Kortrijkzaan Vlerick is gepokt en gemazeld in de West-Vlaamse textielindustrie en is de sterke man achter bedrijven als UCO en BIC Carpets. De Trends Manager van het Jaar 2006 is ook al vele jaren een dynamische investeerder en is bovendien de vertrouweling en vertegenwoordiger van de familiale aandeelhouders van de bankgroep KBC. Hoewel de 57-jarige Vlerick bekendstaat als een sterke netwerker, opereert hij liefst in de schaduw. Maar om zijn provincie in de kijker te zetten, maakt de baron graag een uitzondering.
...

Kortrijkzaan Vlerick is gepokt en gemazeld in de West-Vlaamse textielindustrie en is de sterke man achter bedrijven als UCO en BIC Carpets. De Trends Manager van het Jaar 2006 is ook al vele jaren een dynamische investeerder en is bovendien de vertrouweling en vertegenwoordiger van de familiale aandeelhouders van de bankgroep KBC. Hoewel de 57-jarige Vlerick bekendstaat als een sterke netwerker, opereert hij liefst in de schaduw. Maar om zijn provincie in de kijker te zetten, maakt de baron graag een uitzondering. "De West-Vlamingen zijn eerder harde werkers. Maar het zijn ook een beetje einzelgängers. Dat individualisme is een beetje ingebakken en vindt zijn oorsprong in de geschiedenis van West-Vlaanderen. Dat was een arme provincie, niet gezegend met steenkool of andere grondstoffen. Ondernemen was de manier om een menswaardig bestaan op te bouwen. Vooral na de Tweede Wereldoorlog leidde dat tot een bloei van een hele resem kmo's. Zo stelde de vlasindustrie in de jaren vijftig 40.000 à 50.000 mensen tewerk. Nadien zijn nieuwe industrieën ontstaan, zoals spaanderplaten die toen werden gemaakt met afval van vlas. Na vlas hadden we de tapijtindustrie, waarin we de grootste producent van Europa werden. Mede door de opkomst van laminaat en andere harde vloerbekledingsvormen, heeft de sector van het vast tapijt wat van zijn pluimen verloren. Dat er geen grote krachtenbundeling is gebeurd, is wellicht een gemiste kans." PHILIPPE VLERICK. "Er zijn pogingen geweest, maar het water was altijd zeer diep tussen de betrokkenen. De West-Vlaamse industrieel was liever minder groot en minder krachtig, maar wel alleen, dan sterk als onderdeel van een groter geheel. "De sector van de diepvriesgroenten toont hoe het moet. Die werken wel samen. Ik heb ook respect voor de mensen van AB InBev, waar je vroeger bij Piedboeuf de familie Vandamme had, en bij Stella Artois de families De Spoelberch en De Mévius. Die hebben hun krachten gebundeld en kijk waar ze nu staan. Of de oude KB, die is samengegaan met Cera en ABB... Maar dan moet je ego's opzijzetten en het belang van het geheel durven te laten primeren op je eigen belang." VLERICK. "Er zijn ondernemingen en sectoren die nog groeien, zoals de diepvriessector. Of kijk naar technisch textiel dat alive and kicking is, of de machinebouw met Van de Wiele als wereldreferentie, of Picanol dat een heropstanding heeft gekend." VLERICK. "Neen, maar het toont dat het niet al kommer en kwel is. We weten allemaal dat bepaalde industriële activiteiten hier niet zullen blijven. Daarom ook dat het West-Vlaamse wereldje veel meer moet inzetten op samenwerking, niet alleen tussen bedrijven, maar ook tussen bedrijven en onderzoeksinstellingen. We hebben heel goede hogescholen zoals Howest, maar die samenwerking moet nog veel hechter. Maar dan moet je die kenniscentra ook de nodige middelen geven. Nu krijgen die zeer weinig O&O-geld uit de gemeenschappelijke pot. "Ik pleit ook voor meer samenwerking over de grenzen heen. De Eurometropool Lille-Kortrijk-Tournai biedt grote kansen. Ik geloof in de zuigkracht en stuwende kracht van echte metropolen, en Lille is er zo een, met enorm veel studenten en universiteiten van een hoog kaliber, en met een knooppunt van treinverkeer. Ook