 procent werken. Soms wordt het moeilijk. Wij hebben daar transparante en open gesprekken over. Sommigen gaan dan ergens anders zoeken, buiten de sector." VAN BOVEN. "In de jaren tachtig en negentig kenden we nog een automatiseringsgolf. We automatiseerden processen die voordien door mensen werden gedaan. Dat kostte altijd arbeidsplaatsen. Nu draait het allemaal rond SMAC: sociale media, mobiel, analytics, big data en cloud. Kostenvermindering is nog altijd een rode draad. "Cloud en SAAS (onlinesoftware, getarifeerd als een abonnement, nvdr.) gaan over rationalisering en het verschuiven van kapitaalinvesteringen naar operationele kosten. Maar daarnaast zijn er de sociale media en analytics. Daar zijn de vragen: hoe kan ik gemakkelijker en sneller inspelen op mijn klanten, hoe kan ik ze beter winnen, hoe kan ik meer service leveren, zodat ik ze kan behouden? "Dat beheerst vandaag onze wereld, vooral in consumentgerichte bedrijven. Wou je vroeger een auto, wasmachine of een stereo kopen, dan ging je naar twee, drie winkels en je las Test-Aankoop. Nu kijk je wat de mensen erover vertellen op fora en sociale media. Ik ken een Europees automerk dat bijna dagelijks alle sociale media en fora afloopt om te kijken wat over hen wordt verteld en wat ze eruit kunnen halen om hun aanbod te verbeteren en hun marketing te verfijnen." VAN BOVEN. "Offshoring naar India bestond al zeer beperkt in de jaren tachtig. De opstoot kwam rond de eeuwwisseling, toen massa's oude Cobol-programma's werden aangepast. Daarvoor had India de capaciteit. Wij hebben een tekort, terwijl er in India honderdduizenden brains per jaar beschikbaar komen. Maar het is ook een zaak van lage kosten geworden. Een groot stuk van ons onderzoek en ontwikkeling zit daarom in India. "In het begin heeft dat bij de Belgische en Europese medewerkers vooral onzekerheid en weerstand opgeroepen: 'die gaan mijn job afpakken'. Gaandeweg is dat geëvolueerd naar 'zij doen het handenwerk, wij de toegevoegde waarde'. Nu hebben we volledig geïntegreerde piramides, gemengde teams met wederzijds respect. Dat heeft tijd gevraagd, ook bij de klanten. Wij doen nu aan videoconferentie, livemeetings, Yammer (een sociaal medium voor bedrijven, nvdr.), Twitter. De communicatie is heel intensief. In België werken we met India, Roemenië, Polen en Marokko. Het voordeel is dat je in de groep blijft en de waarden, methodes en technieken deelt." VAN BOVEN. "In 2005-2006 hebben we daarover lang gediscussieerd. Moeten we ons rekruterings- en promotiebeleid zo aanpassen dat we een kern overhouden en een bepaald deel systematisch uitbesteden? We hebben beslist dat niet te doen. Je kan met externe partijen nooit exclusief een overeenkomst op lange termijn afsluiten. Je zet een stuk van je kennis en knowhow buiten de organisatie en je bent niet zeker dat je die gedurende een langere periode -- drie tot vijf jaar -- kunt mobiliseren. Verder was onze Indiase operatie toen in volle expansie. De competentie die we hier zouden uitbesteden, konden we daar opbouwen tegen een kostprijs die vier tot zes keer lager lag. Ten slotte vroegen we ons af wat dat model zou betekenen voor de ontwikkelings- en carrièrekansen van onze werknemers. Zouden we hen niet dwingen te lang in een bepaalde richting te werken? Op dit moment is de vraag niet meer aan de orde. Amper 6-7 procent van onze omzet komt van externen." VAN BOVEN. "In België hebben we die discussie elk jaar opnieuw. Zich beperken, is niet gemakkelijk. Je hebt je klanten en je engagementen. We zijn sterk afhankelijk van de economische cycli. Als een bepaalde industriesector afglijdt, zien wij dat zes maanden later. Die cycli lopen niet in alle sectoren gelijk. Over de sectoren heen houden we een balans. Dat doet ons telkens besluiten ons niet te snel terug te trekken uit een sector." VAN