"Een uit de hand gelopen hobby", zegt Vanstraelen over Bio-Racer. De wielerkledingfabrikant uit Tessenderlo kleedt de leden van zowat 7000 wielerclubs in binnen- en buitenland. "Onze doelgroep is de geoefende fietser die 2000 euro aan een fiets uitgeeft en 5000 kilometer per jaar rijdt. Tachtig procent van hen rijdt in clubverband", legt Vanstraelen uit. Bio-Racer is ook de huisleverancier van de nationale wielerploegen van België, Nederland, Luxemburg, Duitsland en Frankrijk.
...

"Een uit de hand gelopen hobby", zegt Vanstraelen over Bio-Racer. De wielerkledingfabrikant uit Tessenderlo kleedt de leden van zowat 7000 wielerclubs in binnen- en buitenland. "Onze doelgroep is de geoefende fietser die 2000 euro aan een fiets uitgeeft en 5000 kilometer per jaar rijdt. Tachtig procent van hen rijdt in clubverband", legt Vanstraelen uit. Bio-Racer is ook de huisleverancier van de nationale wielerploegen van België, Nederland, Luxemburg, Duitsland en Frankrijk. Goed opletten dus op de fietstruitjes tijdens de Olympische medailleceremonies in Londen deze zomer. "We gaan voor twaalf medailles", zegt Vanstraelen, wiens levensloop leest als een boeiende roman over de wielersport. Hij ligt trouwens, willens nillens, mee aan de basis van de Vlaamse fietsindustrie. Vanstraelen was ooit een kandidaat-beroepsrenner, maar hij koos voor het zekere bestaan als bediende en vakbondsafgevaardigde van de RTT, de toenmalige nationale telefoonmaatschappij. Een job die hem toeliet zich volop op zijn hobby te storten. Hij richtte een wielerschool op en ontwikkelde een meetsysteem dat de ideale positie op de fiets moest berekenen, het Bike Fitting System. Vandaar de naam Bio-Racer. Vanstraelen voerde ook als eerste de Polar-hartslagmeters in ons land in. Die had hij via de motorcross in Finland leren kennen. Vanstraelen was sportbegeleider van het Yamaha-fabrieksteam, dat hem ook op weg zette naar zijn fietsmeetsysteem, en hij spendeerde als begeleider ook vier jaar in de autorallysport. Dankzij een Nederlandse kennis rolde Vanstraelen in de fietsindustrie. Die fietsen werden toen in Nederland gebouwd en hier door Vanstraelen verkocht. Maar al snel zette hij de stap naar wielerkledij, met dank aan zijn vrouw. Die werkte eerder bij het modemerk Van Gils. "Zij is thuis in de garage gestart met het stikken van ademende elastische regenkleding." Het was 1989 en Bio-Racer was geboren. Vanstraelen haalde Stefan Aerts aan boord als vennoot. Het bedrijf ontwikkelde zich snel en ging naast kleding en fietsen ook helmen en fietsaccessoires produceren en verkopen. Maar Bio-Racer verslikte zich steeds lelijker in de diversificatie die werd uitgedokterd door Aerts. "We waren ambitieus, maar ondergekapitaliseerd en het werd al snel een probleem voor de banken", blikt Vanstraelen terug. "We waren met te veel zaken bezig." Bio-Racer kwam toen nog bijna in handen van de Nederlandse beursgenoteerde fietsenproducent Accell. "Die had een heel hoog bod gedaan en ik zag dat wel zitten", zegt Vanstraelen. "Accell had een groot distributienetwerk. Ik vond dat we best zouden renderen in een grote groep. Het was in kannen en kruiken, maar toen trokken ze zich terug omdat ze vonden dat kleding niet meer paste in hun filosofie." Daarop nam de investeringsmaatschappij LRM een belang van 44 procent. LRM was welkom, want Bio-Racer gleed weg en noteerde in 2001 een verlies van meer dan een half miljoen euro. Onder druk van de banken en LRM werden de ambities teruggeschroefd en werd weer gefocust op wielerkleding. De financiële problemen leidden tot een breuk tussen Vanstraelen en Aerts. "Een pijnlijke periode", zegt Vanstraelen, die Aerts uitkocht. Aerts richtte nadien het sterk opkomende fietsmerk Moozes op, samen met ex-beroepsrenner Ludo Dierckxsens. Meteen de tweede fietsproducent waar Vanstraelen onrechtstreeks bij betrokken was. Eerder gaf hij ook de aanzet voor Ridley. In de vroege jaren negentig had de broer van Stefan Aerts, Jochim, zich gespecialiseerd in het lakken van fietskaders van Bio-Racer. Jochim Aerts produceerde nadien ook aluminiumkaders onder de naam Ridley. "De broers waren filmfanaten. De naam Scott bestond al. En dus werd het Ridley naar de regisseur Ridley Scott", lacht Vanstraelen. De Ridley-fietsen verkochten goed, maar aan de samenwerking kwam een eind door een breuk tussen de broers Aerts. In 2006 was Bio-Racer sterk genoeg om het zonder LRM te rooien en stapte de investeringsmaatschappij eruit. Vanstraelen en Asgard Invest namen de aandelen over. Asgard Invest is een investeringsmaatschappij van Peter Croonen, die investeringsmanager was voor LRM toen die instapte in Bio-Racer. Croonen stopte kort daarna bij LRM om het van Philips afgesplitste Diepenbeekse Professional Multimedia Test Center over te nemen. Na een geslaagde turnaround verkocht hij het bedrijf aan het Amerikaanse