Het gros van zijn loopbaan werkte Marc Van den Bossche voor KBC. In 2016 stapte hij over naar de publieke sector. Zijn bestemming werd het Centrum voor Informatica voor het Brusselse Gewest (CIRB-CIBG). "Ik heb hier veel gedreven en kwaliteitsvolle mensen ontmoet", zegt hij. "Dat staat haaks op de clichés die nog altijd de ronde doen over de overheid en haar werknemers."
...

Het gros van zijn loopbaan werkte Marc Van den Bossche voor KBC. In 2016 stapte hij over naar de publieke sector. Zijn bestemming werd het Centrum voor Informatica voor het Brusselse Gewest (CIRB-CIBG). "Ik heb hier veel gedreven en kwaliteitsvolle mensen ontmoet", zegt hij. "Dat staat haaks op de clichés die nog altijd de ronde doen over de overheid en haar werknemers." Waarom hebt u het bankwezen ingeruild voor de publieke sector? MARC VAN DEN BOSSCHE. "Ik zag het als een uitdaging. In eerste instantie was ik belast met de uitbouw van het nieuwe moderne crisiscentrum voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Er bestond al een plan om het veiligheidsbeleid in Brussel anders aan te pakken. De aanslagen van 2016 brachten dat in een stroomversnelling. Dat crisiscentrum is een levenswerk geworden. Er is 15 miljoen euro in geïnvesteerd en het is operationeel sinds juni 2020. Ik zag het net niet live openen, aangezien de Brusselse regering me enkele maanden eerder had aangesteld als adjunct-directeur generaal." Wat trok u daarin aan? VAN DEN BOSSCHE. "Enerzijds de kans om een gewestelijk IT-beleid te organiseren. We vertrokken van een versnipperde realiteit. Zowat elke instantie liet zich met IT in. Een gebrek aan coördinatie en goed beheer leidden tot inefficiënte toestanden. Anderzijds was er de kans de ruimere digitalisering van het gewest en de lokale overheden een boost te geven. Daarvan willen wij de katalysator zijn. Het momentum zat goed: een nieuwe regering, een nieuwe algemene directie. Maar ook corona speelde een rol." Hoe blikt u terug op dat eerste jaar? VAN DEN BOSSCHE. "Het was intens, maar het gaf ook veel voldoening. We speelden een cruciale rol om iedereen aan het telewerken te krijgen. We bestelden laptops, we zorgden voor tablets voor de Brusselse woon-zorgcentra en we begeleidden de administraties en de burgers door de rigide structuren. We ondervonden veel dankbaarheid. De flexibiliteit en de creativiteit van iedereen die dit mogelijk maakte, heeft indruk gemaakt." Hoe ziet u de toekomst? VAN DEN BOSSCHE. "We willen tevreden klanten: de openbare instellingen in het Brussels gewest, de lokale besturen en de OCMW's, maar ook de Brusselaars, de pendelaars en de bedrijven. Ze moeten goed beseffen dat we tot hun dienst staan en oplossingen willen aanbieden. Dat betekent dat we klantgericht moeten zijn. Als in Brussel aan IT wordt gedacht, moet onmiddellijk aan ons worden gedacht. We willen een bondgenoot zijn. "We deden zopas een ronde van de negentien gemeentelijke administraties, met als belangrijkste taak te luisteren. Zijn ze tevreden? Wat kan beter? Hoe zien zij het IT-beleid? We stelden hen ook een digitaliseringsproject voor, waarin wij de rol van coördinator spelen. Wij willen geen oplossingen opleggen aan de negentien gemeenten. Woluwe is Molenbeek niet. Elke administratie werkt op haar manier."