Het debat over de Europese eenwording heeft volgens Daniël Guéguen een optater nodig. Hij doet dat met zijn nieuwste boek L'Europe à contre sens ( Rennes, Editions Apogée). Guéguen kent de Europese Unie van binnenin. Hij was directeur-generaal van de Europese Suikerfederatie, secretaris-generaal van het verbond van Europese landbouwers ( Copa) en schreef onder andere het boekje Het Europees Labyrint : Praktische Gids (Die Keure, Brugge, uitgegeven in 15 talen). Hoewel overtuigd Europeaan en Bretoen (voorzitter van de Bretonse diaspora in de wereld) geeft Guéguen flink tegengas : tegen de dwangbuis van Maastricht "die sociale ravages aanricht omdat men té snel wil oprukken naar een eenheidsmunt" en tegen "het dogma van vrijhandel te állen prijze".
...

Het debat over de Europese eenwording heeft volgens Daniël Guéguen een optater nodig. Hij doet dat met zijn nieuwste boek L'Europe à contre sens ( Rennes, Editions Apogée). Guéguen kent de Europese Unie van binnenin. Hij was directeur-generaal van de Europese Suikerfederatie, secretaris-generaal van het verbond van Europese landbouwers ( Copa) en schreef onder andere het boekje Het Europees Labyrint : Praktische Gids (Die Keure, Brugge, uitgegeven in 15 talen). Hoewel overtuigd Europeaan en Bretoen (voorzitter van de Bretonse diaspora in de wereld) geeft Guéguen flink tegengas : tegen de dwangbuis van Maastricht "die sociale ravages aanricht omdat men té snel wil oprukken naar een eenheidsmunt" en tegen "het dogma van vrijhandel te állen prijze". TRENDS. Uw kritiek sluit aan bij de stellingen van de Europese topambtenaar Bernard Connolly, auteur van The Rotten Heart of Europe, die de muntunie de grond inboorde. U koestert kennelijk sympathie voor de Britse terughoudendheid. DANIEL GUÉGUEN. Niet helemaal. Ik ben doordrongen van het Europese ideaal, maar we spannen de kar vóór het paard. De eenheidsmunt moet de bekroning zijn voor een goed functionerende eenheidsmarkt en voor een harmonieus landbouwbeleid. Het ene, noch het andere loopt gesmeerd. Men zou eerst daarin orde op zaken moeten stellen. Het landbouwbeleid, dat 60 % van de EU-begroting opslorpt, kost jaarlijks zo'n 1400 miljard Belgische frank, met als resultaat dat steeds meer van onze boeren in de problemen geraken. Met het blindelings en koste wat het kost doordrammen naar de euro riskeren we dat de meeste landen buiten adem geraken of in de berm terechtkomen. Waardoor de publieke opinie afhaakt en de hele constructie in elkaar zakt. Men kan Europa niet door de strot van zijn burgers rammen. Momenteel komt slechts 0,007 % van de bevolking Luxemburg tegemoet aan de opgelegde convergentiecriteria. Laten we eerst de eenheidsmarkt afwerken. Van de 282 directieven zijn er momenteel 258 uitgewerkt.De 24 overige de meest essentiële blijven in de koelkast, maar intussen zet men àlles op de eenheidsmunt én gaat men tegelijkertijd naar een uitbreiding tot dertig leden ! De Unie vermenigvuldigt haar objectieven en prioriteiten op een waanzinnige manier. De goeroes hebben de toekomst getemd, voor hen bestaan er geen onzekerheden meer : 2001, intrede van Tsjechië, Hongarije en Slovenië ; amper vier jaar later, 2005, nog 25 nieuwkomers erbij ; 2010, een vrijhandelszone tot het hele Middellandse-Zeegebied. Een onderneming die zó overhaast en roekeloos te werk zou gaan, stort zich onvermijdelijk te pletter. De commissarissen noch de parlementairen kunnen de dossiers bijhouden. De experts kunnen evenmin