De komende zes maanden zullen zeer moeilijk zijn voor de Europese economie. Bedrijven moeten als het ware de woestijn door. Een barre periode waarin orders terugvallen, projecten worden geschrapt en ook de financiering moeilijker verloopt. Banken zijn kritischer op kredieten en de beurs biedt geen interessante mogelijkheden.
...

De komende zes maanden zullen zeer moeilijk zijn voor de Europese economie. Bedrijven moeten als het ware de woestijn door. Een barre periode waarin orders terugvallen, projecten worden geschrapt en ook de financiering moeilijker verloopt. Banken zijn kritischer op kredieten en de beurs biedt geen interessante mogelijkheden.Een woestijntocht vergt veel, maar het is niet zo dat de sterkste en de meest gezonde individuen deze lijdensweg het best doorstaan. Wel degene met het meeste water. Zelfs de sterkste zal het niet redden zonder het kostbare vocht. In bedrijfstermen betekent dit dat bedrijven die niet zelfbedruipend zijn gedurende een recessieperiode sneller zullen sneuvelen. Ze hangen af van anderen om hen water toe te dienen, wat in een kritieke periode steeds gebeurt aan minder interessante voorwaarden.Vertaald in financiële termen komt het erop neer dat ondernemingen met een positieve cashflow een sterkere buffer hebben dan bedrijven die in deze periode een negatieve kasstroom laten optekenen. De kasstroom is het verschil tussen de kasinkomsten en de kasuitgaven. Normaal moet het bedrijf zelfs autonoom in staat zijn om noodzakelijke vervangingen van machines zelf te financieren. Dat is de vrije cashflow. De vrije kasstroom als een percentage van de marktkapitalisatie definiëren we als de free cashflow yield. Deze vrije kasstroom meet dus de capaciteit om zelf water te produceren, nodig om een moeilijke periode zelfstandig door te komen. Sommige sectoren hebben een zeer stabiele creatie van vrije cashflow. De nutsbedrijven bijvoorbeeld genereren heel wat onmiddellijke kastegoeden en kunnen hun projecten zeer lang op voorhand bepalen. Het zijn geen cyclische sectoren: hun activiteit heeft weinig te lijden onder de economische conjunctuur.Sectoren die beter scoren dan het gemiddelde bevinden zich rechts van de rode lijn: zij hebben in de afgelopen jaren getoond in staat te zijn veel 'water' te kunnen produceren. Ze moeten echter ook in staat zijn om dit te doen in moeilijke omstandigheden. De afgelopen vijf jaren waren immers heel goed op economisch vlak, en in niets te vergelijken met de periode die voor ons ligt. Daarom brengen we een bijkomende dimensie in onze analyse: hoe stabiel is de kasstroom geweest? Als de bedrijven heel stabiele kasstromen hebben, zijn ze in een stressperiode (zeg maar recessie) beter in staat om dit te herhalen. De sectoren die boven de rode lijn (marktgemiddelde) liggen, hebben een betere weerstand dan de andere. Ze zullen hun vermogen om water te produceren niet verliezen bij de eerste stappen in de woestijn.Op basis van deze twee criteria kunnen we vier groepen onderscheiden.Deze analyse heeft haar sterke en zwakke punten. Het helpt echter om bepaalde vergissingen te voorkomen: sectoren of bedrijven die beweren dat ze zonder water de woestijntocht zullen overleven moet u mijden. De sterke en stabiele bedrijven zullen ook een oase van opportuniteiten bieden. Ze kunnen hun water duur verkopen: overnames en nieuwe groeiprojecten zullen eerder van hen komen. Deze analyse kan ook op bedrijfsvlak worden gemaakt. Het best scorende bedrijf in België is Interbrew: een woestijntocht hoeft niet met water te gebeuren, bier is ook goed! Geert NoelsDe auteur is hoofdeconoom van Petercam.Het best scorende bedrijf in België is Interbrew: een woestijntocht hoeft niet met water te gebeuren, bier is ook goed!