De voorzitter van BBL is kredietspecialist in hart en nieren. Luc Vandewalle redde begin de jaren negentig zijn bank nog van imposante kredietverliezen in het buitenland. In een gedreven betoog, doorspekt met sappige Brugse zinsneden, licht Vandewalle zijn visie op de brede problematiek rond Basel II toe. "Pas op wat je schrijft, want Basel II is mijn troetelkind."
...

De voorzitter van BBL is kredietspecialist in hart en nieren. Luc Vandewalle redde begin de jaren negentig zijn bank nog van imposante kredietverliezen in het buitenland. In een gedreven betoog, doorspekt met sappige Brugse zinsneden, licht Vandewalle zijn visie op de brede problematiek rond Basel II toe. "Pas op wat je schrijft, want Basel II is mijn troetelkind." LUC VANDEWALLE (BBL). "Het bestaan van een kredietschaarste of credit crunch spreek ik formeel tegen. Waarom? De banken hebben voldoende liquiditeiten om zoveel kredieten te verschaffen als ze zelf willen. Als je het eigen vermogen van de Belgische banken onderzoekt, blijkt dat elke bank over een grote buffer beschikt om extra kredieten te verlenen. In België reserveren we gemiddeld 10% van de eigen middelen, terwijl de huidige kapitaalnormen van Basel I maar 8% vereisen. Ruimte genoeg dus om aan extra kredietverlening te doen. Bovendien is de liquiditeit in de markt nog nooit zo hoog geweest als vandaag. "Uitzonderlijk zijn vandaag ook de lage rentevoeten waartegen bedrijven hun krediet kunnen bekomen. Ik ben in 1968 in de bank begonnen en de rentevoeten zijn nog nooit zo laag geweest als nu. Voor mij is er maar schaarste als de prijs van een goed omhoog gaat."Ten slotte speelt ook de conjunctuur ons parten. We beleven momenteel geen hoogconjunctuur, en dat heeft zijn impact op de vraag naar kredieten. Voor de BBL zou ik eigenlijk durven zeggen: we hebben geen geld tekort, maar klanten tekort."VANDEWALLE. "Toch wel. Op het vlak van het volume is er niets abnormaals te bespeuren. De bijzonderheid ligt in de rentemarges. Als bank ben je betrokken bij verschillende metiers: kredietverlening, asset management, private banking... Elk onderdeel soupeert eigen middelen van de bank op. De banken, en in ons geval BBL, willen een return on equity of opbrengst van het eigen vermogen van 12%. Die opbrengst moet onder andere gerealiseerd worden door het niveau van de rentevoeten en de rentemarges. De marges moeten de administratieve kosten van het krediet en de loan loss ratio ( nvdr - verlies op krediet) dekken. Alles wat daarna overblijft, moet voldoende zijn om 12% return on equity te bieden. "Door de komst van de euro zijn de rentevoeten nooit lager geweest. De kortetermijnrente bedraagt 3,5%, de langetermijnrente 5,5%. Ik herhaal, dat zijn rentevoeten van vóór 1968. De Belgische banken begonnen stilaan in te zien dat de marges te laag waren om de beoogde rentabiliteit te realiseren. Logisch, als je België bekeek in Europa hadden we de laagste marges. De banken trekken hun marges dus op. Maar opgelet, als we spreken van margeverhogingen, spreken we over centiemen maar niet over procenten."De bedrijven moeten die margeverhogingen in een breder geheel bekijken. Europa is op verschillende vlakken voordelig geweest voor de bedrijven, vaak ten nadele van de banken. Zo vervielen de wissel- en betalingsprovisies binnen de landen van de eurozone. Binnen de BBL betekende dat financiële aderlatingen van respectievelijk 86 en 25 miljoen euro. Nu komt er een margeverhoging van enkele centiemen, maar algemeen gezien blijft het voor de bedrijven voordelig bankieren."VANDEWALLE. "Basel II is inderdaad niet de oorzaak; het heeft wél het bewustzijn aangewakkerd. Basel I was zeer eenvoudig: 8% reservering van het eigen vermogen voor elk type krediet. Basel II houdt in dat het gebruik van de eigen middelen gekoppeld wordt aan het risico dat het bedrijf loopt. De banken moeten de bedrijven in categorieën indelen, en ze een rating geven. De banken dokteren