Minstens enkele honderden mensen die vijf jaar geleden een hypothecaire lening met een variabele rentevoet hebben afgesloten, passeren nu elke maand langs de kassa. Hun rentevoet is onder nul gezakt, waardoor ze elke maand geld verdienen aan hun hypothecaire lening. Maar de vraag rijst of op die negatieve rente roerende voorheffing is verschuldigd.
...

Minstens enkele honderden mensen die vijf jaar geleden een hypothecaire lening met een variabele rentevoet hebben afgesloten, passeren nu elke maand langs de kassa. Hun rentevoet is onder nul gezakt, waardoor ze elke maand geld verdienen aan hun hypothecaire lening. Maar de vraag rijst of op die negatieve rente roerende voorheffing is verschuldigd. "Door die extreem lage rentevoeten zijn we op onontgonnen terrein gekomen", zegt Jef Wellens, fiscalist bij Wolters Kluwer. "Ik heb al met enkele fiscalisten over het thema gepraat en de meningen zijn verdeeld. Er is geen precedent in die materie en dus moeten we het doen met de bestaande wetgeving. Die is voor interpretatie vatbaar." Wellens verwijst naar artikel 19 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992, dat het begrip intrest als volgt definieert: "intrest, premies en alle andere opbrengsten van leningen, daaronder begrepen zakelijke zekerheidsovereenkomsten met betrekking tot financiële instrumenten, van gelddeposito's en van elke andere schuldvordering". "Artikel 19 kwalificeert dus alle opbrengsten van leningen als intrest, zonder de termen kredietgever of kredietnemer te hanteren. Een ruime interpretatie van artikel 19 laat toe dat ook een negatieve rente fiscaal als intrest wordt beschouwd, want die is wel degelijk een opbrengst van een lening, ongeacht of je die toekende of toegekend kreeg", analyseert Wellens. "Wellicht zal de centrale belastingadministratie dat moeten uitklaren en haar officiële standpunt bekendmaken via een omzendbrief." ING en BNP Paribas Fortis betalen al een tijdje een negatieve rente aan sommige klanten met een hypotheeklening. Op de vraag of zij roerende voorheffing inhouden, kwam bij ING een nietszeggend antwoord. Bij BNP Paribas Fortis was het antwoord wel duidelijk. "Een negatieve rente is voor de kredietnemer geen opbrengst van een deposito of van een door hem verstrekte lening. Er is dus geen roerende voorheffing verschuldigd", reageert Hilde Junius, head of press office. Een lezer stelde de vraag via het contactcenter van de federale overheidsdienst Financiën en kreeg te horen dat hij roerende voorheffing zou moeten afdragen. "Als u intresten ontvangt van de bank, moet de bank daarop roerende voorheffing inhouden. De roerende voorheffing bedraagt 27 procent, maar wordt misschien verhoogd naar 30 procent vanaf 2017. Als uw bank roerende voorheffing inhoudt, moet u die niet meer aangeven in uw aangifte van de personenbelasting", liet een medewerker van de fiscus weten. Met dat antwoord draaide de ambtenaar eigenlijk om de hete brij heen, want het is net de vraag of de negatieve rente op een hypothecaire lening kan worden gelijkgesteld met intrest. Enkele dagen later kreeg onze lezer een nieuwe e-mail van dezelfde ambtenaar, met excuses voor het ongemak, waarin hij iets heel anders vertelde: de centrale belastingadministratie stelt de intresten die een bank betaalt aan een klant niet gelijk met inkomsten uit roerende goederen en kapitalen. "Er moet dus geen roerende voorheffing op betaald worden. En u moet dit bedrag dus ook niet vermelden in uw aangifte voor de personenbelasting", besluit de ambtenaar zijn e-mail. Dirk Van Thuyne