‘We willen dicht bij de markten zijn’

In alle discretie groeit Vandemoortele naar een Europese leidersplaats, in bakkerijproducten, margarines en vetten. Met de uitgifte van een obligatielening deze maand krijgt het Europese bakkersoffensief extra schwung.

In de productieruimte werd onlangs een nieuwe automatiseringslijn geïnstalleerd. Met grijparmen die koffiekoeken oppikken, en ze netjes in witte doosjes stoppen. De nieuwe lijn wordt nog getest, want geregeld vergeet een grijparm een voorbijrollende koffiekoek, of heeft hij die maar halvelings beet. De nieuwe lijn maakt deel uit van een investering van 12 miljoen euro in de modernisering van het productieapparaat in de fabriek in Eeklo.

Diepvries blijft vers

De verdubbeling van de productie, naar 40.000 ton per jaar, staat symbool voor Vandemoortele. De onderneming blijft groeien in haar belangrijkste activiteit, de bakkerijafdeling. In dertig fabrieken, vooral in West-Europa, maakt Vandemoortele onder meer brood, croissants, donuts, focaccia’s, koffiekoeken, pistolets, pizzabroden, sandwiches, taarten en ander gebak, voornamelijk voor de eurozone. In alle stilte groeide het familiebedrijf van de vijfde generatie uit tot de op één na grootste bakker in Europa, na het Zwitserse beursgenoteerde Aryzta.

Met een belangrijke nuance: de op één na grootste diepvriesbakker. Vandemoortele produceert bakkerijproducten die vervolgens worden diepgevroren, en op die manier naar de klanten gaan. Daar worden ze dan afgebakken. “‘s Morgens zijn onze producten vergelijkbaar met de verse producten”, zegt Jean Vandemoortele, een telg van de vierde generatie en de voorzitter van de raad van bestuur van de onderneming. “Maar naarmate de dag vordert, wordt dat verse product, dat slechts één keer per dag wordt gemaakt, ouder. Het voordeel van ons diepvriessysteem is dat de winkelier drie tot vier keer per dag kan bakken. De consument die om 14 uur de winkel binnenstapt kan kiezen tussen een zogenaamd vers brood, dat al uren in de winkel ligt, of een diepvriesbrood, dat pas werd afgebakken, en dus veel verser is.”

De bakkerijproducten van Vandemoortele zijn in zowat alle grote supermarkten en hard discounters in West-Europa te vinden. Of in tankstations, op vliegtuigen, of als broodje rond de hamburgers van McDonald’s. Ook warme bakkers halen een deel van hun assortiment bij Vandemoortele.

Overal investeren

Vandemoortele opereert in een florerende markt: “In Europa is er een jaarlijkse groei van 2 tot 3 procent”, zegt Jean Vandemoortele. “In Oost- en Zuid-Europa is de groeivoet iets hoger dan in West-Europa. De markt behaalt een omzet van circa 8 miljard euro voor de producenten. Wij hebben dus ongeveer 10 procent marktaandeel in Europa. Maar in België, Frankrijk, Italië en Nederland ligt ons marktaandeel veel hoger.”

Wie mee wil groeien, moet zwaar investeren. Vorig jaar investeerde Vandemoortele 57 miljoen euro in de uitbreiding van de productiecapaciteit. Dit jaar komt daar nog eens 100 miljoen euro bij. En ook de volgende jaren houdt Vandemoortele een hoog investeringsritme aan. “We investeren zwaar in de capaciteitsuitbreiding van onze fabrieken. Onze fabriek in Eeklo gaat van 20.000 ton naar 40.000 ton”, zegt CEO Jules Noten. In de zomer van 2012 werd de 54-jarige Limburger, die achttien jaar carrière maakte bij Unilever, bij Vandemoortele binnengehaald. Eerst als hoofd van de bakkerijproducten, sinds vorig jaar als CEO. De tandem met de familiale voorzitter van de raad van bestuur, en voormalige CEO (2001-2014) Jean Vandemoortele, is hecht. Jean is de man van de industriële kennis, Jules’ woordenschat is doorspekt en gekruid met consumentenkennis. “Ook in onze andere Belgische fabrieken blijven we investeren. In Seneffe bijvoorbeeld in een automatische verpakkingslijn. Maar we investeren overal. In Frankrijk start onze nieuwe fabriek in Lyon, in Polen openen we, als alles goed gaat, volgend jaar een nieuwe fabriek.”

