In de economie zouden sommige zaken voorspelbaar moeten zijn. De loonbeperking in Duitsland is daar een van. Economische miserie in Argentinië een andere. Onvermurwbare belastingambtenaren zijn bijna een even grote zekerheid als de belastingen zelf. Maar het ziet ernaar uit dat in 2017 heel wat economische conventies op hun kop worden gezet. Drie trends zijn de moeite waard om in het oog te houden.
...

In de economie zouden sommige zaken voorspelbaar moeten zijn. De loonbeperking in Duitsland is daar een van. Economische miserie in Argentinië een andere. Onvermurwbare belastingambtenaren zijn bijna een even grote zekerheid als de belastingen zelf. Maar het ziet ernaar uit dat in 2017 heel wat economische conventies op hun kop worden gezet. Drie trends zijn de moeite waard om in het oog te houden. Ten eerste beginnen de sluimerende effecten van de negatieve rente in een groot deel van West-Europa en in Japan het gedrag op vreemde manieren te beïnvloeden. De banken moeten tegenwoordig betalen om geld te deponeren bij de centrale bank. In theorie zouden de banken hun reserves kunnen omzetten in cash en zo de negatieve rente omzeilen, maar in de praktijk is cash moeilijk op te slaan en te vervoeren, dus moeten de banken de last maar dragen. Ze hebben hun particuliere klanten afgeschermd van de negatieve rente uit vrees dat ze anders hun deposito's zouden omzetten in cash. Ze hebben echter een deel van de kosten afgewenteld op ondernemingsklanten. Ondernemingen zullen hun belastingaangifte zo snel mogelijk willen indienen. Supermarkten zullen hun leveranciers betalen nog voor de goederen uit de rekken verdwijnen. Hoe langer de rentes negatief blijven, hoe waarschijnlijker het wordt dat de banken ze ook aanreken aan hun klanten. Voor een tweede eigenaardigheid in 2017 moeten we kijken naar landen waar doorgaans veel gespaard wordt, bijvoorbeeld Duitsland. Het overschot op de lopende rekening bedroeg daar in 2016 meer dan 8 procent van het bbp. Een land met een overschot van die omvang ziet doorgaans een stijging van de wisselkoers die de import aanmoedigt en de export ontmoedigt. Maar Duitsland zit vast in een muntunie met landen die minder concurrerend zijn op de exportmarkten. Een aanpassing moet dan ook langs andere wegen gebeuren: een hogere loongroei, gemakkelijker krediet en een snellere inflatie van de huizenprijzen. Die elementen zijn nu al zichtbaar in Duitsland. De werkloosheid is er met 4 procent gedaald. Naarmate de arbeidsmarkt krapper wordt, neemt het vooruitzicht op een gulle loonronde toe. De derde trend voor 2017 is dat de groei van het bbp verrassend sterk zal zijn in plaatsen die doorgaans bekendstaan voor hun pover economisch beleid. Argentinië is een voorbeeld. Sinds december 2015 heeft de regering van president Mauricio Macri de munt laten vlotten, de kapitaalcontroles en de exporttaksen opgeheven en een overeenkomst gesloten met stijfkoppige schuldeisers. Zulke maatregelen hebben een kostprijs. De inflatie is pijlsnel gestegen omdat de prijzen zich aanpassen aan de realistischere wisselkoers. Als Argentinië op dezelfde koers blijft, kan de inflatie in 2017 evenwel wegebben en kan de economie weer opveren. Ook de Russische economie staat klaar om uit de recessie te treden. De roebel is goedkoop, de inflatie is gedaald van een piek van 15 procent in het begin van 2015 tot rond 6 procent en zou nog verder zakken, en Rusland is bijna onopgemerkt beginnen te hervormen. Let ook op de verbazingwekkende groei van het bbp in Pakistan, Roemenië, Nigeria (nu nog in recessie) en misschien Egypte, dat zijn munt sterk devalueerde.De auteur is redacteur economie van The Economist. John O'Sullivan