Eigenlijk hebben we niet zo slecht geboerd in Europa, maar we zijn nog lang niet de meest competitieve kenniseconomie ter wereld. Daarvoor hadden de staats- en regeringsleiders zichzelf de tijd gegeven tot 2010, maar op 24 en 25 maart maken ze in Stockholm een eerste balans op. Ze buigen zich over een tienpuntenprogramma om er meer vaart in te brengen.
...

Eigenlijk hebben we niet zo slecht geboerd in Europa, maar we zijn nog lang niet de meest competitieve kenniseconomie ter wereld. Daarvoor hadden de staats- en regeringsleiders zichzelf de tijd gegeven tot 2010, maar op 24 en 25 maart maken ze in Stockholm een eerste balans op. Ze buigen zich over een tienpuntenprogramma om er meer vaart in te brengen.Met een economische groei, die naar beneden werd herzien maar toch nog over een langere periode rond 3% blijft hangen, zijn er mogelijkheden om de arbeidsmarkt te verbeteren, de kennis en kunde te verhogen en de ondernemingen beter te positioneren ten opzichte van de concurrenten.In het afgelopen jaar kregen we er in Europa 2,5 miljoen banen bij. Twee derde van die nieuwe jobs ging naar vrouwen. Daarmee komen we wat dichter bij de doelstelling van 60% arbeidsparticipatie. Toch bedraagt de werkloosheidsgraad nog 8,1% en dat is het dubbele van de Verenigde Staten.Die verhouding kan snel wijzigen, want als de Amerikaanse economie vaart mindert, vallen de werknemers veel vlugger dan bij ons door de mazen van het sociale vangnet en in de werkloosheid. Maar 14 miljoen Europese werklozen is te veel en de cijfers blijven hoog bij jongeren en in de categorie 55- tot 65-jarigen. Bovendien komt er nauwelijks schot in het wegwerken van de regionale verschillen. Met algemene Europese criteria alleen raken we niet verder.Zero mobiliteit. Er zullen einde maart specifieke nationale doelstellingen worden vastgelegd. Voor België wordt dit zeker het verder verlagen van de belastingdruk op arbeid en meer mensen ouder dan 55 jaar aan het werk houden. Hoe men het ook aanpakt, regionale werkloosheid is alleen uit te vlakken met werk in eigen streek. De mobiliteit van de werknemers is nagenoeg onbestaande. Dat men niet van het ene naar het land verhuist, heeft te maken met taal, de verschillen in pensioenregeling, de erkenning van diploma's, de belastingen, de moeilijkheden bij het vinden van een job voor de partner en de chaotische behandeling van Europese buitenlanders op het gemeentehuis van Etterbeek. Maar zelfs voor de grensarbeiders is er nog steeds geen redelijke oplossing van kracht.Is het tussen de lidstaten moeilijk, dan ook tussen bijvoorbeeld Zuid-Italië, met een blijvend hoge werkloosheid, en Noord-Italië, waar dringend behoefte is aan bijkomende arbeidskrachten. En tussen Vlaanderen en Wallonië. Regionale steun lijkt weinig op te lossen. In het algemeen wil Europa komaf maken met overheidssteun voor bedrijven buiten de gebieden die als economisch achtergesteld werden gekenmerkt.Voorstellen voor een grotere mobiliteit en voor het tekort aan hooggeschoolde arbeidskrachten ten behoeve van de kennismaatschappij zullen worden uitgewerkt door een speciale high-level task force waar men chief executive officers van bedrijven rechtstreeks wil bij betrekken. Hun rapport wordt eind dit jaar verwacht. De nood aan werknemers met informaticaervaring is groot. De vraag naar die mensen groeit van 10 miljoen op dit ogenblik naar 13 miljoen tegen 2003. Die hebben we niet. Volgens een studie van International Data Corporation hebben we er tegen die tijd 1,7 miljoen tekort. Op korte termijn betekent dat we - naar Duits voorbeeld - soepele immigratieregelingen zullen toepassen voor specialisten uit landen van buiten de Europese Unie. In ieder geval moet het scholingspeil omhoog. Tachtig procent van de nieuwe jobs was voor hooggeschoolden. De minimumnorm voor Europa verplaatst zich op termijn van lager naar hoger secundair onderwijs. Daarop volgt dan levenslang bijscholen, iets wat voor werknemers van KMO's een grotere hindernis is dan voor die van multinationale ondernemingen. Slechts 22% van de Europese werknemers zegt enige vorm van computerscholing te hebben ontvangen, en voor een nog veel kleiner aantal werd die door het bedrijf betaald. De geringe vooruitgang op gebied van permanente bijscholing wordt tot de tegenvallers van het afgelopen jaar gerekend.Sneller liberaliseren. Op het lijstje van negatieve punten dat aan de regeringsleiders in Stockholm wordt voorgelegd, staan verder de vertraging van de liberalisering van de postdiensten en van de elektriciteits- en gasmarkt, de richtlijn op de overnames en de regulering van de verkoop op afstand van financiële diensten. De Europese Commissie rekent tot haar successen het akkoord (na dertig jaar) over de Europese Vennootschap, de eerste stap in de liberalisering van de spoorwegen en de investeringen in de kennismaatschappij door de Europese Investeringsbank. Eind maart wil men de regeringsleiders de strategie voor de interne dienstenmarkt laten goedkeuren en hun steun vragen voor een herziening, vereenvoudiging en modernisering van de Europese regelgeving. De Commissie is voorstander van alternatieve regelgeving. Niet alles hoeft in wetten te worden vastgelegd. Er kan best met bedrijfssectoren naar vrijwillige overeenkomsten worden gestreefd. Dat heeft doorgaans het voordeel dat het veel sneller gaat. De europarlementairen zijn daar niet onverdeeld gelukkig mee, omdat ze vrezen dat een groot gedeelte van de regelgeving aan de democratische controle ontsnapt.Ook e-Europe mag en zal niet op de agenda ontbreken. Er wordt veel, soms te veel, heil van de computermaatschapij verwacht. Daarom wordt er gehamerd op de noodzaak om snel de internetaansluitingen op te voeren, de kosten voor telecommunicatie te verlagen, elektronische aanbestedingen in te voeren, e-copyrightregelingen af te werken en een on-linegeschillenregeling te voorzien voor computeraankopen. Dat allemaal liefst nog voor het einde van 2001. Als we daarbovenop ook nog de uitgaven voor onderzoek en ontwikkeling opvoeren tot een niveau dat de kloof met Amerika verkleint en voldoende kapitaal ter beschikking stellen van de spitstechnologie, dan zijn we weer een stapje dichter bij de status van meest competitieve kenniseconomie ter wereld. Goed dat we nog tijd hebben tot 2010. De auteur is European Affairs Officer bij Ford Motor Company en was voordien actief in de pers en de financiële wereld.Huib Crauwels