Wanneer een producent overweegt om een exclusieve distributieovereenkomst eenzijdig op te zeggen om een andere reden dan een ernstige fout, moet hij de situatie analyseren op basis van twee grote criteria: de opzegtermijn en de eventuele toekenning van een billijke schadevergoeding.
...

Wanneer een producent overweegt om een exclusieve distributieovereenkomst eenzijdig op te zeggen om een andere reden dan een ernstige fout, moet hij de situatie analyseren op basis van twee grote criteria: de opzegtermijn en de eventuele toekenning van een billijke schadevergoeding. De wet bepaalt dat opzegging alleen mogelijk is na een redelijke termijn of na betaling van een vergoeding in geval van opzegging met onmiddellijke ingang. De opzegtermijn is bedoeld om de afgewezen concessiehouder de kans te geven om "een bron van netto-inkomsten te verwerven die gelijkstaan met wat hij eventueel heeft verloren door een volledige of gedeeltelijke omschakeling van zijn activiteiten". Aangezien de wet hiervoor geen berekeningsmethode heeft vastgelegd, past de rechtspraak meestal zes basiscriteria toe om de opzegtermijn te bepalen. De duur van de relatie tussen de partijen. Gewoonlijk oordelen de rechtbanken dat de opzegtermijn in overeenstemming moet zijn met de concessieduur. In ons concrete geval (overeenkomstig een deel van de rechtspraak) werd de lange duur van de concessie echter ingeroepen om de opzegtermijn te verkorten. De concessiehouder kon de kosten om zijn bedrijf weer rendabel te maken immers afschrijven. Het hof van beroep argumenteerde bovendien dat "de lange duur van de concessie een duidelijke erkenning is van de kwaliteit van de dienstverlening, wat de concessiehouder als troef kan uitspelen om een andere concessie te vinden". De grootte en de evolutie van de omzet van de in concessie gegeven producten Het aandeel van de concessie in de activiteiten van de distributeur De territoriale omvang van de concessie De bekendheid en de aard van de producten, plus het bestaan van concurrerende producten. De geschrapte concessiehouder zal het des te moeilijker hebben om zijn marktpositie snel te herstellen als het verdeelde merk grote bekendheid genoot of als hij geen concurrenten had. De gedane investeringen. Deze lijst is niet volledig. "Elke partij kan feitelijke elementen aanbrengen die bewijzen dat de reconversie moeilijk of juist gemakkelijker verloopt", aldus Florence Danis, advocate bij Linklaters. Zo argumenteerde de importeur met succes dat de dealer niet alle reconversiemogelijkheden benutte die hij kreeg na de herstructurering van de automobielsector (erkend hersteller blijven). Doordat er heel wat elementen een rol spelen bij de berekening, kunnen de door de rechtbank vastgelegde opzegtermijnen variëren van enkele weken tot verschillende jaren. Wat de berekening van de opzegvergoeding betreft, kwam de rechtspraak tot de volgende formule: de gemiddelde nettowinst vóór belasting, verhoogd met de niet-samendrukbare kosten, berekend voor de laatste drie jaar van de concessie. Ook hier wordt de vergoeding echter geval per geval berekend. Naast de opzegtermijn, en als er geen sprake is van een ernstige fout, heeft de geschrapte concessiehouder in drie gevallen ook recht op een billijke bijkomende schadevergoeding. Voor bekende meerwaarde inzake cliënteel die voor de producent verworven blijft na opzegging van de overeenkomst. In ons concrete geval argumenteerde het hof dat de concessiehouder reële inspanningen had geleverd en dat "de reputatie van de merken die hij verdeelde op zich niet volstond om een aanzienlijk cliënteel aan te trekken en te behouden". Ook hier legt de wet geen specifiek berekeningsmodel op. De rechtspraak baseert zich nu eens op de omzet, dan weer op de bruto- of nettowinst. Voor de door de concessiehouder gemaakte kosten die na afloop van het contract ten goede van de concessieverlener komen. Een voorbeeld is een reclamecampagne die de distributeur vlak voor de opzegging van de overeenkomst lanceert en financiert. Voor de ontslagvergoedingen aan het personeel, als de concessiehouder gedwongen is om als gevolg van de opzegging werknemers te ontslaan. Om een gerechtelijke procedure te vermijden, raadt Danis de partijen uiteraard aan om een onderling akkoord te bereiken. "Producenten moeten zich redelijk opstellen bij de berekening van de opzegtermijn en altijd ruimte laten voor onderhandelingen." Ze stelt ook voor om in de overeenkomst een flexibele formule in te lassen om de opzegtermijn te berekenen (bijvoorbeeld een basistermijn verhoogd met één maand per periode van vijf jaar), ook al moeten de draagwijdte en de geldigheid ervan getoetst worden aan de reële situatie. Ze raadt de partijen ook aan om het eens te worden over situaties die leiden tot beëindiging zonder opzegtermijn, bijvoorbeeld omdat een concurrent de controle verwerft over het aandeelhouderschap van de distributeur of omdat de verkoopquota niet worden nageleefd. CAROLINE STAQUET