Ik zie de prijs als een erkenning voor de unieke transformatie van Umicore. Het geeft vertrouwen dat ik op de goede weg ben, en het bedrijf ook", zegt de 46-jarige Grynberg over zijn award. Nochtans zijn persoonlijke bekroningen niet het ding van de Brusselaar, die Umicore net vier jaar leidt.
...

Ik zie de prijs als een erkenning voor de unieke transformatie van Umicore. Het geeft vertrouwen dat ik op de goede weg ben, en het bedrijf ook", zegt de 46-jarige Grynberg over zijn award. Nochtans zijn persoonlijke bekroningen niet het ding van de Brusselaar, die Umicore net vier jaar leidt. Veel liever richt hij zijn aandacht op het bedrijf van ruim 14.500 werknemers dat goed is voor een jaaromzet van 14,5 miljard euro. Onder zijn bewind, en dat van zijn voorgangers Thomas Leysen en Karel Vinck, is Umicore geëvolueerd van een zwaar cyclische metalenverwerker tot een hoogtechnologisch en sterk winstgevend concern dat actief is als recycleerder van edelmetalen en als producent van autokatalysatoren en van basismaterialen voor onder meer herlaadbare batterijen voor gsm's, laptops en hybride en elektrische auto's. Maar dat betekent niet dat Umicore immuun werd voor economische turbulentie. MARC GRYNBERG. "Dat is juist. Maar dat beïnvloedt onze langetermijnprojecten niet en het doet geen afbreuk aan onze strategie. Het vertraagt ook onze snelheid van investeren niet en het verandert onze prioriteiten in onderzoek en ontwikkeling niet. Ondanks de tegenwind vallen onze resultaten niet terug tot op het niveau van tijdens de vorige conjunctuurschok. Bij elke etappe proberen we het bedrijf beter te maken, maar we moeten aanvaarden dat onze groep cyclisch blijft en dat de conjunctuur een impact heeft op de resultaten. Dat verplicht ons om op korte termijn maatregelen te nemen." GRYNBERG. "De verlaging van sommige soorten kosten en de aanpassing van de productiecapaciteit, maatregelen die we in omgekeerde richting nemen in periodes van groei. Ook schommelingen in de werkgelegenheid maken deel uit van het leven van een bedrijf. Maar wij zitten niet in een herstructureringsmodus. Sinds de vorige recessie van 2009 hadden wij ook zeer veel mensen aangeworven om in te spelen op de groei. Nu is er een kleine neerwaartse aanpassing." GRYNBERG. "De recyclagemarkt is in China nog niet even rijp als in Europa, dat een voorloper is. De technologie werd hier ontwikkeld en er is een zeer voordelige wetgeving die recyclage bevordert en groei op een harmonieuze manier mogelijk maakt. Elders is dat niet het geval. Buiten Europa gebeurt er weinig, met uitzondering van Japan. "Het is altijd een ontgoocheling als je een project moet stopzetten. Maar we weten dat we nooit een succesratio van 100 procent hebben. Ik trek dus geen voorbarige conclusies uit Foshan. Er zullen zich andere kansen aandienen in China." GRYNBERG. "Zeker. Niet alleen omdat de wetgeving voor ophaling, recuperatie van grondstoffen en recyclage steeds strenger wordt, maar ook door het groeiende besef dat grondstoffen schaars worden, waardoor recyclage steeds nadrukkelijker een prioriteit wordt." GRYNBERG. "Dat hangt af van de waarde van de te recycleren materialen. Als die heel waardevol zijn, kunnen ze reizen. Dat is het geval voor materialen die edelmetalen bevatten. Wij hebben verscheidene behandelingseenheden, maar die in Hoboken heeft alle technische en technologische capaciteiten. Dus is het interessanter om de te recycleren materialen naar Hoboken te sturen dan om in de vier windhoeken mini-Hobokens te bouwen. Voor minder waardevolle mate-rialen kan het interessanter zijn gedecentraliseerde behandelingseenheden te hebben." GRYNBERG. "Er is geen enkele reden om dat te veranderen. Het is een unieke installatie. Het zou trouwens decennia duren om een vergelijkbare installatie elders van nul uit te bouwen." GRYNBERG. "Midden jaren negentig zijn we een strategische bocht beginnen te nemen. We wilden ons afwenden van activiteiten waarin we alleen maar concurrentieel konden zijn door tegen lagere kosten te produceren. We realiseerden ons dat dit geen levensvatbare strategie was. Zodra de technische kloof zo klein wordt dat de concurrentie vooral op de productiekosten speelt, moeten we ons afvragen of dat nog een activiteit voor ons is. We weten uit ervaring dat we dat spel op lange termijn niet kunnen winnen. "Het probleem van de concurrentiekracht van België wordt vaak teruggebracht tot de personeelskosten, maar er zijn nog andere factoren. Zo is het ingewikkeld en tijdrovend om te investeren in België, terwijl wij actief zijn in zeer dynamische hoogtechnologische markten waarin de cycli uiterst kort zijn. Zeker voor herlaadbare batterijen, elektronica en katalysatoren moeten we snel op de markt kunnen komen. Maar als het een of twee jaar duurt om de bouw- of exploitatievergunning