Op een ogenblik dat we geconfronteerd worden met voortdurend uitdijende bevolkingsaantallen, een stijgende vraag naar energie en voeding, evenals enorme verschillen in rijkdom, moeten we de globalisering in de armen sluiten. We moeten mensen van alle landen aanvaarden als buren en 'mede-werkers' en niet zien als rivalen. In deze onderling afhankelijke wereld is oorlog achterhaald. Andere landen vernielen biedt geen voordeel, maar leidt alleen maar tot menselijk lijden, instorting van de handel en milieuproblemen, zaken die iedereen moet torsen.
...

Op een ogenblik dat we geconfronteerd worden met voortdurend uitdijende bevolkingsaantallen, een stijgende vraag naar energie en voeding, evenals enorme verschillen in rijkdom, moeten we de globalisering in de armen sluiten. We moeten mensen van alle landen aanvaarden als buren en 'mede-werkers' en niet zien als rivalen. In deze onderling afhankelijke wereld is oorlog achterhaald. Andere landen vernielen biedt geen voordeel, maar leidt alleen maar tot menselijk lijden, instorting van de handel en milieuproblemen, zaken die iedereen moet torsen. In 2008 zullen er inspanningen geleverd worden om een einde te maken aan aanslepende conflicten in verschillende delen van de wereld. Ook zal het streven naar economische groei zich doorzetten en zal het bewustzijn aangaande de gevaren van de klimaatverandering en de noodzaak om onszelf te beschermen tegen de onvoorspelbare gevolgen ervan intenser worden. Dat zal zeker de aandacht vestigen op de machtelozen en de berooiden, die als eersten te lijden zullen krijgen en het minst in staat zijn om zichzelf te behelpen. Mensen hebben goederen en diensten nodig om in hun essentiële levensbehoeften te voorzien, zonder het dan nog te hebben over de zaken die het leven van de mensen waardigheid en comfort bieden. Toch zijn we, ondanks alle vernieuwingen en creativiteit in onze economische activiteit, er nog niet in geslaagd om die essentiële zaken voor elk menselijk wezen te waarborgen. De gapende kloof tussen wie heeft en wie niet heeft, zal voor iedereen heel wat lijden veroorzaken. Moeten we ons dan niet afvragen of er niets mis is met onze keuze van doelstellingen of beweegredenen, of beide? Ik geloof dat we middelen moeten vinden om medeleven in te bouwen in onze economische activiteit. Medeleven en liefde zijn van fundamenteel belang voor de relatie tussen mensen. De onderling afhankelijke maatschappij waarin we leven moet daarom mededogend zijn in zijn keuze van de doelstellingen en in het nastreven van die doelstellingen. Als we ons alleen maar toespitsen op onze eigen behoeften zonder rekening te houden met de noden en belangen van anderen, dan zullen we waarschijnlijk vijandigheid uitlokken. Dat is zeker zo als we ons eigen geluk en onze eigen behoeften in de eerste plaats zien in termen van materiële rijkdom en macht. Elke mens hunkert naar vrijheid, gelijkheid en waardigheid en heeft het recht om die te bereiken. Daarom is in de krimpende wereld van vandaag de aanvaarding van universeel bindende normen voor de mensenrechten van essentieel belang. Ik zie geen enkele tegenspraak tussen de noodzaak van economische ontwikkeling en de noodzaak om de mensenrechten te eerbiedigen. Het recht op vrije meningsuiting en vrijheid van vereniging is fundamenteel voor de bevordering van de economische ontwikkeling van een land. In Tibet, bijvoorbeeld, zijn ongepaste economische maatregelen doorgevoerd en voortgezet, lang nadat aangetoond was dat ze geen voordelen aanbrachten, gewoon omdat de burgers en de overheidsambtenaren zich er niet konden tegen uitspreken. En elders is het net hetzelfde. We waarderen diversiteit in theorie, maar in de praktijk schieten we vaak tekort. Als iemand anders is, dan hebben we de neiging om dat verschil negatief te benaderen. De houding van de Chinese overheid tegenover het Tibetaanse volk is daarvan een goed voorbeeld. Uiteraard houden de Tibetanen van hun eigen cultuur en manier van leven. Maar telkens wanneer ze er actieve interesse of geloof in betonen, of er respect voor opbrengen, beschouwen de Chinese functionarissen dit als een bedreiging voor de eenheid van China. Dat onvermogen om diversiteit in de armen te sluiten, is een belangrijke bron van ongenoegen die tot conflictsituaties kan leiden. Het Chinees leiderschap legt sterk de nadruk op harmonie en dat is een uitstekende doelstelling. Maar om die te bereiken is vertrouwen nodig. En vertrouwen vloeit voort uit gelijkheid en mededogen. Argwaan schept terughoudendheid en vormt een hinderpaal voor vertrouwen. Hoe kunt u, zonder vertrouwen, echte eenheid en harmonie ontwikkelen? Ik denk dat we een weg kunnen vinden om Chinezen en Tibetanen te laten samenleven in waardigheid, vrijheid en een geest van goed nabuurschap. Ik ben ervan overtuigd dat we een 'middenweg' kunnen vinden als we een proces op gang kunnen brengen dat onze verschillen eerbiedigt. In 2008 zal China, als gastheer van de Olympische Spelen, in het centrum van de belangstelling staan. Ik ben er vast van overtuigd dat China, als het volk- rijkste land ter wereld en met zijn lange geschiedenis en oeroude beschaving, dat voorrecht en die eer verdient. We mogen echter niet uit het oog verliezen dat de Olympische Spelen een vrije, faire en open krachtmeting zijn, waarin atleten van alle erkende staten, hoe klein ook, welkom zijn om op voet van gelijkheid mee te dingen. Vrijheid, billijkheid, openheid en gelijkheid zijn niet alleen de principes die door de Olympische Spelen gekoesterd worden, maar ze behoren ook tot de hoogste menselijke waarden en vormen een maatstaf waaraan alle naties afgemeten moeten worden. DE AUTEUR IS DE TIBETAANSE GEESTELIJKE LEIDER IN BALLINGSCHAPDalai lama