De auteur is hoofdeconoom van Petercam Vermogensbeheer. Reacties: visienoels@trends.be
...

De auteur is hoofdeconoom van Petercam Vermogensbeheer. Reacties: visienoels@trends.beDe Amerikaanse president George Bush brengt op 19 november een officieel bezoek aan China. Het is zijn derde, en sinds zijn eerste bezoek in 2001 is er veel veranderd. Vooral de economische machtsverhoudingen zijn op vier jaar tijd spectaculair gewijzigd: het handelstekort van de VS met China zal in 2005 bijna 200 miljard dollar bedragen. Bovendien is China met 650 miljard dollar Amerikaans schatkistpapier een van de grootste schuldeisers van de VS. Hopelijk leggen ze de Air Force One, het presidentiële vliegtuig, daar niet aan de ketting! Chinees monster. Opmerkelijk is dat de Amerikanen in belangrijke mate zelf het Chinese gevaar hebben gecreëerd. Zestig procent van de Chinese export is afkomstig van buitenlandse ondernemingen - vooral Amerikaanse. Die bedrijven zijn naar China getrokken om hun productiekosten te verlagen en dus hogere winsten te realiseren. Maar niet alleen de hebzucht van de aandeelhouders heeft het Chinese monster gecreëerd. Ook de Amerikaanse consument wil almaar goedkopere producten om zijn schuldgevoede honger te stillen. Alleen al de Amerikaanse supermarktketen Wal-Mart koopt jaarlijks voor meer dan 20 miljard dollar producten in China. Als Wal-Mart een land was, dan zou het de achtste handelspartner van de Aziatische reus zijn, vóór Australië, Canada, Rusland en bijvoorbeeld België. China produceert vandaag twee derde van 's werelds fotokopiemachines, schoenen, speelgoed en microgolfovens, de helft van alle dvd-spelers, digitale camera's en kleding, 40 % van alle sokken, één derde van alle computers, één vierde van alle gsm's, tv's, autoradio's enzovoort enzovoort. China is een gevaar voor de westerse economieën, en jammer genoeg een gevaar dat het Westen zelf heeft gecreëerd. De economische Frankenstein is het resultaat van de hebzucht van het kapitalistische systeem, maar evengoed van de inhaligheid en kortzichtigheid van de westerse consument. Die wil almaar goedkoper, maar vergeet dat hij daarmee de poten onder zijn eigen job aan het wegzagen is... Hij heeft dan wel meer koopkracht als consument, maar verliest die als werknemer. Exportkansen voor Europa? Niet alleen de VS heeft trouwens boter op het hoofd. Ook Europa begint steeds vaker hetzelfde pad te bewandelen, al zijn de handelsrelaties met China voorlopig nog iets evenwichtiger. De totale export van euroland naar China bedraagt 54 miljard dollar, tegenover 36 miljard dollar voor de VS. Maar net als bij de VS is het tekort groter dan de totale export naar China. Het handelstekort van euroland met China groeide explosief van 30 miljard euro in 2002 tot meer dan 70 miljard euro in 2005. Ook euroland heeft dus een erg onevenwichtige relatie met China. De Europese tekorten met China worden gelukkig gecompenseerd door grote overschotten met... de VS (zie grafiek). Het valt ook op dat de handelsrelaties met andere groeigebieden in de wereld wél evenwichtig en zelfs positief zijn. Zo verloopt de handel met Turkije en Oost-Europa in het voordeel van de eurozone. Piraterij en democratie op de agenda? Zoeken we dan niet genoeg exportkansen in China, zoals onze ministers na een bezoek aan het land steevast toeteren? Toch wel. Maar stel dat het hightechbedrijf Peer uit België een fantastische muziekspeler uitvindt, dan zijn de imitaties sneller op de Chinese markt dan de originelen. Het is dus bijna ondoenbaar om een succesvolle exportstrategie voor China te ontwikkelen. Onze beleidsvoerders en bedrijfsleiders zijn zonder twijfel terecht onder de indruk van het Chinese economische mirakel. En dus willen ze ook een optimistische boodschap uitsturen: 'Laten we China zien als een opportuniteit en er voordeel uit halen'. Maar de realiteit is dat het Chinese mirakel vooral eenrichtingsverkeer is. Chinese producten overspoelen onze markt, westerse imitaties overspoelen de Chinese markt.Velen schijnen in hun verwondering en enthousiasme voor het Chinese economische mirakel ook elke kritische zin te verliezen. Durft iemand vragen te stellen bij het democratische gehalte van China? Wie durft de bescherming van de intellectuele eigendom op de politieke agenda te zetten? Hoe komt het dat zoveel Chinese studenten in ons land blijkbaar meer geïnteresseerd zijn in industriële en technologische spionage dan in kennisuitwisseling? Chinese bedrijven hebben lagere kosten dan Belgische. Jawel, en dat is niet alleen te wijten aan sociale uitbuiting, maar ook aan de lage kapitaalkosten. Goedkope, dikwijls gratis leningen dienen om de snelle groei te voeden. Een verrot banksysteem is het gevolg. Concurreren met China is dus erg moeilijk, en vereist in de eerste plaats dat de naïviteit over het Chinese mirakel verdwijnt. Uiteraard moet het Westen niet met protectionistische maatregelen reageren op de opkomst van China. Maar het moet wel zijn knowhow, technologie en sociaal-economische principes beter beschermen. Geert Noels