Het Waals, Brussels en Vlaams Gewest startten in februari een proefproject waarbij ruim 1000 deelnemers gedurende twee maanden met een virtueel budget rekeningrijden in en rond Brussel zouden uittesten. Hoewel het rapport over de proef nog niet klaar is, publiceerde de krant Le Soir vorige week al conclusies uit een voorlopige versie. Daaruit blijkt dat de deelnemers wel degelijk hun rijgedrag aanpassen. Gemiddeld zouden er 5,5 procent minder autokilometers zijn gereden. In het stedelijke gebied Brussel, waar het tarief van rekeningrijden hoger is, zou dat zelfs oplopen tot 8 procent.
...

Het Waals, Brussels en Vlaams Gewest startten in februari een proefproject waarbij ruim 1000 deelnemers gedurende twee maanden met een virtueel budget rekeningrijden in en rond Brussel zouden uittesten. Hoewel het rapport over de proef nog niet klaar is, publiceerde de krant Le Soir vorige week al conclusies uit een voorlopige versie. Daaruit blijkt dat de deelnemers wel degelijk hun rijgedrag aanpassen. Gemiddeld zouden er 5,5 procent minder autokilometers zijn gereden. In het stedelijke gebied Brussel, waar het tarief van rekeningrijden hoger is, zou dat zelfs oplopen tot 8 procent. Het kabinet van Vlaams minister Hilde Crevits wil pas commentaar geven zodra het definitieve rapport klaar is, wellicht morgen. Het lijkt echter waarschijnlijk dat dit rapport de regeringsonderhandelingen mee zal inkleuren. Maar dat is volgens professor cognitieve psychologie Wouter Duyck (UGent) geen goed idee. Hij wijst erop dat de interpretatie van het proefproject rekening moet houden met het Hawthorne-effect. Dat fenomeen werd al in de jaren dertig in de psychologie beschreven. Het komt erop neer dat wie deelneemt aan een proefproject zijn gedrag automatisch aanpast omdat hij weet dat hij wordt geobserveerd. Pas na enige tijd verdwijnt het effect. "Het experiment met rekeningrijden duurde minder dan acht weken", zegt hij. "De voorspellende waarde is dus nogal beperkt. Ik vermoed dat de geobserveerde gedragsverandering zelfs puur toe te schrijven is aan het Hawthorne-effect. Het is maar de vraag of de gedragsverandering zich ook zou doorzetten in een gewone standaardsituatie. In Nederland werd een vergelijkbare studie over enkele jaren opgezet. Een van de belangrijkste conclusies was dat je drie tot vier maanden moest wachten voor de gegevens betrouwbaar werden." Duyck heeft voorts kritiek op de opzet van het proefproject. Zo moesten deelnemers niet echt betalen voor de gereden kilometers, maar kregen ze een virtueel budget waarvan bedragen werden afgetrokken volgens de tarieven van het rekeningrijden. Het overschot mochten ze houden. Duyck: "Dat is heel wat anders dan zelf te moeten betalen voor gereden kilometers." Duyck is niet de enige die de bruikbaarheid van de gegevens in twijfel trekt. Zegt Maarten Matienko van VAB: "Dit onderzoek is wetenschappelijk onvoldoende onderbouwd. De groep is te klein en de periode is te kort. Het uitgangspunt om autogebruik in plaats van autobezit te belasten lijkt ons wel interessant. De kwestie is echter in welke vorm dat moet gebeuren. Een gericht parkeerbeleid of een stadstol lijkt ons efficiënter dan rekeningrijden." Ook Matienko verwijst naar het proefproject in Nederland. "Daar is men veeleer vertrokken van spitsmijden dan van rekeningrijden. Een aantal regio's is de dialoog met bedrijven aangegaan en 28.000 mensen hebben meegedaan aan het proefproject. Meer dan 30 procent van hen mijdt nu de spits. Daarmee vergeleken is die 5,5 procent in het Belgische project een eerder schamel resultaat." In Tweetspraak belicht de redactie een opmerkelijke tweet van de voorbije week. @ROELANDBYL