Naar aanleiding van de inhuldiging van de nieuwe kantoren in Diegem bracht het topmanagement van Chiesi een bezoek aan de Belgische vestiging. Het familiebedrijf streek pas zes jaar geleden neer in ons land. "Omdat de Belgische markt ons in eerste instantie minder interessant leek, werkten we aanvankelijk met een lokale distributeur. Maar omdat eigen mensen toch altijd beter de kernwaarden en de filosofie van het bedrijf uitstralen, hebben we toch beslist hier een eigen organisatie op te bouwen. De aanwezigheid van tal van Europese beslissingscentra in Brussel speelde mee", verklaart Alessandro Chiesi, Head Europe Region en vertegenwoordiger van de derde generatie in het Italiaanse familiebedrijf.
...

Naar aanleiding van de inhuldiging van de nieuwe kantoren in Diegem bracht het topmanagement van Chiesi een bezoek aan de Belgische vestiging. Het familiebedrijf streek pas zes jaar geleden neer in ons land. "Omdat de Belgische markt ons in eerste instantie minder interessant leek, werkten we aanvankelijk met een lokale distributeur. Maar omdat eigen mensen toch altijd beter de kernwaarden en de filosofie van het bedrijf uitstralen, hebben we toch beslist hier een eigen organisatie op te bouwen. De aanwezigheid van tal van Europese beslissingscentra in Brussel speelde mee", verklaart Alessandro Chiesi, Head Europe Region en vertegenwoordiger van de derde generatie in het Italiaanse familiebedrijf. De keuze om de Belgische markt in eigen handen te nemen, heeft zich vertaald in mooie groeicijfers. "Vorig jaar haalden we 20,6 miljoen euro omzet, ongeveer 7 procent meer dan in 2014. Daarmee deden we het in België iets beter dan het groepsgemiddelde in Europa", zegt de Belgische general manager, Geert Van Hoof. "Dit jaar mikken we op een consolidatie van onze omzet. De volgende jaren willen we weer aanknopen met de groei. Ons omzetdoel is 30 miljoen euro in 2020." Chiesi kende zijn grote doorbraak aan het einde van de jaren zeventig. Toen groeide Clenil, een cortisonepreparaat tegen astma, hooikoorts en ontsteking van de luchtwegen, in korte tijd uit tot een sterproduct. Dat succes inspireerde het bedrijf vooral te focussen op de behandeling van aandoeningen van de luchtwegen. Bijna veertig jaar later is Clenil nog altijd op de markt. Vorig jaar groeide de omzet ervan met bijna 3 procent tot ruim 176 miljoen euro. Daarmee blijft het een van de toppers van Chiesi. De uitblinker is evenwel Foster (in België gecommercialiseerd onder de naam Inuvair), met een omzet van 492 miljoen euro. Artsen schrijven dat medicijn voor aan volwassenen als reguliere behandeling van astma of om de symptomen van ernstig chronische obstructieve longziekte (COPD) te behandelen. "We zijn bij de grootste vijf spelers van de wereld in het belangrijke segment van de aandoeningen van de luchtwegen", meldt CEO Ugo di Francesco. "Daarnaast zijn we ook actief in de neonatologie. Dat is weliswaar een veel kleinere markt, maar we zijn er met een aandeel van zowat 70 procent wel overduidelijk marktleider. Ten slotte hebben we recenter ook enkele geneesmiddelen ontwikkeld voor de behandeling van zeldzame ziektes." In tachtig jaar is Chiesi uitgegroeid tot een wereldspeler. Dit jaar stijgt de omzet voor het eerst boven 1,5 miljard euro en als het aan het management ligt, is dat geen eindpunt. "Voor 2020 mikken we op 2 miljard euro en tegen 2025 willen we aan 3 miljard euro komen", zegt de ambitieuze CEO. "Geografisch gezien, zijn de Verenigde Staten en China de topprioriteiten voor de komende jaren. Het potentieel is er nog enorm. Maar uiteraard verwaarlozen we onze Europese thuismarkt niet. Die is strategisch van groot belang." Extra omzet moet in de eerste plaats komen van organische groei, maar Chiesi haalt de neus niet op voor acquisities. "We kijken uit naar bedrijven die ons aanvullen in de marktsegmenten waarin we al actief