BOVEN. "Eh (lacht). Ten eerste zijn wij in Europa een van de weinige landen met een automatische indexkoppeling. Twee jaar geleden was de indexverhoging 4,5 procent. Als dan 60-65 procent van je kosten personeelskosten zijn, dan hang je. De tijd dat we dat helemaal op onze klanten konden verhalen, is al een beetje voorbij. Die automatische indexkoppeling is een algemene klacht onder de collega's in Agoria. Als je daarmee aankomt bij je klanten, antwoorden die: daar wou ik het juist eens over hebben, over extra korting. Vooral voor de hogere profielen verschillen onze gemiddelde loonkosten enorm van de Nederlandse, waar de sociale zekerheid op een bepaald punt is geplafonneerd. "Ten tweede zijn we met België een relatief kleine operatie in de groep. Er is een vaste kostenbasis, die je niet kan samendrukken. Een grotere entiteit in een groter land heeft daar een voordeel. Dus moeten we het hebben van omzetstijging. Met onze huidige supportorganisatie kunnen we gemakkelijk met 200 man groeien zonder dat we daar extra ondersteunende kosten voor moeten maken." VAN BOVEN. "Wij drinken onze eigen champagne. Wij houden constant onze kostenbasis in de gaten. Een deel van onze ondersteunende functies besteden we in de groep uit. Naar Polen en steeds meer naar India. De helft van onze marketing zit daar. We hebben nog een tweede merk, Sogeti, professionele diensten voor de lokale kmo's. We zetten nu gemeenschappelijke diensten op over de landen én over de merken heen. Ik vind dat de logica zelf. Wat je beweert goed te kunnen doen voor een klant, moet je ook voor jezelf kunnen. Natuurlijk verdwijnen daardoor hier ook arbeidsplaatsen." VAN BOVEN. "We zullen geen massieve overnames doen, toch niet in de Benelux. Daar zijn in de afgelopen jaren opportuniteiten voor geweest in België. We willen organisch groeien. Wel kijken we uit naar overnamekansen in sociale media, mobiel, analytics of cloud. Daar zullen we de businesscase met meer dan interesse bekijken." VAN BOVEN. "Wij blijven op dezelfde nagel kloppen. Arbeidsflexibiliteit, zeker voor vrouwen, is belangrijk. Dat hebben wij ook aangegeven toen wij telewerken hebben ingevoerd. Om het plat te zeggen: het kan mij geen bal schelen wanneer iemand werkt. Wat telt, is of een vooropgesteld resultaat er ligt. Maar iedereen zit met het arbeidsreglement, de arbeidsuren en zo meer. Een koninklijk besluit past dat nu wat aan, maar het is nog verre van genoeg. Voorts moet de overheid ICT-uitgaven meer als investeringen zien. Ik sta voluit achter de besparingen, maar soms zie je projecten die zich in twee jaar terugverdienen en toch sneuvelen bij de inspectie van Financiën. Dat is jammer. Als je een uitgave alleen als een kostenpost beschouwt en niet naar de opbrengst kijkt, is ze altijd te veel." VAN BOVEN. "Ik probeer een voorbeeld te nemen aan de generaties X, Y, Z (lacht). Een paar jaar terug had ik een operatie aan het binnenoor. Na de preoperatieve onderzoeken zei die dokter: "Meneer Van Boven, uw hart ligt in het vet, gij leeft goed zeker?" Hij adviseerde me die operatie nog maar een maand of zes uit te stellen. Ik deed toen niet aan sport. Ik ben anders gaan eten en heb het Start to Run-programma van Evy Gruyaert gevolgd. Ik ben in een goed jaar twintig kilo vermagerd. Nu is het mijn passie geworden. Ik loop twee keer vijf en één keer tien kilometer per week. Ik doe mee aan de stadsruns: afgelopen zondag in Hasselt, vorige maand in Mechelen. Het is aanstekelijk: mijn vrouw, mijn zus, twee schoonbroers en een neefje lopen nu ook. Ik zeg nu al tegen mijn twee kleinkinderen van veertien en zeven maanden: wanneer gaan we om uw eerste Nikes?" BRUNO LEIJNSE, FOTOGRAFIE JELLE VERMEERSCH"Wij zoeken mensen die willen. Goesting hebben" "De tijd dat we indexverhogingen helemaal op onze klanten konden verhalen, is al een beetje voorbij"