1918 was een zwart jaar voor de Weense kunst. Toen moest de Oostenrijkse hoofdstad afscheid nemen van haar belangrijkste artiesten: Gustav Klimt, Egon Schiele, Koloman Moser en Otto Wagner. En daarmee ook van haar artistieke bloeiperiode, die zeker twintig j...

1918 was een zwart jaar voor de Weense kunst. Toen moest de Oostenrijkse hoofdstad afscheid nemen van haar belangrijkste artiesten: Gustav Klimt, Egon Schiele, Koloman Moser en Otto Wagner. En daarmee ook van haar artistieke bloeiperiode, die zeker twintig jaar had geduurd. Dat er ook na de Wiener Secession wel degelijk iets te beleven was in Wenen, bewijst de nieuwe tentoonstelling in Bozar. Beyond Klimt zoomt in op de periode tussen de twee wereldoorlogen en toont hoe het surrealisme, het expressionisme, het constructivisme en andere bewegingen er een voedingsbodem vonden. Het werk van Klimt, Schiele en Moser wordt geconfronteerd met dat van de volgende generatie: Oskar Kokoschka, László Moholy-Nagy, Frantisek Kupka en Alfred Kubin. In Brussel is permanent een kunstwerk van Gustav Klimt te zien: een driedelige mozaïek in het Stocletpaleis. Helaas is die parel in privéhanden en geraakt niemand er binnen. Maar Bozar liet een virtualreality-animatie maken. De expo kadert in Focus on Austria: een multidisciplinair programma rond Oostenrijk. De muzikale klepper is de Wiener Philharmoniker onder leiding van de legendarische negentigjarige Zweedse dirigent Herbert Blomstedt.