De aanhoudende golven van herstructureringen en sluitingen in onze privésector zijn niet meer bij te houden. Sinds het begin van 2014 zijn er weer duizenden jobs verloren gegaan. Dat economische en sociale drama is een hypotheek op de toekomst van vele gezinnen en jongeren die hunkeren naar werk en een zinvol perspectief.
...

De aanhoudende golven van herstructureringen en sluitingen in onze privésector zijn niet meer bij te houden. Sinds het begin van 2014 zijn er weer duizenden jobs verloren gegaan. Dat economische en sociale drama is een hypotheek op de toekomst van vele gezinnen en jongeren die hunkeren naar werk en een zinvol perspectief. Dikwijls wijst men de multinationals en hun buitenlandse beslissingscentra met de vinger. Die zijn enkel uit op winstbejag en doeken hier zelfs hun winstgevende activiteiten op als ze elders nog meer profijt kunnen maken. Het was ooit anders. Een eeuw geleden was Vlaanderen in Europa en daarbuiten industrieel toonaangevend. Onze multinationaal actieve bedrijven lagen mee aan de basis van de industriële omwenteling. Onze ingenieurs en onze ondernemingen stonden in vele landen aan de wieg van grote projecten en de uitbouw van moderne infrastructuur. Denk maar aan de aanleg van bruggen en wegen, spoorwegen, nutsvoorzieningen en mijnbouw. We stonden aan de spits van de technologie. Vervolgens kwamen ook vele multinationale bedrijven naar Vlaanderen. Grote sectoren van ons industriële en economische weefsel gingen over in buitenlandse handen. De beslissingscentra van onze energiebedrijven en van de banken verhuisden grotendeels naar Parijs. Wat overblijft van onze automobielsector en bijna alle grotere chemie- en metallurgiebedrijven, wordt vandaag vanuit Amerika, Duitsland, China of India aangestuurd. Men kan zich de vraag stellen of plaatselijke verankering en een lokaal hoofdkwartier wel zo belangrijk zijn. Is het niet om het even in welke handen de macht ligt, zolang er hier maar bedrijvigheid en welvaart is? De filialen van veel buitenlandse multinationals, waarvan sommigen hier al meer dan vijftig jaar geleden zijn neergestreken, waren lange tijd toonaangevend. De gunstige, centrale ligging met de zeehavens als toegangspoorten tot de wereld, noeste werkers tegen gunstige loonkosten en voordelige energietarieven waren de ideale mix om veel duurzame investeringen aan te trekken. Onze dochterondernemingen hadden binnen hun concern aanzien en gewicht. En al werden de grote beslissingen dan niet meer hier genomen, het lokale management kon in het hoofdkwartier zijn stem verheffen en wegen op de besluitvorming, gesteund door de uitstekende economische rentabiliteit van hun vestiging. Maar ook die tijden zijn voorbij. Niet alleen verschoven de markten geleidelijk naar het Oosten, maar vooral werd de concurrentiekracht van onze industrie zwaar aangetast. De loonkosten en de energieprijzen stegen dramatisch. Dat heeft geleid tot een massale en ongeziene uitstoot van arbeidsplaatsen. Mede daardoor valt het eens zo bloeiende industriële weefsel in Vlaanderen stilaan uit mekaar en is het gewicht van vele van onze dochterbedrijven in hun multinationals sterk afgenomen. We spelen niet meer in de eerste divisie. Natuurlijk zullen grote delen van onze economie en industrie vroeg of laat moeten transformeren. Natuurlijk moeten we inzetten op onderzoek en innovatie en op afgewerkte producten met hogere toegevoegde waarde. Maar dat vraagt tijd. Toch hebben we vandaag een aantal prachtige bedrijven die tegen de stroom in roeien. Sommige ondernemers maken het verschil en deden hun bedrijf uitgroeien tot een mooie multinational. Maar het zijn er veel te weinig en er is zoveel meer nodig om onze welvaart veilig te stellen. Het is paradoxaal en moeilijk te begrijpen dat we allemaal meer werkgelegenheid willen en de lonen toch zo sterk blijven belasten dat jobs massaal verdwijnen. Ons daarbij verschuilen achter buitenlandse hoofdkwartieren is een loopje nemen met de waarheid. Het enige beslissingscentrum dat de loonkosten substantieel kan verlagen en zo opnieuw duurzame werkgelegenheid kan creëren, bevindt zich nog altijd in het binnenland, vooralsnog volledig op het niveau van de federale overheid. Waarom wacht men daar nu al zoveel jaren om grondig bij te sturen? De auteur is expert in bestuur van vennootschappen en gasthoogleraar aan de KU Leuven.JOHN DEJAEGEROnze bedrijven stonden aan de spits van de technologie.