daardoor zijn Parijs en Londen zijn niet ver weg." VLERICK. "De aantrekkelijkheid van onze streek is inderdaad een probleem. Niet alleen voor jobkansen. Er is ook werk aan de winkel om het aangenamer en beter wonen te maken voor jongeren. En we hebben inderdaad weinig instellingen voor hoger onderwijs, in vergelijking met andere provincies. En als we al een universitaire campus hebben in de Kulak, de Kortrijkse campus van de KU Leuven, levert die niet de volledige studiecyclus. Kulak zou toch minstens een volledige bacheloropleiding moeten aanbieden, zodat jongeren niet meteen naar Gent of Leuven trekken en daar blijven hangen. Nu, we kunnen de aantrekkingskracht van Gent niet ontkennen. Gent is herrezen uit zijn as. Dat moet West-Vlaanderen tot voorbeeld strekken." VLERICK. "Dat is juist. Dat komt ook door die versnippering. Het is elk voor zich. Zulke initiatieven in Oostende rond hernieuwbare energie, waarin Johan Vande Lanotte zijn rol heeft gespeeld, zijn toe te juichen. In verspreide slagorde optreden om voor West-Vlaanderen extra steun te bekomen, om die economische transformatie naar een kenniseconomie waar te maken, doen we niet goed genoeg." VLERICK. "We liggen niet in de grote Vlaamse Ruit. En als buitenlandse ondernemingen met grote vestigingen naar België komen, is het meestal in die ruit of in streken waar er een enorme subsidiepool is om die investering te helpen schragen. In Henegouwen kunnen ze er wel voor zorgen dat die vetpotten van Europa ter beschikking worden gesteld. Intussen moeten we inzetten op de mogelijkheden die we hebben omdat we dicht bij de grens liggen. Het hele Zuid-West-Vlaamse bekken vindt al aansluiting bij Rijsel, en ook bij Doornik, La Wallonie Picarde. We zetten ook jaarlijks een jobbeurs op, met de slogan 'vous êtes les bienvenus'. Want paradox der paradoxen, de West-Vlaamse industrie kampt met een tekort aan geschoolde arbeidskrachten, omdat de willingness to work er niet altijd meer is. Dat moet dan komen van de Franse arbeider, die een extra fiscaal zoethoudertje krijgt." VLERICK. "Ook daarin treden wij veel te versnipperd op. Wij kloppen in Brussel niet aan voor de hele regio. Oostende gaat apart, Kortrijk gaat apart, en ook Roeselare of Brugge. Al die afzonderlijke initiatieven veroorzaken een wirwar waarin een kat haar jongen niet terugvindt. Los daarvan, vind ik dat wij in België veel te veel beleidsniveaus hebben. Dat zorgt voor onzekerheid en hogere kosten." VLERICK. "West-Vlaanderen is relatief meer industrieel dan de rest van het land. 22 procent van onze economie is puur industrie. Elders is dat ongeveer 20 procent. Die hogere industriële component maakt ons kwetsbaarder." VLERICK. "Ik geloof daar niet in. Zulke initiatieven moeten op een hoger niveau worden genomen. Het juiste kader moet geschapen worden, en dit voor heel de provincie. West-Vlaanderen moet wel alle resources bundelen, de link maken met de universiteiten en zorgen dat er een goede infrastructuur is." VLERICK. "Waterwegen zijn belangrijk. De verbinding Seine-Schelde is een Europees project dat zeer belangrijk is. Als je daar het Schipdonkkanaal bijrekent, kan je vanuit Zeebrugge tot aan Parijs geraken met een stevige tonnage. Ik vind het logisch dat die verbreding er komt. Voor de ontsluiting van de haven van Zeebrugge zou het Schipdonkkanaal een hele doorbraak zijn." VLERICK. "Dat kan. De besluitvorming is een probleem in dit land. Wij zijn zo begaan met het bereiken van een consensus, dat er zeer moeilijk een beslissing kan vallen en uitgevoerd worden in één legislatuur. Het spook van de nieuwe verkiezingen dwaalt daar telkens over." BERT LAUWERS, FOTOGRAFIE JELLE VERMEERSCH"Om samen te werken, moet je ego's opzijzetten en het belang van het geheel durven te laten primeren op je eigen belang"