In de programma's van de politieke partijen is de fiscale behandeling van het roerend en onroerend vermogen van de burgers een belangrijk thema. Dat kan na de verkiezingen van 25 mei tot belangrijke verschuivingen leiden. Het consultancybureau Deloitte heeft de partijstandpunten in een studie geanalyseerd.
...

In de programma's van de politieke partijen is de fiscale behandeling van het roerend en onroerend vermogen van de burgers een belangrijk thema. Dat kan na de verkiezingen van 25 mei tot belangrijke verschuivingen leiden. Het consultancybureau Deloitte heeft de partijstandpunten in een studie geanalyseerd. "Slechts drie Europese landen -- Frankrijk, Spanje en Zwitserland -- hebben een vermogensbelasting", zegt Patrick Derthoo, taxpartner van Deloitte. "Zo'n belasting werkt vaak contraproductief. Zo heeft Frankrijk heel wat grote vermogens verloren, omdat ze naar het buitenland zijn getrokken. Het hoeft dan ook niet te verwonderen dat weinig politieke partijen een vermogensbelasting genegen zijn. In Vlaanderen is enkel Groen voorstander van een vermogenskadaster, om naar Nederlands voorbeeld een heffing op het rendement van vermogens in te voeren." In Franstalig België verdedigt Ecolo een rijkentaks van 1 à 1,5 procent op het nettoprivévermogen boven 1 miljoen euro, exclusief de gezinswoning en de productieve activa die worden gebruikt voor bedrijfsdoeleinden. De PS wil een zogenoemde solidariteitsbijdrage van 1 procent op het nettovermogen boven 1,25 miljoen euro, exclusief de gezinswoning en de bedrijfsmiddelen. We lichten per politieke partij de belangrijkste plannen toe. Volgens Patrick Derthoo is het opvallend dat de politieke partijen met geen woord reppen over de fiscale gevolgen van de zesde staatshervorming en over de manier waarop de gewesten de woonbonus zullen regelen. Voor het roerend vermogen is CD&V voorstander van een hervorming van de spaarfiscaliteit, waarbij de vrijstelling van de roerende voorheffing op spaarboekjes wordt uitgebreid naar andere beleggingsvormen zoals obligaties en aandelen. Voor het onroerend vermogen zet CD&V geen onmiddellijke wijzigingen voorop. Zo pleit de partij bijvoorbeeld niet voor een hogere belasting op de huurinkomsten uit de privéverhuur van een woning. Het fiscale programma van N-VA sluit min of meer aan bij dat van CD&V. N-VA verdedigt eenzelfde regime voor spaarboekjes en andere beleggingsproducten zoals aandelen en obligaties. Het wil een eenvormig tarief voor de roerende voorheffing en een gelijke vrijstelling, die wordt opgetrokken tot 2200 euro, maar wel gekoppeld is aan de economische groei. Voor het onroerend vermogen spreekt N-VA enkel over een vermindering van de Brusselse onroerende voorheffing voor energiezuinige woningen, voor woningen verhuurd door sociale verhuurkantoren en voor wooninfrastructuur voor personen met een handicap. Voor die vermindering geldt wel een gecumuleerd plafond. Open Vld gaat voor een aparte vrijstelling van de roerende voorheffing op inkomsten van aandelen en van obligaties, zonder te raken aan de bevrijdende roerende voorheffing op spaarboekjes. Open Vld is gekant tegen een belasting van reële huurinkomsten. Als een woning privé wordt verhuurd, zal de verhuurder nog altijd worden belast op het geïndexeerde kadastraal inkomen, verhoogd met 40 procent. Sp.a wil een hogere belasting van de roerende inkomsten. De partij is voorstander van een progressieve belasting van maximaal 50 procent op vermogenswinsten, zoals een heffing op de privémeerwaarde op aandelen of aandelenfondsen. Wat het onroerend vermogen betreft, kiest sp.a voor een vermindering van de onroerende voorheffing voor eigenaars die energiezuinige woningen verhuren. Verantwoord verhuren moet fiscaal voordeliger worden behandeld dan andere vormen van beleggingen, aldus