Sinds 1996 voert de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling ( Oeso) strijd tegen de verstorende effecten van belastingconcurrentie op investerings- en financieringsbeslissingen. Volgens de organisatie van industrielanden vormen belastingparadijzen een gevaar voor de integriteit van het internationale fiscale systeem.
...

Sinds 1996 voert de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling ( Oeso) strijd tegen de verstorende effecten van belastingconcurrentie op investerings- en financieringsbeslissingen. Volgens de organisatie van industrielanden vormen belastingparadijzen een gevaar voor de integriteit van het internationale fiscale systeem. Vorige maand publiceerde de Oeso haar nieuwe lijst van zondaars. Van de oorspronkelijke 41 misdadigers blijven nog zeven vrijbuiters over: Andorra, Liechtenstein, Liberia, Monaco, de Marshalleilanden, Nauru en Vanuatu. Zij missen transparantie in hun wetgeving en weigeren informatie voor gerechtelijke onderzoeken te verstrekken. De 34 andere landen hebben allemaal beloofd tegen eind 2005 hun oneerlijke regimes op te doeken, en zich aan te passen aan de regels van deugdelijk bestuur. Transacties in deze exotische gebieden worden dus algemeen als ethisch aanvaardbaar beschouwd. Wat internationale reputatie betreft, bieden de Britse Kanaaleilanden goede waarborgen. Een korte voorstelling. Jersey, Guernsey en Sark liggen vlak voor de Franse kust, op een uurtje varen van Cherbourg of Saint-Malo. Ze maakten deel uit van het hertogdom Normandië en kwamen na de slag om Hastings in 1066 onder de Engelse Kroon, maar kregen de paradoxale status van onafhankelijke-afhankelijke gebieden. In die zin zijn de Kanaaleilanden niet onderworpen aan de Engelse regelgeving. Britse wetten gelden slechts wanneer dit uitdrukkelijk door de lokale parlementen wordt erkend. Zo zijn ze géén lid van de Europese Unie. De Kanaaleilanden wisten hun volledige fiscale autonomie te bewaren, maar hebben geen uitgebeid netwerk van internationale dubbelbelastingverdragen afgesloten. Sinds de schandalen op het eind van de jaren tachtig beschikken ze over een uitzonderlijk strenge financiële wetgeving om crimineel geld buiten de deur te houden. Op Jersey kunnen ondernemingen profiteren van vrijstelling van belasting wanneer er geen enkele ingezetene van Jersey belang heeft in de onderneming, en op voorwaarde dat de echte eigenaars hun identiteit hebben onthuld aan de bevoegde autoriteiten. Een 'vrijgestelde onderneming' moet haar activiteiten buiten het eiland voeren. Behalve voor het voeren van haar administratie mag een onderneming ook geen vaste inrichting op het eiland hebben. Op Jersey wordt op vermogensaangroei geen belasting betaald. Er is evenmin een vermogensbelasting of een belasting op onderhandse schenkingen, en successierechten zijn er ook niet (behalve een zegelrecht van 3 à 4% op testamenten). Guernsey heeft zich de voorbije jaren opgewerkt tot het op twee na belangrijkste captive insurance-centrum ter wereld, na Bermuda en de Kaaimaneilanden. Het heeft alleen met het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk verdragen afgesloten om dubbele belasting te voorkomen. Op Sark vinden we nog absolute fiscale folklore. De uitvoerende macht is in handen van de Seigneur, de leenman van de Engelse kroon. Hij heeft een aantal bijzondere voorrechten. Zo mag hij als enige van het eiland duiven houden en een teef hebben. Sark is bij toeristen ook bekend omdat het alleen met paard en kar kan worden verkend. Auto's zijn er immers bij 'wet' van de Seigneur verboden. Geen enkele van de veertig grondeigenaars mag zijn eigendom verkopen zonder toestemming van de Seigneur. In ruil voor zijn goedkeuring 'krijgt' hij één dertiende van de verkoopprijs. De eigenaars moeten daarnaast een belasting betalen van één kip per schoorsteen, wat ze meteen recht geeft op een zitje in het lokale parlement. De Seigneur zelf betaalt jaarlijks 1,78 Britse pond belasting aan de Britse Kroon. Daarmee hebben we álle belastingen op Sark gehad: het eiland heft verder geen belastingen op individuen en kent geen vennootschapsbelasting - om de eenvoudige reden dat men er geen vennootschappen kan oprichten. Sark leent zich daarentegen wel als 'administratieve' locatie voor een non-resident company met zetel in Ierland of Liberia. (*) Bron: Peter Vanderbruggen, Belastingparadijzen, Antwerpen, Kritak, 1995.