volgen. En de essentie van het project gaat verloren. Veertig jaar na het Verdrag van Rome hebben we nog altijd geen juridisch kader voor het oprichten van Europese naamloze vennootschappen, wat schaalvergroting, inplanting van filialen, standaardisering van procedures zou vergemakkelijken. Buiten de Europese Economische Belangengroepering (GIEE), is er nog geen statuut voor een Europesecoöperatieve vennootschap, bvba of vzw. Geen spoor van gemeenschappelijke boekhoudkundige regels, audits of bedrijfsbalansen. Harmonisering van openbare aanbestedingen, Europese brevetten, noem maar op : de absolute leegte. Een professionele haarkapper met een Belgisch diploma mag vandaag pas in Frankrijk aan het werk nadat hij drie jaar stage gelopen heeft in een Frans kapsalon. Het uitbouwen van de eenheidsmarkt, ook op het sociale vlak, zou dé topprioriteit moeten zijn. Daar zit een enorm potentieel voor economische groei en jobcreatie. Een muntunie moet daar dan op langere termijn een logisch uitvloesel van zijn. Zonder te bruuskeren. Ik gun de Britten hun opting out, tot zij nadien wel zullen bijbenen. Elk land op zijn ritme. U opteert in uw eenheidsmarkt voor de "préférence communautaire" à la James Goldsmith (zie ook Omslagverhaal, blz.30). Een gemeenschap zonder vrije concurrentie sterft af, maar men vergeet dat een grote natie deze Europese natie in wording van vijftien lidstaten haar eigen rijkdom moet scheppen. Met heffingen van een kleine 5 % aan de buitengrenzen is er van protectionisme geen sprake. Dat beleid volgen de Verenigde Staten zowel onder Bush als onder Clinton en met de Nafta. Welnu, zij creëren de standaarden, de normen, de technieken en de media van de toekomst. Onze binnenlandse markt is groter dan de hunne, we hebben een groter BBP, maar op belangrijke domeinen hinken we achterna : inzake arbeidscreatie, nieuwe technologie. De VS leiden de dans en wij, wij... volgen. Welk soort Gemeenschap willen wij eigenlijk ? Hebben wij een specifiek Europees model en hoe ziet dat er dan uit ? Ik ben tegen een wilde globalisering, standaardisering, mondialisering. Al voel ik me perfect als Bretoen, Fransman, Europeaan én wereldburger. U verkettert de vrijhandelsakkoorden zoals die sinds '94-'95 onder impuls van Delors versneld tot stand kwamen.Daar is nooit ernstig studiewerk aan voorafgegaan. Kijken die Commissarissen, telkens ze erop uitrukken met hun vliegtuig om een vrijhandelsakkoord te sluiten in de vier windstreken van de wereld, wel eens naar beneden ? Ze zouden zich misschien realiseren dat Normandië niet de pampa is en dat men in Argentinië geen vlees produceert zoals in de Charolais. Ze zouden inzien dat grenzenloos productivisme en landbouw niet samengaan. We gooien deuren en vensters wagenwijd open, maar willen tegelijk álle verworven sociale (voor)rechten behouden. De Britten en de Amerikanen hebben begrepen dat zoiets niet kan. Inleveren zal onvermijdelijk zijn, maar de Europeanen verzetten zich daartegen en dus stijgt de belastingdruk : 46 % in Frankrijk, tegen 32 % in de VS, 24 % in Zuid-Korea, 18 % in Indonesië. Boven de 40 % zit je willens nillens in een socialistisch systeem en tegelijk willen we de kampioen zijn van de vrijhandel. Dat houdt geen steek. We produceren verliezers op alle fronten : steeds meer Europeanen die uit de boot vallen, maar ook in de opkomende landen worden de rijken rijker en de armen armer. Met simplistische oplossingen komen we er nooit uit. ERIK BRUYLAND