Een sector in gevaar
...

Een sector in gevaarVolgens de geo-economische grondbeginselen kan het centraal gelegen België lucratieve troeven uitspelen als distributieplatform. Als joker fungeren de havens van Antwerpen en Zeebrugge, die van het te krap bemeten gebied méér maken dan een transitzone. In het kielzog ervan floreert de brede transportsector (of zou dat moeten). Goed geholpen door het kwakkelmanagement bij de goederenafdeling van de NMBS, speelt de situatie optimaal in de kaart van het wegvervoer. In 1993 realiseerde deze sector een directe en indirecte toegevoegde waarde van 151 miljard frank (of 2 % van het BNP), 69 miljard terugvloei en werkgelegenheid voor 73.500 personen. En toch. Volgens een recente studie kunnen vandaag al ten minste 5,8 miljard toegevoegde waarde, 2500 arbeidsplaatsen en 2,6 miljard terugvloei naar de overheid niet langer duurzaam genoemd worden. De resultaten van de studie worden kraakhelder uiteengezet in De Belgische wegvervoersector in gevaar. Daarvoor tekenen professor Peeters (RUCA) en research-directeur Debisschop van het Antwerpse adviesbureau Policy Research Corporation. Uit de alarmerende studie worden een tiental nefaste signalen gehaald. Eerst wordt ingegaan op de krimpende toegevoegde waarde. De oorzaak hoeft niet ver gezocht te worden. Uiteraard vervult de recessie een niet onbelangrijke rol. Maar de kern van het probleem schuilt in een structurele overcapaciteit, waardoor er voor gekke, niet-kostendekkende prijzen gereden wordt.Bovendien wordt de concurrentiekracht ondergraven door de hoge personeelskosten. Die zijn niet te wijten aan een groeiend aantal personeelsleden. De cijfers verlagen immers. Het aantal kleine tot zeer kleine ondernemingen die weinig of geen personeel tellen, neemt echter nog steeds toe. Daarmee eindigt deze klacht niet. Er verschijnen ook steeds meer chauffeurs uit goedkopere-lonenlanden op onze wegen. Tegelijkertijd ondervindt ook deze sector last van zwartwerk.Ondertussen daalt de rentabiliteit. Vooral de zeer kleine tot middelgrote bedrijven kijken tegen weinig rooskleurige balansen aan. De schulden lopen op. Kapitaal is nochtans dringend nodig, niet om verlieslatende trajecten te blijven sponsoren, maar om de weg vrij te maken voor doorgroei en professionalisme. Helaas snijdt kleinschaligheid deze bitter noodzakelijke evolutie de pas af. Meer dan 62 % van de wegvervoerondernemingen haalt een omzet onder de tien miljoen. Het vermogen om tot internationale netwerken toe te treden of die zelf te organiseren, is dan ook beperkt.Een toenemend aantal bedrijven probeert de vicieuze cirkel te doorbreken met uitvlagging. Vooral Nord-Pas-de-Calais lijkt aantrekkelijk. De loonkosten in Frankrijk liggen alvast 23 % lager dan in België. Het tij kan nog keren. De studie wordt dan ook afgerond met een urgentieplan, waarin zowel de overheid als de bedrijven een prioriteitenlijst voorgelegd krijgen. Voorlopig blijven de reacties echter onheilspellend stil. LDD Peeters & Debisschop, De Belgische wegvervoersector in gevaar. Garant, 231 blz., 1390 fr.