Gazellen zijn de sprinters onder de ondernemingen, bedrijven met een hoge prestatie-index. Het zijn kleine, middelgrote of grote kampioenen die innove- ren, werkgelegenheid scheppen, snuffelen naar nieuwe markten. Drie marktleiders van de economische pers in het noordwesten van Europa hebben besloten die prestaties voor het eerst naast elkaar te leggen: het magazine Face, uitgegeven door de kamer van koophandel van Rijsel, Kent Business, uitgegeven door het Engelse Kent Messenger, en Trends.
...

Gazellen zijn de sprinters onder de ondernemingen, bedrijven met een hoge prestatie-index. Het zijn kleine, middelgrote of grote kampioenen die innove- ren, werkgelegenheid scheppen, snuffelen naar nieuwe markten. Drie marktleiders van de economische pers in het noordwesten van Europa hebben besloten die prestaties voor het eerst naast elkaar te leggen: het magazine Face, uitgegeven door de kamer van koophandel van Rijsel, Kent Business, uitgegeven door het Engelse Kent Messenger, en Trends. Zo'n 300.000 economische besluitvormers, kaderleden en bedrijfsleiders in de euregio krijgen de resultaten te lezen in deze editie. We hebben de bedrijven gerangschikt volgens een originele indicator van economische prestaties, gebaseerd op de financiële resultaten over vijf jaar, van 1997 tot 2001. De drie partners hebben ook besloten om de laureaten van Euro Gazelle op 3 april samen te brengen in de lokalen van de kamer van koophandel van Rijsel, in aanwezigheid van de gewezen Franse en Belgische premiers Pierre Mauroy en Jean-Luc Dehaene. Kent, Vlaanderen, Wallonië en Nord-Pas de Calais vertonen het kenmerk dat ze grensoverschrijdend zijn. Het is een gemeenschappelijk samenwerkingsgebied, zo wordt gezegd. In 1991 werd al een Europese economische belangengroepering opgericht onder de naam GEIE Euroregio. Die omvat Brussel, Kent, Nord-Pas de Calais, Vlaanderen en Wallonië. Eigenlijk verschillen die vijf regio's heel weinig: ze vertonen dezelfde demografische en economische trends en gaan in dezelfde richting. Dat grensoverschrijdende gebied is met 15,5 miljoen inwoners (ongeveer 4,5 % van de Europese bevolking) en meer dan 330 inwoners per vierkante kilometer (het dubbele van het Europese gemiddelde) een van de dichtstbevolkte gebieden in de Europese Unie. Wat de economische activiteit betreft, situeert twee derde van de werkgelegenheid in deze euregio zich in de dienstensector en iets minder dan een derde in de industrie. De landbouw vertegenwoordigt er nauwelijks 5 %. De industrie is er nog altijd tastbaar aanwezig en vertoont - ook al neemt haar gewicht af - nog steeds een gevarieerde waaier van activiteiten: automobielsector, kunststoffenverwerking, scheikundige en farmaceutische nijverheid, telecommunicatie, biomedische sector, voedingsnijverheid, papier, karton, textiel enzovoort. Uiteraard is het de dienstensector die het meest vooruitgang boekt, met onder meer distributie, postorderverkoop, financiële diensten, consultancy en hulpverlening. Opvallend zijn ook de gelijklopende inspanningen die in de vijf regio's geleverd worden om nieuwe technologieën te ontwikkelen en onderzoek en ontwikkeling aan te zwengelen. Vanop een afstand bekeken vertoont deze euregio inderdaad een zekere samenhang. Maar wat is de economische realiteit op het terrein? De economische uitwisseling heeft een zichtbare dimensie, zoals al jarenlang aangetoond wordt door de cijfers van de economische transacties. Ook de tijdruimte is gekrompen: Ashford ligt dichter bij Rijsel dan bij Londen, Rijsel dichter bij Brussel dan bij Parijs en die stadscentra liggen elk op minder dan drie transporturen van elkaar. Wat de uitwisseling van werknemers betreft, oefenen 12.000 Franse arbeiders hun job uit in Henegouwen en bekleden 3700 Henegouwenaars een functie in Nord-Pas de Calais. Toch zijn er maar 240 inwoners van de Nord die het Kanaal overtrekken. Er bestaan ook nog andere opmerkelijke stromen, zoals het toerisme. Zo vormden in 2001 de Britten de grootste groep toeristen in Nord-Pas de Calais, met 875.000 bezoekers. De Eurotunnel versast 3 miljoen reizigers per jaar en het station van Lille Europe verwerkt elke dag duizend mensen die op doorreis zijn met de Eurostar of de TGV. Interessant is die toeristische sector vooral omdat hij reële uitwisseling aantoont en een licht werpt op de leefgewoonten in ons euregionaal gebied. Op het vlak van de grensoverschrijdende samenwerking tieren de initiatieven welig. Er bestaat samenwerking tussen scholen, tussen Belgische en Franse havens, de overeenkomst tussen verscheidene tv-zenders in Henegouwen, Vlaanderen en de Nord voor de uitwisseling van programma's enzovoort. Toch kunnen we niet zeggen dat de euregio al een realiteit is. De samenwerking doet zich immers meer voor tussen Nord-Pas de Calais, Vlaanderen, Wallonië en Brussel dan met Kent. De betrokken regio's zijn er ook nog niet in geslaagd om de onderlinge concurrentie te overstijgen. Er valt dus nog veel werk te verrichten op het gebied van de samenwerking. Intussen staat de economie niet stil. De verschillende instellingen moeten het op gang gebrachte proces versnellen. Ze moeten de banden binnen de euregio aanhalen en rond allianties een gemeenschappelijk economisch project uitbouwen. Dat is de uitdaging voor de toekomst.