Door de scherpere controle die de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening (RVA) voortaan op de werklozen uitoefent, zijn de verschillende bemiddelingsdiensten zoals de VDAB in Vlaanderen en Forem in Wallonië wakker geschoten. Werklozen die niet solliciteren, moeten hun zoekgedrag aanpassen. Zoniet dreigen ze op termijn hun uitkering te verliezen.
...

Door de scherpere controle die de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening (RVA) voortaan op de werklozen uitoefent, zijn de verschillende bemiddelingsdiensten zoals de VDAB in Vlaanderen en Forem in Wallonië wakker geschoten. Werklozen die niet solliciteren, moeten hun zoekgedrag aanpassen. Zoniet dreigen ze op termijn hun uitkering te verliezen. Een instelling als de VDAB zal heel wat performanter moeten worden, want een steeds grotere groep werklozen zal bij haar komen aankloppen. Nu haalt de bemiddelingsdienst wel goede resultaten in het plaatsen van kortstondig werklozen, maar wanneer zogenaamde probleemgroepen (allochtonen, langdurig werklozen...) moeten worden begeleid, is het huilen met de pet op. Die groepen werden in het verleden al te vaak verwaarloosd. Vraag is of daar in de toekomst verandering in zal komen. Vlaams minister van Werk Frank Vandenbroucke (SP.A) belooft alvast beterschap en gooide er eind vorig jaar nog een pak geld tegenaan. Hij wil werk maken van een "sluitende aanpak", waarbij alle werklozen worden begeleid. Nobel doel, maar nu al worden vragen gesteld bij de haalbaarheid ervan. Momenteel worden de jongere werklozen door de RVA opgeroepen. Wanneer over een aantal maanden de dertigplussers voor controle aan de beurt komen, zal de VDAB voor een zwaardere klus komen te staan. Insiders gaan er dan ook van uit dat als die extra controle en de betere begeleiding tot resultaten willen leiden, de huidige capaciteit van de VDAB verhoogd moet worden. En er andere partners moeten worden gezocht om werklozen te begeleiden. In Wallonië doet de Forem al vaak een beroep op non-profitorganisaties en de privé-sector. In Vlaanderen wordt er nog altijd gediscussieerd over de manier waarop privé-spelers aan werklozenbegeleiding kunnen doen. De sluitende aanpak van Vandenbroucke zal dus meer middelen vergen voor de arbeidsbemiddeling. Als de VDAB er echter in slaagt meer mensen aan het werk te krijgen, zijn die extra middelen goed besteed. Maar daar loopt het momenteel nog mank. Te weinig werklozen vinden een baan. Bijna iedereen verwijst naar de Scandinavische landen als rolmodel. Trends ging op onderzoek in Zweden (zie blz. 52) en vond een actieve arbeidsmarktpolitiek die soms, maar ook niet altijd, vruchten afwerpt. Zweden past het systeem van de wortel en de stok toe. Terwijl men hier in Vlaanderen al te graag de wortel citeert, maar de stok vergeet. Wie in Zweden werkloos is, krijgt onmiddellijk een individuele begeleiding. Maar daar staan heel wat plichten tegenover. Wie na 300 of 600 dagen, naargelang van het geval, nog steeds werkloos is, wordt zonder pardon in een arbeidsbegeleidingsproject gestopt dat de werkloze voltijds bezighoudt. Wie zich niet aan de afspraken houdt, krijgt een sanctie. In België werd het controlesysteem op werklozen vrij snel na de start al afgezwakt. Wie niet verscheen op een afspraak met de RVA, maar na een herinnering wél, kreeg de schorsing die uit de eerste afwezigheid volgde, kwijtgescholden. Die versoepeling kwam er op aandringen van de Waalse socialisten. In het sociale paradijs Zweden zou dat niet lukken. Alain Mouton Guido Muelenaer