De belastingadministratie is van plan haar controles op een meer gecoördineerde wijze aan te pakken. Datamining in combinatie met vanuit Brussel gecoördineerde acties, moet daarvoor zorgen. Het actieterrein van zo'n gecoördineerde actie wordt centraal bepaald. De controleurs worden daarbij niet zomaar het veld ingestuurd. Zij kregen voorafgaand bijkomende opleiding in de materie. Op die manier moet de administratie meer slagkracht genereren en moet de belastingplichtige gesterkt worden in zijn fiscaal rechtvaardigheidsgevoel. De acties moeten er immers toe leiden dat alle belastingplichtigen over dezelfde fiscale kam worden geschoren.
...

De belastingadministratie is van plan haar controles op een meer gecoördineerde wijze aan te pakken. Datamining in combinatie met vanuit Brussel gecoördineerde acties, moet daarvoor zorgen. Het actieterrein van zo'n gecoördineerde actie wordt centraal bepaald. De controleurs worden daarbij niet zomaar het veld ingestuurd. Zij kregen voorafgaand bijkomende opleiding in de materie. Op die manier moet de administratie meer slagkracht genereren en moet de belastingplichtige gesterkt worden in zijn fiscaal rechtvaardigheidsgevoel. De acties moeten er immers toe leiden dat alle belastingplichtigen over dezelfde fiscale kam worden geschoren. Theoretisch klopt dat. Maar hoe vertaalt het zich in de praktijk? In de lente werd het plan ter bestrijding van optimalisaties met vruchtgebruikconstructies uitgerold. Enkele duizenden vragen om inlichtingen zijn gestuurd naar belastingplichtigen die zich van de techniek bediend hebben. Ondanks het feit dat aangekondigd werd dat slechts de echte misbruiken met de constructies zouden worden aangepakt, klinken de eerste berichten uit het veld onheilspellend. Een aantal accountants is bij zulke controles gestoten op belastingdiensten die het standpunt hebben ingenomen dat alle kosten met betrekking tot het privégedeelde van de bedrijfsleiders ipso facto en linea recta verworpen moeten worden. Het standpunt van deze diensten is -- vooral door de absoluutheid waarmee het gesteld is -- niet meer of niet minder dan een fiscale aardverschuiving, die geen grondslag vindt in de wet. Toch blijkt het te gebeuren, tegen de fiscale behandeling in die door de minister van Financiën wordt gepredikt. Eens te meer dreigt een gecoördineerde actie te ontaarden. De zomerzon en een ontspannend terras dagen elke bewogen fiscalist uit te overpeinzen waar zo'n ontaarding haar oorsprong vindt. De conclusie is streng maar onvermijdelijk: ze spruit voort uit het gebrek aan algemene zorg die besteed wordt aan de coördinatie binnen de administratie zelf. Die conclusie onderbouwen we met een treffend voorbeeld van een totaal andere orde. Niemand kan betwisten dat het een goede zaak zou zijn als we zouden weten tot welke dienst belastingambtenaren behoren. Uw ongeloof bij het vermoeden dat dat niet het geval zou zijn, is inderdaad ten onrechte. Sinds ongeveer één jaar voeren nogal wat belastingdiensten de titel van Algemene Administratie van de Fiscaliteit, of kortweg AAFisc. Die dienst neemt de plaats in van Administratie van de Ondernemings- en Inkomensfiscaliteit, die zich laat afkorten als AOIF. Er blijken geen administratief standpunt of instructies te bestaan over de overgang van de ene naar de andere dienst. Nochtans is het belang ervan niet gering. Men kan immers niet anders dan de vraag te stellen naar de rechtmatigheid van handelingen van de AAFisc. Wie die vraag stelt, is overigens in goed gezelschap. Ook de Raad van State maakte al de opmerking dat moet worden gewaakt over de correcte inwerkingtreding van de nieuwe administratie. De AAFisc is weliswaar geconcipieerd door het koninklijk besluit van 3 december 2009, maar tot midden dit jaar bleef het noodzakelijke ministerieel besluit tot vaststelling van de daadwerkelijke inwerkingtreding van de AAFisc uit. Door dat ministerieel besluit heeft de AAFisc nu uiteindelijk vanaf september 2013 wettelijke bevoegdheid van handelen. De slotsom moet dan ook zijn dat coördinatie een goede zaak is en onontbeerlijk is voor een rechtvaardige fiscale rechtsbedeling, maar tegelijk is duidelijk dat dat in de interne administratieve werking een moeilijke zaak blijft en er nog een lange weg af te leggen is. Tussen de droom van eenheid van administratief handelen en de werkelijkheid staan dus inderdaad nog wetten en praktische bezwaren. Een ander besluit is dat een gebrek aan coördinatie van het administratief handelen niet alleen voor de belastingplichtige geen deugd zal blijken te zijn...De auteur is advocaat van Tuerlinckx Fiscale Advocaten. JAN TUERLINCKXMen kan niet anders dan de vraag te stellen naar de rechtmatigheid van handelingen van de AAFisc.