NCMV-enquête.
...

NCMV-enquête.In zijn reeks kmo-cahier brengt het NCMV (de organisatie voor zelfstandige ondernemers) vandaag, 9 mei, een aflevering over de concrete gevolgen van de invoering van de euro voor kmo's. Daarin verschijnen de resultaten van een enquête bij 196 internationaal actieve kmo's, waarvan 80 uitsluitend handeldrijven met de 3 buurlanden, 47 alleen actief zijn in Europa, en 69 wereldwijd handeldrijven. Een meerderheid van de 196 (55 %) staat positief tot zeer positief tegenover invoering van de euro, 35 % is neutraal en slechts 10 % is afkerig (zie grafiek). Van de 196 zijn er 191 uitsluitend actief in 1 van de volgende domeinen : productie (87), groothandel (70), trading (22) en agentschap (12). Van de productie-kmo's neemt 64 % een positieve tot zeer positieve houding aan, van de agenten 68 %. Onder de traders en de groothandelaars is de aanhang kleiner : van hen verwelkomt 43 % respectievelijk 42 % de komst van de euro. Merkwaardig is dat slechts 3,9 % van de ondervraagden het correcte jaar kent waarin alleen nog met euro's kan worden betaald (het jaar 2002). De euro zal vooral invloed hebben op het wisselkoersrisico en de transactiekosten : 65 % en 63 % van de ondervraagden vonden de impact van de euro hierop "belangrijk" tot "zeer belangrijk". Van de 196 kmo's dekken 100 (51 %) zich in tegen wisselrisico's en 94 (48 %) niet.54 % van de ondervraagden noemde de invloed van de euro op prijzen "belangrijk" tot "zeer belangrijk". Bij omzetting van de prijzen in euro's kunnen inderdaad hogere prijzen ontstaan door afronding, volgens het NCMV. Met de muntunie zullen de consumenten bovendien gemakkelijker dan vroeger prijzen kunnen vergelijken. Die vergelijking kan negatief uitvallen voor de Belgische ondernemingen, volgens het NCMV, omdat België in vergelijking met onze 4 buurlanden het hoogste BTW-tarief (21 %) toepast in de detailhandel. Tenslotte, door de euro zullen kmo's die voordien in diverse munten factureerden op de buitenlandse markten en daar hogere prijzen vroegen dan in België (omwille van hogere kosten of verplicht toe te kennen kortingen) minder speelruimte krijgen.Bij wijze van voorbeeld stelde de Nederlandsche Bank de kosten van de overschakeling naar de euro voor de Nederlandse bedrijven gelijk aan 1 % van de toegevoegde waarde. Zich daarop baserend, zouden volgens het NCMV de kosten voor de Belgische ondernemingen 60 miljard frank bedragen.