in functie van Basel II dus een model uit dat een heldere blik geeft op het risicoprofiel van elke onderneming. Door die gespecialiseerde benadering ontdekken de banken dat de ontvangen vergoeding voor risico in België veel te laag is. "BBL heeft het voordeel gehad dat wij na onze crisisperiode in 1993 een ander kredietbeleid zijn gaan voeren. We hebben een raroc-systeem ( nvdr - risk adjusted return on capital) ingevoerd. Raroc komt erop neer dat de vergoeding voor een krediet wordt gekoppeld aan het gelopen risico. Eigelijk was dat Basel avant la lettre. Wij hebben toen een ratingsysteem ontwikkeld, en sinds 1993 hebben alle bedrijven die klant zijn van BBL een rating. De grote ondernemingen zijn in acht klassen ingedeeld, de KMO's in zeven. Vanaf dat ogenblik wisten we dat de kredietverlening in zijn huidige vorm niet rendabel was, en de marges opgekrikt moesten worden. Maar we waren de enige op de markt met deze conclusie. Dan heb je maar twee keuzemogelijkheden: ofwel stap je uit die markt, ofwel blijf je erin ook al weet je dat het niet rendabel is." VANDEWALLE. "Ik heb geen weet van die studie, maar ben er zeker van dat het de Belgische banken niet zal overkomen. Basel II zal voor België een neutrale actie zijn. Sinds we bij BBL het raroc-systeem toepassen, berekenen we intern de kapitaalvereisten zoals ze nu door Basel II worden gesteld. De conclusie is dat de kapitaalreservering op hetzelfde niveau blijft. Alleen de kapitaalaanwending door de verschillende ondernemingen verandert drastisch." VANDEWALLE. "Wat Duitsland gedaan heeft, weet ik niet zo goed. Maar er moet gelobbyd worden. Ook de Belgische Vereniging van Banken en de Commissie voor Bank- en Financiewezen hebben dat gedaan - en met succes trouwens. Zo zijn de risicopercentages gekoppeld aan de rating van een bedrijf gedaald tussen de tweede en derde evaluatieronde. Een ander belangrijk punt is het belang van de zekerheden. In Basel I hield men absoluut geen rekening met onderliggende waarborgen bij het berekenen van de kapitaalvereisten; in Basel II deed men dat onvoldoende. Iedereen vond dat natuurlijk absurd, en het Baselcomité heeft de regels dan ook drastisch versoepeld. Ook over de aard van de zekerheden heeft men al toegevingen gedaan. In eerste instantie werden alleen cash zekerheden aanvaard, zoals deposito's en staatsobligaties. Nu komen ook hypotheken en aandelen in aanmerking. "Er bestaan natuurlijk nog lacunes Zo is er nog altijd geen definitie opgemaakt om KMO's te onderscheiden. Vallen sommige ervan onder de corporate ratio's of onder de retail ratio's? We weten het niet. Maar we hebben de tijd. Het uitstellen van Basel II tot 2006 is een goede zaak. In de vorige ronden hebben we al positieve veranderingen kunnen realiseren, en we hopen dit in de komende ronde ook te kunnen doen. Uiteindelijk zal Basel II meer en meer bij het oude systeem aansluiten." VANDEWALLE. "Zeker niet. Basel II is veel correcter dan Basel I. Basel I was te simplistisch en scheerde elke onderneming over dezelfde kam. De totale behoefte aan eigen middelen zal ongeveer hetzelfde zijn voor de banken, maar de nieuwe normen zullen als gevolg hebben dat de goede bedrijven er beter zullen uitkomen dan de minder goede. Goede bedrijven krijgen immers een betere rating, waardoor ze minder eigen vermogen opeisen en dus een lagere marge moeten betalen." VANDEWALLE. "Of nu Basel I of Basel II van kracht is, een bedrijfsleider moet zo goed mogelijk zijn bedrijf beheren. In ons systeem beoordelen we KMO's aan de hand van 22 vragen, waarvan slechts vier op ratio's gebaseerd zijn. De capaciteit van het management, de levensduurte van het bedrijf, de betalingsgewoonten, de kwaliteit van de bedrijfsleiders, het speelt allemaal mee. Kreeg je onder Basel I een goede score, dan zul je dat onder Basel II ook krijgen. Als bedrijf zul je onder Basel II alleen op een meer uitgesproken manier een rating opgeplakt krijgen."