te krijgen, bijvoorbeeld in België, is zo'n project niet levensvatbaar. In Japan of Korea liggen er vijftien maanden tussen de beslissing om te investeren en de start van de productie. In België heb je in vijftien maanden tijd vaak nog geen bouw- en exploitatievergunning. Als wij bij Umicore een beslissing nemen over een investering, is het voor de overheid al te laat om invloed uit te oefenen op de locatie. Daarvoor had ze jaren eerder onderzoek moeten bevorderen en zich ervan moeten verzekeren dat er genoeg gekwalificeerd personeel voorhanden is. "En het is niet zo dat andere regio's de normen, en dan met name de milieunormen, minder streng zijn. Maar de administratie is er wel tien keer efficiënter en eenvoudiger, omdat er geen talloze beslissingsniveaus zijn die niet met elkaar communiceren." GRYNBERG. "Inderdaad. Dat gezegd zijnde, hebben we soms ook al beslist om hier toch te investeren, op basis van alle criteria samen. Dat was bijvoorbeeld onlangs het geval in Olen, voor onze divisie energy materials." GRYNBERG. "Wat me opviel tijdens mijn jaren in Duitsland, is de kwaliteit van het sociale model. Dat is veel vooruitstrevender dan in België of Frankrijk. Het is minder gebaseerd op het beheer van conflicten dan op overleg, met meer flexibiliteit en meer creatie van banen en aantrekkelijkheid voor investeringen. Als wordt gesproken over de aantrekkelijkheid van bepaalde landen, is het mij als CEO van een in België gevestigde multinational altijd opgevallen dat we altijd meer steun kregen buiten België dan in ons land. Sommige projecten vinden plaats in Korea of Japan omdat de lokale autoriteiten met subsidies en steun aan onderzoek over de brug kwamen om ons aan te trekken, meer bepaald in de sectoren van katalysatoren en batterijen." GRYNBERG. "Als Belgische baas van een in België gevestigde multinational is dat een beetje ontgoochelend. Is het frustrerend? Neen, want uiteindelijk doen we wat goed is voor onze stakeholders." GRYNBERG. "Dat zou ik niet zeggen. Er worden inspanningen geleverd, meer bepaald in Vlaanderen, om de aanvraag en de behandeling van vergunningen te vereenvoudigen. Gaat dat ver genoeg? Is het snel genoeg? Allicht niet, gezien de snelheid waarmee de wereld evolueert. Maar we kunnen ons in eender welk land plaatsen en altijd tot dezelfde conclusie komen, dat politici geneigd zijn onvoldoende te zien wat er buiten hun land gebeurt. En als bedrijfsleider kan ik me niet veroorloven een nationale redenering te volgen, omdat de markten en de concurrentie wereldwijd zijn." GRYNBERG. "Zeker. In plaats van te verdedigen wat bestaat, moeten we de inspanningen focussen op een versnelling van de technologische evolutie. De auto-industrie is helaas een goed voorbeeld. Tijdens de jongste recessie besliste de Amerikaanse regering om voorrang te geven aan de herstructurering van de sector en overtollige capaciteit te lozen. Vandaag houdt de Amerikaanse auto-industrie zich goed. In Europa werd daarentegen beslist om volop in te zetten op het redden van wat bestond. Soms missen we zo de juiste trein." GRYNBERG. "Neen. Maar je moet altijd denken aan de volgende etappe, want de wereld verandert snel. Vijf of tien jaar geleden probeerde China om tot elke prijs investeringen in industriële productiecapaciteit aan te trekken. Vandaag probeert China vooral onderzoek en ontwikkeling van nieuwe technologie aan te trekken. Wil dat zeggen dat ze laten vallen wat ze eerder deden? Neen. "Europa moet proberen te vermijden dat wat hier wordt uitgevonden systematisch elders wordt geproduceerd. Vele industrieën en uitvindingen vinden hun oorsprong in Europa. Fotovoltaïsche cellen zijn geen Chinese uitvinding, maar werden ontwikkeld in Europa. Idem dito voor lithium-ionbatterijen. In Europa zijn we vrij slecht in de transformatie naar industriële schaal en commercialisering. Nationale en Europese onderzoeksprogramma's richten zich vaak om dogmatische redenen op fundamenteel onderzoek en niet op toegepast onderzoek, want dat wordt verondersteld het domein van de ondernemingen te zijn." GRYNBERG. "Wij willen ons voort ontwikkelen in recyclage, katalysatoren en materialen voor energie, in het bijzonder in herlaadbare batterijen. Over vijf jaar zullen die activiteiten zich sterk hebben ontwikkeld, maar de contouren van de groep lijken op wat we vandaag kennen. More of the same? Ja, maar het kan veel meer van hetzelfde zijn." GRYNBERG. "We hebben inderdaad munitie. We hebben een solide balans en cashflow. Maar het is niet omdat we geld hebben dat de kansen zich aandienen. We kijken rond, maar we zien momenteel niets aantrekkelijks." BERT LAUWERS EN GILLES QUOISTIAUX"Het is ingewikkeld en tijdrovend om te investeren in België" "Grondstoffen worden schaars, daardoor wordt recyclage steeds nadrukkelijker een prioriteit"