The Twilight Zone, de legendarische tv-serie uit het begin van de jaren zestig, dompelde de kijker onder in een wereld die aanvankelijk normaal leek, maar plots helemaal van slag raakte. De werkelijkheid heeft nu de fictie ingehaald. Sinds enkele maanden bevinden we ons in een vreemde wereld waarin we worden betaald als we geld lenen en waarin sommigen denken dat het beter is geld in een kluisje te bewaren in plaats van het op een spaarrekening te zetten. Welkom in de wereld van de negatieve intresten.
...

The Twilight Zone, de legendarische tv-serie uit het begin van de jaren zestig, dompelde de kijker onder in een wereld die aanvankelijk normaal leek, maar plots helemaal van slag raakte. De werkelijkheid heeft nu de fictie ingehaald. Sinds enkele maanden bevinden we ons in een vreemde wereld waarin we worden betaald als we geld lenen en waarin sommigen denken dat het beter is geld in een kluisje te bewaren in plaats van het op een spaarrekening te zetten. Welkom in de wereld van de negatieve intresten. Door een combinatie van drie elementen: de vrees voor het uiteenspatten van de eurozone, de dreiging van deflatie en de weerslag van het zeer agressieve beleid van de centrale banken. De vrees voor het uiteenvallen van de eurozone bereikte een hoogtepunt in de vroege zomer van 2012. Op dat moment begonnen de intresten negatief te worden: de investeerders bleken bereid te betalen om hun geld te plaatsen in waardepapier van de sterkste eurolanden. De ECB kon de markt tegen eind juli 2012 kalmeren, maar de vrees voor een instorting van de euro verdween niet. Het Griekse probleem is nog altijd niet opgelost en de besmetting kan zich nog verspreiden. De ex-voorzitter van de Amerikaanse Federal Reserve (Fed) Alan Greenspan denkt nu nog dat de uittrede van Griekenland uit de euro "slechts een kwestie van tijd" is. Daarnaast is er ook de vrees voor deflatie. Alle Europese landen zijn tegelijkertijd beginnen te besparen en dat stopte de groei abrupt. Die stagnatie van de economie leidde tot een stagnatie van de prijzen, die nog verergerde door de daling van de olieprijzen. Intresten worden geacht de investeerders te beschermen tegen de inflatie, maar als de inflatie negatief is -- zoals nu -- dan kunnen die intresten eveneens negatief worden (zie grafiek Ook de inflatie is negatief). En dan is er nog het beleid van de Europese Centrale Bank (ECB). Die heeft haar programma in gang gezet om per maand 60 miljard euro aan obligaties op te kopen. Bedoeling is de langetermijnrente naar beneden te halen en de euro te verzwakken om zo de economie op te peppen. Door die inkopen en omdat de staten niet meer effecten uitgeven, wordt de obligatiemarkt uit evenwicht gebracht. En dat duwt de intresten nog iets meer in de negatieve zone. Ten slotte kent voornamelijk Zwitserland een massale toevloed van door de crisis afgeschrikte deposito's. Zwitserland poogde aan die toevloed te weerstaan door negatieve intresten in te voeren, maar niets hielp: de Zwitserse frank wordt beschouwd als een verdedigingslinie tegen de zwakte van de euro en het crisisrisico. Voor die verdediging zijn de investeerders bereid te betalen. Ja. Er waren in het verleden weliswaar schaarse episodes van negatieve rente, maar de huidige periode is in meerdere opzichten ongezien. In de eerste plaats wegens de omvang van de bedragen die op het spel staan. Op dit ogenblik bestaat er bijna 2000 miljard euro aan obligaties met een negatieve rente. In Zweden, Denemarken, maar vooral in de eurozone (1500 miljard). En het gaat niet langer om de rente op één of drie maanden, zoals in 2012. Vandaag kunnen Frankrijk, België, Finland, Oostenrijk, Nederland en Zweden op vijf jaar lenen tegen een negatieve rente (zie grafiek België leent negatief op vijf jaar). Denemarken en Duitsland op zes of zeven jaar. Zwitserland op tien jaar. Nieuw is ook dat grote ondernemingen (Nestlé, GDF Suez) obligaties konden uitschrijven tegen licht negatieve of nulrente. De depositorente, waarmee de centrale bank de overtollige liquiditeiten vergoedt die de banken bij haar deponeren, is ook negatief geworden. Met andere woorden, banken die geld bij de ECB, de Banque Nationale Suisse (BNS) of Danmarks Nationalbank willen onderbrengen, moeten daarvoor betalen: 0,2 procent aan de ECB, 0,75 procent aan de BNS en de Deense centrale bank. Meer nog: voor het eerst in de geschiedenis is de richtrente van een centrale bank negatief geworden. Dat gebeurde in Zweden. De richtrente is voor een centrale bank de belangrijkste herfinancieringsrente (het is de rente waartegen een bank financiering kan krijgen bij de centrale