zijn. De overnameprijzen liggen in de farmasector wel ontzettend hoog. Het is financieel soms moeilijk opboksen tegen de grote multinationals", zegt Ugo di Francesco. Heel wat regeringen liggen in de knoop met hun begroting. Een van de populairste strategieën om het gezondheidsbudget niet te laten ontsporen, is het drukken van de prijs van de geneesmiddelen. "Daarmee moeten we leren te leven", zucht dokter Alberto Chiesi, de voorzitter van de groep. "De bevolking groeit en de mensen leven almaar langer. Het is logisch dat de gezondheidskosten stijgen en dat er een belangrijke impact is op de begroting, maar men kan niet blijven besparen. De wetenschap heeft de voorbije jaren grote stappen voorwaarts gedaan en er zijn tal van nieuwe, veelbelovende moleculen die nog verder onderzoek vergen. Het is jammer dat de overheid alleen naar de kostprijs kijkt en geen rekening houdt met de voordelen van nieuwe medicijnen zoals de toegenomen levenskwaliteit van de bevolking." De familie Chiesi laat zich echter niet ontmoedigen en zet zwaar in op onderzoek en ontwikkeling. Vorig jaar investeerde het bedrijf 302 miljoen euro in O&O. Naar eigen verwachtingen zal dat dit jaar oplopen tot 340 miljoen euro. Van de bijna 5000 medewerkers werken er zowat 650 in vijf O&O-centra. Het gros van de onderzoeksinspanningen gaat nog altijd naar het domein van de aandoeningen van de luchtwegen. Voor de zeldzame ziekten ziet Chiesi vooral heil in partnerships met universiteiten en andere bedrijven. De overname van het Scandinavische Zymenex past in dat plaatje. Zo verwierf Chiesi knowhow en expertise in de behandeling van zeldzame ziekten door enzymvervangende therapie. Daarnaast heeft Chiesi in samenwerking met de universiteit van Modena het stamcelonderzoeksinstituut Holostem opgericht. Al die inspanningen resulteren in een indrukwekkende pijplijn van ruim veertig onderzoeksprogramma's, waarvan enkele producten al dicht bij de lancering komen. Op korte termijn verwacht Chiesi veel van het Triple-programma, een combinatie van drie geneesmiddelen in één inhalatietoestel, die de behandeling en de levenskwaliteit van COPD-patiënten gevoelig zal verbeteren. De waardevolle pijplijn en de mooie financiële resultaten zijn niet onopgemerkt gebleven. "Er is een tijd geweest dat we elke week minstens één geïnteresseerde koper op de koffie kregen", lacht Ugo di Francesco. "Keer op keer hebben we gezegd dat we zweren bij onze onafhankelijkheid. Intussen is dat besef bij iedereen doorgedrongen en lopen ze onze deur niet meer plat." Is het geen nadeel als familiebedrijf te opereren tussen multinationals als GlaxoSmithKline en AstraZeneca? "We hebben geen directe toegang tot de kapitaalmarkt en dat is misschien een nadeel. Een kleintje, want intussen hebben we een zekere schaalgrootte, die ons de mogelijkheid biedt grote projecten te financieren. Een familiebedrijf heeft vooral veel voordelen. Een eerste groot verschil is dat wij - in tegenstelling tot de meeste multinationals - onze pijlen hoofdzakelijk richten op één domein. Daarnaast heeft een familiebedrijf het voordeel van de flexibiliteit en we koesteren vooral onze langetermijnvisie. We voelen geen druk van investeerders, waardoor we de beslissingen kunnen nemen die goed zijn voor ons bedrijf." Corporate governance staat iets minder hoog in het prioriteitenlijstje bij Chiesi. Op de externe CEO na bestaat de raad van bestuur uitsluitend uit familieleden. "Maar we hebben wel een heel actieve raad van advies waarin internationale toppers uit de verschillende disciplines zitten: dokters, wetenschappers, juristen, bankiers enzovoort", repliceert voorzitter Alberto Chiesi. "Het is voor de familie een waardevol klankbord waarnaar we graag luisteren." Dirk Van Thuyne, fotografie Thomas De Boever"De Verenigde Staten en China zijn de top-prioriteiten voor de komende jaren" Ugo di Francesco