de partij. Groen neemt duidelijke standpunten in. Op termijn moeten alle belastingen op vermogen -- de roerende en de onroerende voorheffing, de successie- en de schenkingsrechten en de registratierechten -- worden afgeschaft, vindt de partij. Die heffingen moeten worden vervangen door één progressieve vermogensrendementsheffing op grote vermogens. Dat betekent de invoering van een kadaster van het onroerend vermogen en een heffing met de volgende basisprincipes: alle vermogensbestanddelen moeten gelijk worden behandeld, inclusief de tarieven; de toepassing van dezelfde progressieve tarieven als in de personenbelasting, van 25 tot 50 procent, inclusief gemeentelijke opcentiemen, afgestemd op de rentestand op de financiële markten; werken met nettowinsten en -verliezen, wat neerkomt op het afboeken van vermogens en schulden tegen elkaar; en de vrijstelling van de eerste vermogensschijf die gelijk is aan het nettovermogen van een mediaan gezin. CdH wil het fiscale voordeel op spaarboekjes uitbreiden naar alle roerende inkomsten -- intresten, dividenden en meerwaarde -- en die onderwerpen aan een roerende voorheffing van 25 procent. Opvallend is het streven naar een belasting van 25 procent op de speculatieve meerwaarde op aandelen, met de mogelijkheid de minderwaarde af te trekken. Voor het onroerend vermogen wil de partij de vermindering van de onroerende voorheffing voor kinderen ten laste indexe- ren. Ze pleit voor een vrijstelling van de onroerende voorheffing in Brussel voor tien jaar voor elke verwerving van een eerste woning waarin een gezin zich vestigt en zich domicilieert. Bij de verhuur van een gedeelde of intergenerationele woning wordt het kadastraal inkomen niet verhoogd met 40 procent, zoals wel het geval is bij een gewone privéverhuur. Ecolo opteert voor een uitbreiding van de belastingvrijstelling voor spaarboekjes tot alle beleggingen op de primaire markt, maar met een betere controle van de vrijstelling. Opmerkelijk zijn de plannen voor een verhoging van de belasting op inkomsten uit kapitaal door de samenvoeging van beleggingsinkomsten met beroepsmatige en diverse inkomsten. Als de partij het voor het zeggen krijgt, wordt ook de speculatieve meerwaarde op aandelen belast, rekening houdend met de termijn waarbinnen de winsten worden gerealiseerd. Binnen de twee jaar zou dat tarief 33 procent zijn, van het tweede tot en met het vijfde jaar 16,5 procent, en na acht jaar is geen belasting meer verschuldigd. De minderwaarde op aandelen mag in mindering worden gebracht. Voor het onroerend vermogen denkt Ecolo aan een modernisering van de onroerende voorheffing en van de inkomensbelasting op onroerende goederen, rekening houdend met de bijdragecapaciteit van de belastingplichtigen. MR wil geen verhoging van de belasting op spaargeld en wil de vrijstelling van de roerende voorheffing op spaarboekjes beschermen. De partij is voorstander van het behoud van de belasting van privéhuurinkomsten en van de verlaging van het kadastraal inkomen voor goed geïsoleerde woningen, om renovaties te stimuleren. PS wil een belasting van de meerwaarde op aandelen invoeren. De partij wil systemen ontwikkelen om een beter zicht te hebben op alle inkomsten van de belastingplichtigen. Voor het onroerend vermogen denkt PS eraan de onroerende voorheffing voor huurwoningen te laten afhangen van een fiscaal bonus-malussysteem dat rekening houdt met de conformiteit van de woning aan een reeks criteria. Daarnaast opteren de Franstalige socialisten voor een vermindering van de onroerende voorheffing in de eerste jaren na de aankoop van een gezinswoning en voor een ontradende fiscaliteit voor de eigenaars van onbebouwde gronden. JOHAN STEENACKERSDe politieke partijen reppen met geen woord over de fiscale gevolgen van de zesde staatshervorming.