Niets is wat het lijkt. Algemeen werd gedacht dat de wisselkoersen in het EMS (Europees Monetair Stelsel) na '87 rustig verder zouden kabbelen binnen de afgesproken bandbreedte. In de zomer van '92 gaat het EMS echter op zijn bek. Voor velen een donderslag bij heldere hemel.
...

Niets is wat het lijkt. Algemeen werd gedacht dat de wisselkoersen in het EMS (Europees Monetair Stelsel) na '87 rustig verder zouden kabbelen binnen de afgesproken bandbreedte. In de zomer van '92 gaat het EMS echter op zijn bek. Voor velen een donderslag bij heldere hemel.Dat de donderwolken zich wel degelijk samenpakten, toont de Vlaming Geert Bekaert. Samen met Stephen Gray slaagde hij erin de spanningen te meten die zich onderhuids na '87 in het EMS opbouwden. Daaruit blijkt dat investeerders het EMS aan de bestaande wisselkoersen allesbehalve geloofwaardig vonden en een jump van de pariteiten verwachtten. Zeker na de Duitse eenmaking drong een revaluatie van de Duitse mark zich op. De tikkende tijdbom barst pas in '92. Het is lang niet uitgesloten dat een dergelijk scenario zich in de aanloop van de euro opnieuw aan het voltrekken is. Dat belooft. De nog maar 32-jarige Geert Bekaert is sinds '92 verbonden als professor aan de Graduate Schools of Business van de Stanford University. Een prestatie die nauwelijks onderschat kan worden. Stanford hoort thuis in het rijtje van Chicago en MIT : de absolute wereldtop in academisch onderzoek. Stanford staat geboekstaafd als het summum op het vlak van theoretisch onderzoek. Bekaert voegt daar nog een stevige scheut empirische research aan toe. Finance is zijn domein. Voorspelbaarheid van wisselkoersen, de volatiliteit van het rendement van kapitaalmarkten, emerging markets, het is een greep uit zijn ruime onderzoekswerk. Seminal papers vloeien daaruit voort. Dat betekent dat iedereen die onderzoek doet rond een gelijkaardig onderwerp niet omheen het baanbrekende werk van Bekaert kan. Op internationale conferenties rond finance is hij een grote naam die in één adem vernoemd wordt met Robert Hodrick. Hodrick is incontournable in finance en samen met de al even bekende Cam Harvey de voornaamste co-auteur van Bekaert. Begin april slaagde Geert Bekaert erin nog twee publicaties in befaamde journals toe te voegen aan een al stevige reeks. Dat is een hart onder de riem in de ratrace naar de ultieme bekroning : een vaste benoeming als professor van Stanford. In Stanford begin je als assistant professor. Na 4 jaar evalueert een commissie op basis van publicaties en de naam en faam die je in het wereldje verwerft, of je het tot associate professor kan schoppen. Die klip is Bekaert gepasseerd en hij stoomt nu op naar een vaste benoeming. Met het huidige curriculum kan hij gewoon die laatste stap niet missen, behalve misschien in Stanford. Met minder dan de absolute wereldtop is men er niet tevreden. Aan de weg naar de top begon de 32-jarige Oost-Vlaming te timmeren tijdens de humaniora. Hij volgde wetenschappelijke A in zijn geboorteplaats Zottegem. Het was de traditie dat de knapste koppen van het College Onze Lieve Vrouw van Deinsbeke burgerlijk ingenieur in Gent gingen studeren. Geert Bekaert revolteerde tegen deze subtiele dwang en koos voor economie, ook omdat bij deze studiekeuze talen en vakken als filosofie of sociologie op het programma stonden. Literaire of culturele studies droegen steeds zijn voorkeur weg, maar het vooruitzicht van mindere kansen op de arbeidsmarkt weerhield hem ervan die aan te vatten. Op die markt vond hij na vier jaar grote of grootste onderscheiding een plaatsje bij de studiedienst van de Kredietbank. Eigenlijk wou Geert Bekaert in het buitenland verderstuderen maar zette te laat de lange aanloopprocedure op de rails. Uitstel is geen afstel en het volgende jaar vatte de econoom een doctoraat aan en koos daarvoor de Northwestern University. Het was de beste universtiteit van diegenen die Bekaert ook een volledige studiefinanciering aanboden. Het bleek een goede gok want Northwestern werkte zich verder op naar de status van topuniversiteit. Op de koop toe bood Hodrick hem tijdens zijn tweede (van de vijf) doctoraatsjaar losjes over de telefoon een job aan. In zijn zog bouwde Bekaert stelselmatig aan een ijzersterke reputatie. Na het behalen van zijn doctoraat is Bekaert dan ook een gegeerde vogel op de academische markt, georganiseerd volgens een vast stramien. Tijdens een jaarlijkse conferentie voor alle sociale wetenschappen proberen de universtiteiten in rechtstreekse concurrentie de grootste talenten te strikken. Op die hersenmarkt sporen ook steeds meer Wall Street en de Europese scholen talent op. Uit de ontelbare interviews komen tijdens de conferentie dan een zes- à zevental toppers uit elk vakgebied naar voren. In '92 in New Orleans is Bekaert één van de zeven economisten die elke topschool wil inlijven. Stanford drijft het zover dat ze liever niemand recruteren als ze niet één van die zeven kunnen aantrekken. De fly-outs waarbij de universtiteit de kandidaat uitnodigt om hem verder op de rooster te leggen vliegen de Oost-Vlaming om de oren. Na die fase volgen dan de jobaanbiedingen. Enkel Chicago biedt Bekaert geen job aan, tot groot jolijt van Stanford. Het hele proces is te vergelijken met de draft in het Amerikaanse basketbal, waarbij de clubs uit de NBA ook eenmaal per jaar uit het beschikbare talent kunnen recruteren. Elke zichzelf respecterende universiteit in de VS voert het basketbal hoog in het vaandel. De universitaire kampioenschappen zijn de kweekschool van de NBA en lokken een enorme belangstelling. Ook Geert Bekaert is er verslingerd op. Niet dat hij op basis van zijn dunkkwaliteiten zijn plaats op Stanford kan afdwingen wat voor studenten nochtans best mogelijk is in de VS. Voor Bekaert telt het geleverde onderzoekswerk. Chicago besefte de foute inschatting in New Orleans en trekt nu naast andere topuniversiteiten hard aan de mouw van Bekaert. In de competitieve Amerikaanse academische wereld reageerde Stanford prompt met een salarisverhoging en een versnelling van de procedure naar een vaste benoeming. De koers van Geert Bekaert lijkt uitgestippeld maar hij staat op een kruispunt. In de VS blijven, betekent dat zijn dochtertjes Laura (2 jaar) en Britt (6 maanden) school moeten lopen in Amerika. Vele Europeanen werkzaam in de VS knappen hierop af en keren op hun stappen terug. Zijn vrouw Ann heeft ook wat moeite met het vriendelijke maar o zo oppervlakkige sociale leven. Een uitwijkmogelijkheid is de City in Londen. De beleggers op het veld ontdekken steeds meer zijn werk. Maar dan moet de gedreven wetenschapper de Amerikaanse researchcultuur vaarwel zeggen, waarin hij nu optrekt met gewezen Nobelprijswinnaar Bill Sharp en kandidaatwinnaar Myron Scholes. Wie weet... DAAN KILLEMAES