Steeds meer landgenoten hoeven zich geen zier aan te trekken van de jaarlijkse aangifteklus. Zij hoeven geen aangifte in de personenbelasting meer in te dienen. Twintig jaar geleden experimenteerde de fiscus ook al eens met een beperkte vrijstelling van de aangifteverplichting. Maar dat experiment draaide op niets uit. Enkele jaren geleden heeft men het experiment opnieuw opgestart. Blijkbaar met meer succes. Vorig jaar was al een groot aantal landgenoten vrijgesteld. Dit jaar zijn het er nog veel meer.
...

Steeds meer landgenoten hoeven zich geen zier aan te trekken van de jaarlijkse aangifteklus. Zij hoeven geen aangifte in de personenbelasting meer in te dienen. Twintig jaar geleden experimenteerde de fiscus ook al eens met een beperkte vrijstelling van de aangifteverplichting. Maar dat experiment draaide op niets uit. Enkele jaren geleden heeft men het experiment opnieuw opgestart. Blijkbaar met meer succes. Vorig jaar was al een groot aantal landgenoten vrijgesteld. Dit jaar zijn het er nog veel meer. De vrijstelling stoelt op de vanzelfsprekende gedachte dat men belastingplichtigen niet moet lastigvallen met een jaarlijkse aangifteplicht als de fiscus toch al op een andere manier over alle fiscaal relevante gegevens beschikt. Voor veel gepensioneerden is dat effectief het geval. Vandaar dat het experiment ook bij hen begonnen is. Vorig jaar is de vrijstelling al massaal toegepast ten aanzien van genieters van wettelijke pensioenen. Dit jaar geldt de vrijstelling niet enkel voor gepensioneerden met een 'wettelijk pensioen', maar ook voor gepensioneerden die bijvoorbeeld van extralegale pensioenen genieten. Zoals vorig jaar geldt de vrijstelling daarnaast ook voor genieters van werkloosheidsvergoedingen of van wettelijke ziekte- en invaliditeitsuitkeringen. Met dien verstande dat de vrijstelling slechts van toepassing is als de informatie die voor de betrokkene fiscaal relevant is, beperkt is tot de voormelde inkomsten en tot gegevens waarover de fiscus automatisch beschikt. Zo zal de vrijstelling ook gelden als het gaat om een gepensioneerde die bijvoorbeeld gebruikgemaakt heeft van het stelsel van de dienstencheques. Normaal weet de fiscus immers perfect wie dienstencheques heeft aangekocht en voor welk bedrag. Maar een gepensioneerde die bijvoorbeeld ook giften in aftrek wil brengen, of die gebruik wil maken van de belastingvermindering voor energiebesparende investeringen, kan niet genieten van de vrijstelling van de aangifteplicht. Wat de belastingvermindering voor energiebesparende investeringen betreft, mag dat niet verbazen. De fiscus kan onmogelijk weten wie zulke investeringen wel of niet heeft gedaan. Bij de fiscaal aftrekbare giften wekt dat wel verwondering: de ontvangers van dergelijke giften zijn verplicht de nodige informatie aan de fiscus te bezorgen. Maar blijkbaar loopt dat niet van een leien dakje en is het systeem van informatie-uitwisseling op dat punt nog altijd weinig betrouwbaar. Een aantal belastingplichtigen is overigens zonder meer uitgesloten van de vrijstelling van de aangifteplicht. Dat is bijvoorbeeld het geval voor wie over een bankrekening in het buitenland beschikt, of inkomsten van buitenlandse oorsprong geniet. Dat de belastingplichtigen die wel vrijgesteld zijn zich geen zier moeten aantrekken van de jaarlijkse aangifteplicht, moet wel met een korrel zout worden genomen. Zij moeten weliswaar geen aangifte meer indienen. Maar ze moeten wel waakzaam blijven. Zij ontvangen immers een 'voorstel van vereenvoudigde aanslag'. De bedoeling is dat ze dat voorstel nakijken. Als het voorstel onjuist is, moeten ze de fiscus verwittigen. Doen ze dat niet, dan wordt het voorstel van aanslag gelijkgesteld met een onjuiste aangifte. Het gevolg is dat de fiscus automatisch over een verlengde onderzoeks- en aanslagtermijn van drie jaar beschikt. De vrijstelling van de aangifteverplichting geldt zodra er een belastbaar tijdperk verstreken is waarin de belastingplichtige aan de gestelde voorwaarden voldeed. Stel dat iemand in 2009 met pensioen is gegaan, en hij in 2010 geen andere inkomsten heeft gehad dan pensioenen en hij in zijn aangifte voor het aanslagjaar 2011 (inkomsten van 2010) geen andere relevante fiscale gegevens heeft vermeld: de vrijstelling van de aangifteplicht zal dan gelden met ingang van het aanslagjaar 2012. De vrijstelling is geen absoluut recht. De fiscus kan aan de belastingplichtige altijd vragen wel een gewone aangifte in te dienen. Met andere woorden: de fiscus houdt nog altijd een slag om de arm. De auteur is advocaat en hoofdredacteur van Fiscoloog. www.fiscoloog.be JAN VAN DYCKDe betrokkenen krijgen een voorstel van vereenvoudigde aangifte, dat ze moeten nakijken.