Voor Peter Vanvelthoven, federaal minister van Werk, is de strijd tegen zwartwerk een prioriteit. Hij heeft in het afgelopen jaar veel nieuwe maatregelen in de steigers gezet. Hij licht aan Trends zijn beleid toe.
...

Voor Peter Vanvelthoven, federaal minister van Werk, is de strijd tegen zwartwerk een prioriteit. Hij heeft in het afgelopen jaar veel nieuwe maatregelen in de steigers gezet. Hij licht aan Trends zijn beleid toe. PETER VANVELTHOVEN. "We hebben daar geen exacte cijfers over. We hebben aan Jef Pacolet van het Hoger Instituut van de Arbeid (Hiva) gevraagd om een meetinstrument te ontwikkelen dat op een betere manier het zwartwerk kan inschatten. Hij zal klaar zijn in november met zijn nieuwe methodologie. We kunnen dan een nulmeting doen en de volgende jaren telkens opnieuw meten. Zo kunnen we zien of bepaalde maatregelen vruchten afwerpen." VANVELTHOVEN. "Financiële uiteraard. De zwartwerker houdt netto meer over. Maar hij heeft dan niet dezelfde sociale voordelen. De ondernemer moet minder fiscale en sociale lasten betalen. Maar zijn collega's krijgen te maken met deloyale concurrentie. Wij staan met een batterij maatregelen klaar en krijgen daar vanuit het bedrijfsleven redelijk veel steun voor. "De tweede reden is dat de pakkans redelijk laag is. Vergelijk met het verkeer. Pas toen er camera's kwamen, gingen de mensen hun rijgedrag aanpassen. We moeten ook die richting uitgaan en laten voelen dat de pakkans verhoogt."VANVELTHOVEN. "We hebben vooral het signaal willen geven dat we de grote fraude willen aanpakken. Dat wil niet zeggen dat we niets meer gaan doen aan de kleine sociale fraude. Sinds kort komen we regelmatig met grote acties naar buiten in de media. In september bijvoorbeeld hebben we een grote actie gehad in het Gentse. Drie dagen later krijg ik het signaal van de inspectiediensten dat er plots stortingen gebeuren die men niet verwacht had. Het preventieve effect van repressief optreden is dus ook belangrijk. Daarom gaat de SIOD, de overkoepeling van de vier federale inspectiediensten, elke maand in elk arrondissement twee bijkomende grote acties doen. "De kleine sociale fraude gaan we op een efficiëntere manier aanpakken. We moeten ervanaf dat een inspecteur 's morgens in zijn auto stapt, een willekeurige straat inrijdt en daar iemand controleert die misschien niet in orde is. Hij zal nu veel meer voorbereidend werk doen vanachter het bureau en verschillende databestanden koppelen. De RVA is daar al heel ver in gevorderd. Ze kruist voortdurend met Dimona. Als iemand een uitkering krijgt én in Dimona wordt aangegeven als tewerkgesteld, zie je de fraude zonder dat je te velde gaat. "Ook zullen de inspecteurs met de laptop op het terrein gaan en via het internet verbinding leggen met Dimona en de Kruispuntbank Ondernemingen. Ze zullen dus niet meer alles moeten noteren en dan op het bureau gaan controleren."VANVELTHOVEN. "In 2006 was 80 miljoen voorzien, maar we halen waarschijnlijk 95 à 100 miljoen. We hebben aan de inspectie meer mogelijkheden gegeven en dus leg ik voor hen de lat hoger. Het zou me sterk verwonderen als we die 100 miljoen extra niet halen." VANVELTHOVEN. "Dat mag niet het geval zijn. Het spreekt voor zich dat de inspectie zich moet laten leiden door redelijkheid. Ze gaan trouwens gerichter controleren." VANVELTHOVEN. "Dat loopt naar mijn smaak nog altijd niet zoals het moet. Dat heeft te maken met de procedure. Als er een pv wordt opgesteld, gaat dat naar het parket. Dat gaat na of het vervolgt of niet. Enkel de zware fraude, ongeveer 20 %, komt voor de rechtbank. 80 % gaat terug naar de administratie, wordt daar opnieuw bekeken en dat resulteert dan in een administratieve boete. Dat is gekkenwerk. De administratie moet voor kleine sociale inbreuken onmiddellijk een boete opleggen. In het nieuwe wetboek voor sociaal strafrecht, dat binnenkort naar het parlement gaat, is dat voorzien." VANVELTHOVEN. "Ons huiswerk is zo goed als klaar. We moeten nu bewijzen dat we het aankunnen. Ik heb niet de ambitie om nu nog bijkomende maatregelen te nemen." VANVELTHOVEN. "Dat blijft een heikel punt. Binnen de SIOD is iemand aangesteld die niets anders doet dan contacten met het buitenland nemen. Dat loopt redelijk goed met de buurlanden, maar veel minder vlot met de nieuwe Europese lidstaten. Dat is niet onlogisch, want die landen hebben hun eigen problemen. We worden gedwongen om de problemen bilateraal op te lossen. De Europese Commissie zou dwingender moeten optreden en bijvoorbeeld voor de openstelling van de grenzen een samenwerking van de inspectiediensten verplichten. Ik heb dat al op de Europese ministerraad aangekaart. Commissaris Spidla antwoordde dat er een probleem is en dat er werk van gemaakt moet worden. Maar er gebeurt niets."