bank door obligaties van goede kwaliteit als garantie in te brengen). Ook Denemarken was getuige van een wereldprimeur met de seksuologe Eva Christiansen als onwaarschijnlijke protagoniste. "Niet wegens haar beroep", legt de Financial Times droog uit, "maar omdat ze de eerste was die kon lenen tegen een lichtjes negatieve intrest (- 0,0172 procent op drie jaar)." Ja. We zijn nog voor minstens maanden vertrokken. Opdat de anomalie zou verdwijnen, moeten niet alleen de problemen van de eurozone worden opgelost, maar moet ook het risico op deflatie vervliegen en moeten de centrale banken terugkeren naar een normaal monetair beleid. De ECB heeft gezegd dat ze haar inkoopprogramma zal voortzetten tot de inflatie weer normaal evolueert, wat neerkomt op een prijsstijging van iets minder dan 2 procent. Ze voegde er wel aan toe dat haar inkoopprogramma geacht wordt tot september 2016 te lopen. Volgend jaar wordt immers cruciaal: de ECB ziet de groei weer aantrekken (ze verwacht 1,9 % in de eurozone) en de inflatie weer op gang komen (1,5 %). Slecht. Nikolay Markov, econoom van de bank Pictet, zegt dat negatieve intresten een macro-economisch ziektebeeld vormen. De markten zijn de kluts kwijt. "We worden geconfronteerd met onconventioneel beleid van de centrale banken. We mogen ons dus ook verwachten aan onconventionele gevolgen", bevestigt Steven Major, verantwoordelijk voor de studies van het departement fixed income bij de bankgigant HSBC. "Een van de gevolgen is dat obligaties voortaan niet meer verhandeld worden als obligaties, maar als grondstoffen, en dat de investeerders gaan speculeren op de prijzen." Obligaties die nog een positieve rente bieden, leveren inderdaad geen echte vergoeding meer op. De Duitse rente op tien jaar is teruggevallen op 0,2 procent, onze OLO's op 0,4 procent. Niet alleen brengen de staatsobligaties niets meer op, ze worden ook riskant: als de rente weer normaal wordt -- stijgt dus --, ziet al wie obligaties tegen negatieve rente kocht de koers van zijn beleggingen instorten. Enkele weken geleden trokken de grote obligatiefondsenbeheerders in Financial Times aan de alarmbel: de obligatiemarkt maakt een speculatiebubbel mee die dreigt uiteen te spatten en heel wat schade kan aanrichten. Bovendien leidt de ene bubbel naar de andere. Omdat de obligaties van aard veranderd zijn, keren meer investeerders zich naar de beurs, waar de waarderingen ook beginnen toe te nemen tot soms onredelijke grenzen. Dat is de vraag van 1 miljoen. Een eerste regel is dat men zijn risicoprofiel niet mag veranderen omdat obligaties niets meer opbrengen. Wie allergisch is voor de volatiliteit van de aandelenmarkt moet zichzelf niet dwingen op de beurs te gaan. Regel twee: het is meer dan ooit belangrijk om spaargeld te spreiden. Derde regel: wees nieuwsgierig en interesseer u ook voor alternatieve fondsen die van een uitzonderlijke situatie kunnen profiteren. Vergeet echter niet dat de hefboomfondsen vaak een groot nadeel hebben: hun povere liquiditeit. Het is soms moeilijk om zeer snel van dat soort investeringen los te komen. Vier: besteed meer aandacht aan specifieke waarden dan aan activaklassen. De Amerikaanse markt kan misschien duur lijken, maar sommige Amerikaanse blue chips in defensieve sectoren verdienen beslist nog aandacht. Ja. De gereglementeerde spaarrekening is zeker een niet te versmaden beleggingsinstrument. We zijn nog niet zover als in Zwitserland, waar sommigen vinden dat het beter is een kluisje te huren om hun geld in op te bergen. Het spaarboekje biedt de garantie dat het rendement niet negatief kan worden. De gereglementeerde spaarrekening moet minstens een basisrente van 0,01 procent en een getrouwheidspremie van 0,1 procent opbrengen, samen 0,11 procent. Goed, een spaarboekje dus, maar hetwelke? Sommige boekjes brengen al niet meer dan 0,2 procent op (basisrente + getrouwheidspremie). Andere bieden tien keer meer. De Distingo Plus van de PSA Bank biedt 2 procent, de Ritmo van bpost nog altijd 1,75 procent. Ook daar moeten keuzen gemaakt worden. Dat negatieve intresten op gereglementeerde spaarrekeningen taboe zijn, wil niet zeggen dat ze niet op andere producten kunnen bestaan. In Zwitserland, Duitsland en Denemarkten worden deposito's op sommige grote professionele rekeningen al getroffen door een negatieve rente. Daar ligt de marktrente nog een stuk lager dan bij ons. Ook in België moeten bepaalde bedrijven echter geld betalen om geld bij de bank te parkeren. KBC is de eerste bank die een negatieve rente toepast op kortlopende deposito's van zeer grote bedrijven. BNP Paribas Fortis en ING België zeggen