Testronic Labs. Vandaag leidt Vanstraelen in Tessenderlo 111 werknemers. Toch wordt slechts een vijfde van de productie daar geconfectioneerd. In Tunesië en Tsjechië werken 25 en 50 mensen in onderaanneming en in Roemenië werd een dochterbedrijf opgericht. Daar zullen eind dit jaar 50 mensen werken, maar dat aantal kan snel verdubbelen. De kernactiviteiten, inclusief ontwerpen en drukken, blijven in Tessenderlo. Plannen voor Thailand liepen op niks uit. "Technisch stonden die heel ver, maar het kwam niet tot een overeenkomst. Ze waren heel vriendelijk, maar wilden te veel." Bio-Racer domineert samen met Vermarc de versnipperde Belgische markt van fietskledij. Vermarc werd opgericht door oud-wielrenner Frans Verbeeck en wordt geleid door diens zoon Marc. De twee rivalen hebben samen naar schatting 60 procent van de markt. "Vermarc bestaat al langer en was vroeger de grootste. Maar we hebben klanten afgesnoept", zegt Verstraelen. Hij geeft toe dat de kwaliteit van de kledij van de twee vergelijkbaar is, maar benadrukt graag dat Bio-Racer het grootste aantal clubs in portefeuille heeft. "Vorig jaar hebben we kledij voor 2780 nieuwe clubs gemaakt." Vermarc is wel de sponsor van enkele toppers bij de profwielerploegen zoals Omega Pharma-Quick Step en diens kopman Tom Boonen. Toch ontkent Vanstraelen dat zijn hart bloedt als Boonen en co prijzen pakken in Vermarc-outfit. "Met nationale ploegen word je altijd vereenzelvigd met kampioenen in alle disciplines, BMX, piste, veld, weg. Wij hebben daarom altijd gekozen voor een sponsoringstrategie van nationale bonden in landen waar we eigen verkoopteams hebben." "Als wij toch ooit een topploeg kleden, zal het geen Belgische ploeg zijn", zegt Vanstraelen. Intussen sponsort Bio-Racer wel het Duitse continentale team Netapp en het Franse Saur. "Omdat we zo snel mogelijk in Frankrijk willen doorbreken", zegt Vanstraelen. Bio-Racer is intussen ook van start gegaan in Spanje, waar het zich heeft ingekocht in een distributiebedrijf. Begin vorig jaar verwierf Bio-Racer Hunter, de Nederlandse marktleider voor op maat gemaakte schaatskledij. "Een opportuniteit waar we een paar jaar pijn van hebben, maar die interessant is om in de dalperiode van het fietsen onze productie op peil te houden." Omdat het schaatsseizoen al voorbij was bij de overname, bleef de impact ervan op de omzet van Bio-Racer het afgelopen boekjaar beperkt. Toch steeg de omzet van 10,2 tot 12,4 miljoen euro. En de inkomsten blijven buiten alle verwachting stijgen. De populariteit van het wielrennen, die door de recente spraakmakende prestaties van publiekslieveling Boonen een opsteker kreeg, is daar niet vreemd aan. In de periode sinds begin juli zijn de bestellingen alleen al in België met bijna 16 procent gestegen. "Ongelofelijk", zegt Vanstraelen. "En zeggen dat we naar het buitenland wilden omdat we dachten dat de Belgische markt verzadigd was." De stijging wordt volgens hem ook deels verklaard door een terugkeer van vroegere klanten, die eerst onlineprijsbrekers hadden uitgeprobeerd. De omzetgroei is welgekomen, want bottomline zakte het bedrijf in het rood. Vanstraelen wijt dat aan de overname van Hunter, investeringen in sponsoring en verkoopteams voor Spanje, Duitsland en Frankrijk, de oprichting van een cel voor O&O en de investeringen in de spin-off ReSkin (zie kader Perineumpleister). Deze investeringen resulteerden onvoldoende snel in een stijgende omzet, mede door problemen bij een belangrijke onderaannemer in Tunesië. De jongste tien maanden realiseert Bioracer weer dubbele groeicijfers. Vanstraelens mandaat als CEO loopt tot 2018, maar zijn zoon volgt hem niet op. "We hebben daarover een open gesprek gehad en duidelijke afspraken gemaakt. Hij zit wel in het management, maar voelt zich niet geroepen om de leiding te nemen. Er komt bij deze job heel veel netwerking kijken, en hij is een ander type dan ik", legt Vanstraelen uit. Croonen leidt intussen de verkoop en marketing en neemt op termijn de meerderheid, samen met Davy Vanstraelen en Danny Segers. Die laatste is de operationeel directeur die door Vanstraelen al sinds vier jaar wordt opgeleid tot CEO. Segers werkte zes jaar voor Ernst & Young en vier jaar bij LRM. "Een gedreven kerel die goed cijfers kan lezen, passie heeft voor wielrennen en intussen al een aardig mondje over textiel kan meepraten, dat is de ideale man." Vanstraelen sluit niet uit dat Bio-Racer vroeg of laat wordt overgenomen. "Maar behalve met Accell (Batavus, Koga Miyata en Sparta) zijn er nog geen concrete gesprekken geweest. "We zijn hoofdzakelijk naar wielerclubs gericht, terwijl een groot merk afhankelijk is van zijn dealers. Wij zijn anders gezegd groot in kleinschaligheid, een moeilijk verhaal dus om over te nemen." BERT LAUWERS"Als wij toch ooit een topploeg kleden, zal het geen Belgische ploeg zijn"