Willy is laaggeschoold en langdurig werkloos. Hij is te duur voor de werkgevers, maar dat moet hij in de krant lezen. Willy verliest de moed en zegt de arbeidsmarkt vaarwel. Van de uitkering kan hij leven, en mocht hij toch werk vinden? Tja, voor die paar honderd euro meer die Willy overhoudt, gaat hij zich niet de ziel uit het lijf werken. Het vreet wel aan hem dat hij leeft op kosten van de maatschappij. Maar ach, in de krant leest hij ook dat de begroting in evenwicht is en dat dit goed nieuws is.
...

Willy is laaggeschoold en langdurig werkloos. Hij is te duur voor de werkgevers, maar dat moet hij in de krant lezen. Willy verliest de moed en zegt de arbeidsmarkt vaarwel. Van de uitkering kan hij leven, en mocht hij toch werk vinden? Tja, voor die paar honderd euro meer die Willy overhoudt, gaat hij zich niet de ziel uit het lijf werken. Het vreet wel aan hem dat hij leeft op kosten van de maatschappij. Maar ach, in de krant leest hij ook dat de begroting in evenwicht is en dat dit goed nieuws is. Willy is niet alleen. Tienduizenden lotgenoten zijn veroordeeld tot werkloosheid, voor onbepaalde duur en misschien wel voor levenslang. Hun aantal groeit bij elke recessie en neemt nauwelijks af als het beter gaat. De politici praten wel elke dag over meer jobs, maar doen er weinig aan. Ja, de lasten op arbeid zijn wel heel zuinigjes verlaagd, maar werden intussen ook al deels weer teruggeschroefd door een lawine aan kleine taksen, lasten en heffingen. Er is geen budgettaire ruimte voor een drastische verlaging van de loonkosten, zo luidt het argument van de politici. Willy schudt meewarig het hoofd. Hij is te duur voor de bedrijven, maar het is te duur voor de overheid om van hem een betaalbare kracht te maken. Dat begrotingsevenwicht is blijkbaar toch geen goed nieuws voor hem. Het is hoog tijd om deze patstelling te doorbreken. Er is wél een weg uit het Belgische sociaal-economische moeras. Verlaag de loonkosten drastisch en de bedrijven hengelen en masse naar de diensten van Willy en zijn lotgenoten (zie blz. 52). België is het land bij uitstek waar een verlaging van de werkgeversbijdrage banen kan opleveren. Het is een economische doodzonde om die hefboom niet te gebruiken. Maar Willy wil niet meer werken en daarom mondt een verlaging van de loonlasten vooral uit in hogere brutolonen en onthutsend weinig nieuwe jobs. Dat mag echter geen argument zijn om een verlaging van de loonkosten af te doen als een veel te dure maatregel met een veel te pover resultaat. Integendeel. Politici zouden zich elk uur van de dag moeten afvragen waarom een verlaging van de loonkost zo weinig banen oplevert. Daar ligt de sleutel voor een succesvol tewerkstellingsbeleid. Verhoog het verschil tussen nettoloon en uitkering, beperk de duurtijd van de uitkering en het regent nieuwe jobs. Maar een drastische verlaging van de loonkost zou dus niet betaalbaar zijn. Is een aanhoudend lage werkgelegenheidsgraad dat wel misschien? Beter een overheidstekort van een paar procenten ten gevolge van investeringen in de werkgelegenheid, dan een krakkemikkige begroting in evenwicht die de kanker onder de welvaartsstaat laat voortwoekeren. Een begroting in evenwicht is verworden tot een alibi voor politici om pijnlijke maatregelen voor zich uit te schuiven. Is dit een pleidooi voor deficit spending? Neen, de verlaging van de loonkosten kan gefinancierd worden door te snoeien in de overheidsuitgaven en dankzij terugverdieneffecten. Trouwens, als de werkgelegenheid niet toeneemt, ontsporen de overheidsfinanciën op termijn wel vanzelf. En dat zal Willy's schuld niet zijn. Daan Killemaes Alain Mouton