De onverwachte verkiezing van Donald Trump als 45ste president van de Verenigde Staten deed de aandelen uit de gezondheidszorg opveren. De sector stond sinds de zomer van 2015 onder druk nadat Hillary Clinton met enkele welgemikte tweets duidelijk had gemaakt te willen ingrijpen in de soms excessief hoge prijszetting van geneesmiddelen. Enkele gevallen van extreme prijsverhogingen in korte tijd waren haar een doorn in het oog. Clinton had voorts een batterij maatregelen klaarstaan die weinig goeds beloofden voor de sector. Het ging onder meer over maatregelen die de competitie tussen medicijnen moesten vergroten, de publieke ziekteverzekeraar Medicare de toelating zouden geven zelf kortingen op medicijnen te onderhandelen (in plaats van een vast kortingspercentage van 23 procent) en de fiscale aftrekbaarheid van reclamekosten voor medicijnen zouden afschaffen.
...

De onverwachte verkiezing van Donald Trump als 45ste president van de Verenigde Staten deed de aandelen uit de gezondheidszorg opveren. De sector stond sinds de zomer van 2015 onder druk nadat Hillary Clinton met enkele welgemikte tweets duidelijk had gemaakt te willen ingrijpen in de soms excessief hoge prijszetting van geneesmiddelen. Enkele gevallen van extreme prijsverhogingen in korte tijd waren haar een doorn in het oog. Clinton had voorts een batterij maatregelen klaarstaan die weinig goeds beloofden voor de sector. Het ging onder meer over maatregelen die de competitie tussen medicijnen moesten vergroten, de publieke ziekteverzekeraar Medicare de toelating zouden geven zelf kortingen op medicijnen te onderhandelen (in plaats van een vast kortingspercentage van 23 procent) en de fiscale aftrekbaarheid van reclamekosten voor medicijnen zouden afschaffen. Het gegeven dat Clinton al die tijd voorop lag in de peilingen zorgde ervoor dat de gezondheidssector sinds de zomer van 2015 een opvallende underperformer was in de Standard&Poor's 500-index (de index van de belangrijkste 500 Amerikaanse beursgenoteerde bedrijven; S&P500). Dit jaar zette de sector tot de dag voor de verkiezing een negatief rendement van 5,6 procent neer, tegenover een positief rendement van 4,3 procent voor de S&P500. Donald Trump mengde zich nauwelijks in het debat over de geneesmiddelenprijzen. Hoewel hij een vrijere toegang tot geneesmiddelen genegen is, wordt algemeen aangenomen dat zijn verkiezing de discussie opnieuw meer naar de achtergrond zal verschuiven. Trump kantte zich wel tegen de Affordable Care Act, beter bekend onder de naam Obamacare, het door president Barack Obama ingevoerde ziekteverzekeringssysteem dat 20 miljoen onverzekerde Amerikanen toeliet een ziekteverzekering af te sluiten. Een volledige afschaffing van Obamacare is niet aan de orde, maar allicht komen er wel bijsturingen die mogelijk in beperkte mate nadelig kunnen zijn voor ziekteverzekeraars zoals UnitedHealth Group, Anthem en Aetna. De al bij al vage plannen van Trump met betrekking tot de gezondheidszorg staan in schril contrast met de concrete plannen van Clinton. De overwinning van Trump biedt dan ook herstelkansen voor de gezondheidssector. Van Trump worden belangrijke ondersteunende fiscale maatregelen verwacht. Voor de farmabedrijven alleen al worden die op ruim 100 miljard dollar geschat. De mogelijke activering daarvan kan een nieuwe impuls geven aan overnames in de sector en aan onderzoek en ontwikkeling in de Verenigde Staten. In de eerste dagen na de verkiezingen presteerden de aandelen in de gezondheidssector gemiddeld 1,8 procent beter dan de S&P500, maar we zien voor de komende maanden en jaren bijkomend potentieel. Een gespreide manier om daarop in te spelen is een belegging in Health Care Select Sector SPDR Fund. Die tracker (ETF) noteert al sinds 1998 op de New York Stock Exchange (NYSE)met als ticker XLV en belegt in de grootste Amerikaanse farmabedrijven. Het belegde kapitaal bedraagt 13,6 miljard dollar en het jaarlijkse kostenpercentage 0,15 procent. Ook na de inhaalbeweging van 1,9 procent volgend op de verkiezingsuitslag blijft er sinds het begin van het jaar nog steeds een underperformance van 8 procent tegenover de S&P500. Gerekend vanaf de piek die XLV bereikte op 1 augustus 2015, bedraagt het rendementsverschil 5,7 procent. De voorbije vijf jaar bedroeg het rendement van XLV 118,8 procent, of 47,5 procent beter dan de S&P500. Een segment van de gezondheidssector dat bijzonder gevoelig bleek voor de kritiek van Clinton op de hoge prijszetting was de biotechsector. Niet toevallig natuurlijk, aangezien aan de innovatieve biotechgeneesmiddelen vaak een hoger prijskaartje kleeft. Daarbij komt nog dat veel van die bedrijven actief zijn in zeldzame ziekten, die van nature ook meer aanzetten tot hogere prijzen. De biotechsector kreeg dan ook rake klappen. De grootste tracker is de iShares Nasdaq BiotechnologyETF, een tracker uitgegeven door Blackrock die op Nasdaq noteert met als ticker IBB. Het totale belegde kapitaal bedraagt 8,7 miljard dollar en het jaarlijkse kostenpercentage 0,48 procent. IBB zette de voorbije vijf jaar een indrukwekkende return van 203,1 procent neer en deed daarmee nog 84,3 procent beter dan XLV. Maar tegenover de piek van 398 dollar bereikt op 20 juli 2015, en ondanks een herstelrally van 10 procent sinds de presidentsverkiezingen, noteert IBB 27,4 procent lager (288 dollar). Uit een recente studie van Morgan Stanley bleek dat de terugval er voor het eerst voor zorgde dat de biotechsector tegen een vergelijkbare verhouding (19 keer) van de koers tegenover de verwachte winst noteert als de traditionele Amerikaanse en Europese farmabedrijven, en dat het op basis van de verhouding van de koers tegenover de operationele kasstroom zelfs goedkoper noteert. Heel wat Europese farmabedrijven hebben een significante blootstelling aan de Verenigde Staten en zijn bijgevolg gevoelig aan wijzigingen in de Amerikaanse gezondheidswetgeving. Het ambitieuze Ierse farmabedrijf Shire realiseert ruim 70 procent van de omzet in de Verenigde Staten. Andere Europese toppers die meer dan 35 procent van de omzet realiseren in de Verenigde Staten en onlangs minder presteerden zijn het Franse Sanofi (rating 1B), het Brits-Zweedse AstraZeneca en het Zwitserse Novartis (rating 2A). Nog dichter bij huis is er UCB. Vorig jaar realiseerde het Belgische biofarmabedrijf 44 procent van de omzet in de VS. Het aandeel bereikte in maart 2015 een historische piekkoers van 86,05 euro, en noteert intussen 25 procent lager. We vinden de huidige waardering tegen 17,8 keer de verwachte winst 2017 voor het eerst sinds lang voldoende aantrekkelijk voor een adviesverhoging naar koopwaardig (rating 1B). Lees ook de aandelenanalyse van UCB op pag. 9.