geen negatieve rente aan te rekenen; Belfius weigert commentaar. KBC rekent een negatieve rente aan op kredietformules waarbij de intrest gekoppeld is aan de euribor-rente. Deze interbankenrente op drie maanden (de belangrijkste looptijd) is sinds vorige week negatief. "Als stelregel hanteren we een nulrente, maar we maken een uitzondering voor enkele grote ondernemingen", zegt KBC. "Het gaat om zeer grote bedrijven, niet om kmo's. De facto is er voor 99,9 procent van de bedrijven geen negatieve rente." Voor particulieren is geen sprake van negatieve intresten, maar natuurlijk rekenen de banken een aantal kosten aan, en die kunnen het rendement van de deposito's onder nul duwen. Bovendien dreigen de bankkosten in de toekomst toe te nemen. De Nationale Bank dringt erop aan die zo veel mogelijk door te rekenen aan de klanten opdat de banken hun winstcapaciteit op peil houden. De verzekeraars worden al even erg getroffen als de bankiers. Hun taak is de premies die ze ontvangen te doen gedijen door ze te investeren in lonende en risicoloze activa, in essentie staatsobligaties. Maar als die niets meer opbrengen, beginnen de verzekeraars zich af te vragen hoe ze nog de gulle gegarandeerde rendementen kunnen opbrengen die ze hun klanten beloofden toen de rente nog op 4 of 5 procent stond. Bij Ethias was men zich weldegelijk bewust van het probleem, dat zich bijzonder scherp stelde voor de First-rekeningen van de eerste generatie, de contracten die een rente voor het leven garandeerden. Om dat risico aan te pakken heeft de Luikse verzekeraar zijn klanten in maart aangeboden om uit hun contract te stappen in ruil voor een premie gelijk aan vier jaar rendement, ongeveer 14 procent. De operatie was een succes. De verzekerden trokken 1,7 miljard euro terug van de 3,2 miljard aan reserves van de First-rekeningen. Andere verzekeraars zijn nog niet zo ver. "De stresstests die uitgevoerd werden door de Europese Autoriteit voor Verzekeringen en Bedrijfspensioenen tonen aan dat 24 procent van de verzekeraars in een scenario van lage intrestvoeten niet aan de solvabiliteitsvereisten dreigen te voldoen", noteerde het IMF vorig week in zijn rapport over de financiële stabiliteit in de wereld. We mogen ons dus verwachten aan nog meer operaties 'à la First'. De zaak van de Deense Eva Christiansen lijkt aanlokkelijk. Zou het ook mogelijk zijn om in België tegen een negatieve rente te lenen? Voorzichtigheid is geboden, want er is nog geen jurisprudentie, maar in principe is het antwoord nee. "Zelfs als de referentierente van een krediet, zoals die van de hypotheekleningen met variabele rente, in negatief gebied verzeilt, dan nog kan de kredietrente niet onder nul dalen", merkt Rodolphe de Pierpont (Febelfin) op. Waarom? Omdat een krediet naast de betaling van de intresten ook de terugbetaling van de (geleende) hoofdsom omvat. Als de intresten negatief worden, betaalt de ontlener geen intrest meer, maar blijft de terugbetaling van het volledige kapitaal wel verschuldigd. In een optimistisch scenario moeten de negatieve intresten in het tweede semester van dit jaar verdwijnen als men ervan overtuigd geraakt dat de economie opleeft en als de Verenigde Staten de rente voorzichtig beginnen op te trekken. In een pessimistisch scenario trekt de economie niet aan en moet we ons voorbereiden op jaren van nulgroei, zoals in Japan, ofwel stijgen de intresten bruusk en dan dreigt een gigantische krach op de obligatiemarkt met ongekende, maar mogelijk vernietigende gevolgen. "De volgende crisis wordt erger dan de huidige", waarschuwt Jamie Dimon, de baas van de belangrijkste Amerikaanse bank JP Morgan Chase (zie De crisis volgens Jamie Dimon). Dimon maakt zich vooral zorgen over de liquiditeit. De nieuwe regels verplichten de banken meer staatsobligaties aan te houden en ontmoedigen de banken om op te treden als markthouder omdat die functie veronderstelt dat meer kapitaal vrijgemaakt wordt. Meteen wordt de obligatiemarkt oppervlakkiger. Maar in een crisis komt er altijd een moment dat de investeerders cash nodig hebben en zich allemaal tegelijk ontdoen van de effecten die hen het meest liquide lijken, namelijk de staatsobligaties. Als er niemand meer is om die te kopen, dreigt een implosie voor het wereldwijde financiële systeem. Welkom in de twilight zone. Pierre-Henri Thomas en Patrick ClaerhoutAls de rente weer normaal wordt -- stijgt dus --, ziet al wie obligaties tegen negatieve rente kocht de koers van zijn beleggingen instorten. In een pessimistisch scenario trekt de economie niet aan en moet we ons voorbereiden op jaren van nulgroei, zoals in Japan.