In België wordt vooral zwaar geïnvesteerd in automatisering. “In Eeklo werken we aan een hogere automatisering. Een jaar geleden hadden we 245 werknemers, bij volle capaciteit van de productie gaan we naar 300 werknemers. Het aantal werknemers stijgt dus niet evenredig met de productie”, rekent Jules Noten. “België heeft enkele bekende handicaps: de hoge lonen en de energieprijzen”, zegt Jean Vandemoortele. “De federale regering doet stappen om de loonkosten te verminderen. Maar de kans is klein dat we een nieuwe fabriek in België zullen bouwen.”

De positie van België als hoofdzetel staat niet ter discussie. “Ons beslissingscentrum blijft in België”, benadrukt Jean Vandemoortele. Het hoofdkantoor van de groep, dat bijna een zevende van de geconsolideerde omzet in eigen land haalt, staat in Gent. Het O&O-centrum bevindt zich in Izegem. “Maar we maken een onderscheid tussen de twee O’s. De eerste O staat voor het meer fundamenteel onderzoek: bloemsoorten, nieuwe ingrediënten, producten zonder vetten. Dat doen we in Izegem, in samenwerking met enkele universiteiten. De praktische ontwikkeling van de producten brachten we de voorbije jaren almaar meer naar de verschillende landen. We willen dicht bij de markten zijn. Een Duitser heeft andere verwachtingen voor een brood of een croissant dan een Fransman.”

Op naar de boerenjaren

Frankrijk is de belangrijkste markt voor Vandemoortele, goed voor bijna een derde van de geconsolideerde omzet vorig jaar. Liefst 19 van de 35 fabrieken staan in Frankrijk. Het is ook daar dat Vandemoortele, na de spreekwoordelijke zeven magere jaren, nu volop de vruchten plukt. In 2008 kocht het de Franse marktleider Panavi. De overnameprijs werd nooit bekendgemaakt, maar in 2008 overlaadde Vandemoortele zich met bijna 300 miljoen euro bankschulden voor Panavi.

De jaren erna waren geen pretje, met onder meer een bijzondere waardevermindering van 87 miljoen euro in 2011 als gevolg, vooral op de Franse activiteiten. Daarop volgden enkele zware ingrepen. Er kwam onder meer een centrale aankoop van de grondstoffen, plus een systematische indekking tegen prijsschommelingen. “Voordien gebeurde die aankoop per zone, per regio, of zelfs per fabriek”, zegt Jules Noten. Grondstoffen zoals bloem, boter, eieren, melk, noten, olie en verpakkingen betekenden vorig jaar 55 procent van de geconsolideerde omzet.

Maar veel belangrijker dan omzetschommelingen is de evolutie van de winst, en die ging er de voorbije jaren duidelijk op vooruit. “We hebben de voorbije jaren op alle vlakken een verbeteringsprogramma doorgevoerd”, evalueert Jules Noten. “We hebben het productassortiment bekeken. Waar zijn we goed in, waarin minder goed? En hoe kunnen we dat verbeteren? We investeerden heel bewust in kwaliteitsverhoging en een vermindering van het afval in onze fabrieken. We hebben gekeken naar nieuwe trends bij de consument. We maken vooral huismerken. Maar eigenlijk kan je daarin enkel goed zijn, als je denkt en opereert in functie van de eindconsument. En wat wil die consument? Meer gevarieerde soorten brood. Smaak blijft het belangrijkste element. We geven klanten ook almaar meer gebruiksvriendelijke producten.”

Nu de rendabiliteit in de vestigingen herstelde, kan Vandemoortele nog steviger groeien in nieuwe markten. In Polen, in de omgeving van Lodz, opent het bedrijf volgend jaar een tweede fabriek. De markt in Oost-Europa groeit dubbel zo snel als in West-Europa. En in Italië werd begin dit jaar de marktleider Lanterna Agritech (LAG) gekocht. Ook in Zuid-Europa groeit de markt sneller dan in België en de buurlanden. LAG maakt ciabatta en pizzabroden, maar is vooral de grootste Italiaanse producent van diepvriesfocaccia (een dik pizzabrood, met kruiden, olijven en gedroogde tomaten) en brood. Dat zet de volleerde marketeer in Jules Noten alweer aan het dromen. Met focaccia uit Italië en croissants uit Frankrijk kan Vandemoortele wereldwijd gaan.

Wolfgang Riepl, fotografie Kris Van Exel

“De kans is klein dat we een nieuwe fabriek in België bouwen”

“Een Duitser heeft andere verwachtingen voor een brood of een croissant dan een Fransman”

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content