De zesde staatshervorming is een feit. Vlaanderen is nu bevoegd voor de fiscale voordelen van leningen die burgers sluiten om hun eigen woning aan te schaffen. België blijft fiscaal bevoegd voor leningsuitgaven die na 2013 worden betaald voor een tweede of derde woning, ongeacht wanneer de lening is aangegaan.
...

De zesde staatshervorming is een feit. Vlaanderen is nu bevoegd voor de fiscale voordelen van leningen die burgers sluiten om hun eigen woning aan te schaffen. België blijft fiscaal bevoegd voor leningsuitgaven die na 2013 worden betaald voor een tweede of derde woning, ongeacht wanneer de lening is aangegaan. Maar wat is de 'eigen woning'? Dat begrip is cruciaal, niet enkel om uit te maken welke overheid fiscaal bevoegd is, maar ook omdat de eigen woning vrijgesteld is van personenbelasting. Voor een tweede en derde woning is dat niet het geval. Daarom heeft de wetgever de eigen woning uitgebreid omschreven in de Bijzondere Financieringswet -- de wet die de staatshervorming regelt. De eigen woning is in de eerste plaats de woning die u zelf betrekt en die u als woonst betrekt. Het deel dat u mogelijk voor uw beroep gebruikt of dat u verhuurt, is fiscaal bekeken geen eigen woning. Bij een gemengd gebruik moet u de aflossingen van de lening op de belastingaangifte splitsen over een federaal vak (betalingen voor het beroepsgedeelte of het verhuurde gedeelte) en een nieuw, gewestelijk vak (betalingen voor het deel dat u bewoont). Bovendien wordt het statuut van de woning -- eigen of niet eigen -- van dag tot dag beoordeeld. Bij een verhuizing moet u dus ook de leningsuitgaven opdelen. Voor de betalingen vóór de verhuizing is het gewest bevoegd (eigen woning), voor de betalingen erna de federale overheid (niet-eigen woning). Maar ook een woning die u niet bewoont, kan een eigen woning zijn, als u daar een geldige uitleg voor hebt. Dat is het geval als u uw woning niet kunt betrekken omdat ze nog in aanbouw is. Of omdat uw gekochte woning wordt verhuurd door de vorige eigenaar. Of omdat u een gegronde sociale reden of beroepsreden hebt: u woont bijvoorbeeld niet in uw woning omdat u ziek of hulpbehoevend bent, omdat u verwikkeld bent in een echtscheiding, of omdat ze te ver afligt van uw nieuwe werkplek. In al die gevallen blijft uw woning toch fiscaal uw eigen woning, waarvoor voortaan het gewest bevoegd is. Als u uw woning niet bewoont om een sociale of een beroepsreden, laat u die meestal niet leegstaan. Vaak wordt ze verhuurd of bewoond door anderen. Daar wringt het schoentje. Een woning die de eigenaar om een sociale of een beroepsreden niet zelf betrok, maar verhuurde, bestempelde de fiscus vóór de staatshervorming steevast als een eigen woning. De Bijzondere Financieringswet laat die kwalificatie niet meer toe. Duidelijker dan ooit omschrijft de wet zo'n woning als niet-eigen. Bovendien zit die omschrijving gebetonneerd in de financieringswet. Voor een aanpassing ervan is een tweederdemeerderheid nodig. Een woning die om een sociale of een beroepsreden wordt verhuurd, kan dus niet meer als een eigen woning worden beschouwd, tenzij na een nieuwe staatshervorming. Blijkbaar heeft de regering dat ongewilde effect van de staatshervorming pas gezien, toen de financieringswet al in de finale fase zat. Daarmee is de kous af, zou je denken. Aanvaard wat je hebt gestemd. Niet dus. In zijn ijver om de fiscale neutraliteit te bewaren, heeft de minister van Financiën aangekondigd dat er "in de praktijk niets verandert voor mensen die hun woning niet langer betrekken om professionele of sociale redenen". Op die verklaring stoelt de fiscus zich nu om zijn oude tolerantie te handhaven, ondanks de overduidelijke nieuwe wettekst. De belastingbetaler zal dat standpunt wellicht nooit aanvechten. Hij heeft daar geen belang bij. Integendeel: dankzij die administratieve tolerantie blijven de inkomsten van zo'n eigen woning vrijgesteld. Maar voor de gewesten ligt dat anders. Het administratieve federale standpunt druist wel degelijk in tegen hun belangen. Door de verhuurde woning in weerwil van een duidelijke wettekst soms toch te beschouwen als een eigen woning, verplichten ze de gewesten de kostprijs van de fiscale voordelen van die woning te dragen, terwijl de federale overheid die last moet torsen. Het zou niet de eerste keer zijn dat een gewest voor het Grondwettelijk Hof met succes een bevoegdheidsconflict inroept. Gezien het delicate evenwicht dat eigen is aan deze staatshervorming, is dat zeker niet de laatste keer. De auteur is fiscalist bij Kluwer.JEF WELLENS De fiscus handhaaft zijn oude tolerantie, ondanks de overduidelijke nieuwe wettekst.