Burn-out is een vervelende ervaring. Het kwam oorspronkelijk enkel voor bij de helpende beroepen, waar idealistische personen na jarenlange belangeloze inzet vaak vaststelden dat ze al die jaren water naar de zee hadden gedragen, weinig hadden verdiend en op bitter weinig dankbaarheid en erkenning konden rekenen. Burn-out sloeg toe bij leerkrachten, politiemensen en verpleegkundigen. Vandaag kan iedereen aan burn-out lijden. Het wordt echter ook almaar duidelijker dat er voor elke burn-out misschien wel vijf werkgeëngageerden rondlopen. Het spectaculaire lijden van de opgebranden mag ons niet blind maken voor de vreugde van de harde werker.
...

Burn-out is een vervelende ervaring. Het kwam oorspronkelijk enkel voor bij de helpende beroepen, waar idealistische personen na jarenlange belangeloze inzet vaak vaststelden dat ze al die jaren water naar de zee hadden gedragen, weinig hadden verdiend en op bitter weinig dankbaarheid en erkenning konden rekenen. Burn-out sloeg toe bij leerkrachten, politiemensen en verpleegkundigen. Vandaag kan iedereen aan burn-out lijden. Het wordt echter ook almaar duidelijker dat er voor elke burn-out misschien wel vijf werkgeëngageerden rondlopen. Het spectaculaire lijden van de opgebranden mag ons niet blind maken voor de vreugde van de harde werker. Misschien is een personeelsbeleid dat erop gericht is burn-out te vermijden maar een klein stukje van het verhaal. Misschien moeten we wat meer aandacht besteden aan het ondersteunen van de werkenthousiastelingen, de supergemotiveerden, de Kim Clijstersen en Justine Henins van de werkwereld, wat minder aandacht aan het werkethos van Frank Vandenbroucke (de wielrenner) en meer aan dat van de Frank Vandenbrouckes (zoals de minister). In de vakliteratuur heet dat werkgeëngageerden. Werkgeëngageerden voelen zich goed in hun vel (echte werksverslaafden zijn verslaafden en voelen zich niet goed in hun werk). Het zijn medewerkers die (zeer) veel energie hebben, en die energie op het werk richten, hun werk als inspirerend ervaren en erg toegewijd zijn. Ze strálen. De eeuwige klagers. Mijn eerste werkervaring was bij de NMBS. Lang geleden. Ik werkte toen enkele maanden als opsteller in een bureau met een tiental collega's. Twee bedienden van de tien waren altijd opgewekt, geconcentreerd, stipt. Het waren wat oudere heren, een Waal en een Vlaming. Onder hun tweetjes verzetten ze zowat 70 % van het werk. De rest besteedde meer energie om het werk te vermijden dan om het uit te voeren. Er werd geroddeld, geklaagd, gesakkerd. Iedereen was ontevreden. Uw dienaar was al burn-out na een week. De hardste klagers werkten het minst. Dat patroon heb ik later ook op vele andere plaatsen teruggevonden. Weinigen werken zo hard als Michael Schumacher of Madonna. Zij klagen bijna nooit over het harde werk. Soms gaan ze echt te ver en dan staat moedertje natuur op de rem. Maar klagen? Zelden. Maar u kent ook die eeuwig klagende figuren die zo verdacht veel lijken op de collega's uit het gelijknamige tv-feuilleton en uit mijn eerste werkervaring. Zij worden vaak echt ziek. Werken is voor hen een hel en ze hebben allerlei kwaaltjes die hun levenskwaliteit erg aantasten. Werkengagement is een soort permanente flow, maar dan zonder die extreme piekmomenten, zo eigen aan flow. Net als bij flow, kunnen geëngageerden volledig in hun werk opgaan. Denk aan de musicus die urenlang kan repeteren. De laborant die dagenlang metingen verricht. Fidel Castro die urenlang speecht. De ondernemer die maandenlang zeventig uur per week werkt en geen seconde klaagt. Al die werkgeëngaarden zoeken proactief het succes op. De kern van de zaak lijkt wel dat ze zelf de positieve feedback uitlokken, die we allemaal zo broodnodig hebben. Ze krijgen aanmoedigingen, felicitaties, want ze verstaan de kunst zichzelf te motiveren. Hun kompas is als het ware gericht op die reacties uit de omgeving die hen verder drijft: het plezier een taak keurig af te werken, de vreugde van de overwinning op een taaie klus, de felicitaties van een chef, de tevredenheid van een klant. Ratten op de werkvloer. Het klassieke onderscheid levert niet veel op bij de studie van werkengagement. Het is geen kwestie van leeftijd of van geslacht, zelfs niet van soort werk. De supergemotiveerden zijn bovenal soepele mensen, die vlot contact leggen. We spreken hier niet over neurotici die klappen uitlokken en dan schreeuwen: zie je wel. Als ze weten dat er klappen gaan vallen, gaan de werkenthousiastelingen even tijdelijk opzij. Wie al die klappen geeft, wordt daar immers zo moe van. Het zal wel voorbijgaan. Werkgeëngaarden kennen de kunst om hun zegeningen te tellen. Ze vergelijken liefst met situaties die minder leuk zijn dan het huidige moment. Ja, ik heb wat veel werk, maar als ik terugdenk aan die enkele dagen dat ik werkloos was ... Mensen die het beter hebben dan zijzelf zijn geen bron van jaloezie maar van inspiratie. De echte werkgeëngaarden kan je niet stuk krijgen. Onderzoek toont aan dat ze beter presteren, meer doen dan van hen verwacht wordt, betere dienstverlening geven, minder afwezig zijn op het werk en dat hun afdeling performanter is. En de prijs? Meer conflicten thuis? Volgens de ene groep studies wel, maar volgens andere studies dan weer niet. De positieve mentaliteit werkt immers aanstekelijk, ook thuis. Elke werkgever die veel werkgeëngaarden telt, mag uiteraard blij zijn. Kan je ze maken? Waarschijnlijk niet. Kan je ze kapotmaken? Uiteraard wel. De recepten zijn te vinden in boekjes als Macchiavelli voor gevorderden, Aandeelhouderswaarde is het enige dat telt of Hoe word ik een rat? Werkgeëngageerden willen dergelijke boeken niet eens lezen. De auteur is hoofddocent aan de Universiteit Gent en partner van de Vlerick Leuven Gent Management School. Reacties: marc.buelens@trends.beMarc Buelens