Brugpensioen of conventioneel brugpensioen is een regeling die sommige oudere werknemers toelaat om bij ontslag niet alleen een werkloosheidsuitkering te krijgen, maar ook een aanvullende vergoeding die door de werkgever wordt betaald. Het brugpensioen heeft helemaal niets te maken met het vervroegde pensioen op zestig jaar.
...

Brugpensioen of conventioneel brugpensioen is een regeling die sommige oudere werknemers toelaat om bij ontslag niet alleen een werkloosheidsuitkering te krijgen, maar ook een aanvullende vergoeding die door de werkgever wordt betaald. Het brugpensioen heeft helemaal niets te maken met het vervroegde pensioen op zestig jaar. Voor ALLE BEDRIJVEN geldt de volgende regeling: alleen oudere werknemers die ontslagen zijn, kunnen het brugpensioen genieten. Het systeem steunt op de CAO nr. 17 uit 1975 die brugpensioen op zestig jaar regelt. De leeftijd is echter geen voldoende criterium. Er is ook een anciënniteit van 25 jaar vereist. Daarbij wordt niet alleen rekening gehouden met het aantal dagen in loondienst, maar ook met de zogenaamde daarmee gelijkgestelde periodes (zoals ziekte). En uiteraard is de regeling er alleen voor personeelsleden die recht hebben op een werkloosheidsuitkering. De brugpensioenleeftijd kan worden verlaagd tot 58 jaar op basis van een CAO op sectorniveau of op het niveau van de onderneming. Opvallend is dat de werkgever de bruggepensioneerde moet vervangen door een uitkeringsgerechtigde volledig werkloze of een daarmee gelijkgestelde persoon, iets wat het bedrijf vaak over het hoofd ziet. De werkgever moet ook bijzondere bijdragen op het brugpensioen betalen. Normaal bedraagt het conventioneel brugpensioen 60 % van het laatste brutoloon, dat vervolgens wordt aangevuld door de werkgever. En dan is er nog de vervangingsplicht. In principe is de werkgever verplicht om de bruggepensioneerde te vervangen. Daarbij moet het niet om dezelfde job gaan. Een bedrijfsleider kan een lasser laten vertrekken en een schrijnwerker als 'vervanger' aanwerven. In de algemene regeling moet de minister of de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening beslissen of een vrijstelling wordt toegekend of niet. Die vervangingsplicht geldt in elk geval niet als de werknemer ouder is dan 60. ONDERNEMINGEN IN MOEILIJKHEDEN OF IN HERSTRUCTURERING kunnen een afwijking krijgen op het vlak van de leeftijd, de vervangingsplicht of de duur van de opzeggingstermijn voor bedienden. Ze kunnen hun werknemers op brugpensioen laten gaan vanaf 52 jaar. In uitzonderlijke gevallen - na een positief advies van de Adviescommissie van het ministerie van Werkgelegenheid - kan dat zelfs vanaf 50 jaar. In ondernemingen die aan het herstructureren zijn en 10 % van de werknemers collectief ontslaan, bedraagt de grens 55 jaar. Bij 20 % is dat 52 jaar. Bedrijven kunnen tot 50 jaar gaan als ze minstens 30 % van het personeel ontslaan. Dat was bijvoorbeeld het geval bij Ford Genk. Onder bepaalde voorwaarden zal de vrijstelling automatisch worden toegekend aan de werkgevers. Bedrijven die herstructureren, hoeven uiteraard de werknemers die met brugpensioen gaan, niet te vervangen.