Wim Loncke werd een jaar geleden algemeen directeur en gedelegeerd bestuurder van Care. Dat levert schoonmaakdiensten aan bedrijven en is een onderdeel van de Nederlandse holding Vebego International. Loncke stapte over van projectmanagement naar het algemeen beheer van een bedrijf. Hij wilde zelf aan het stuur staan.

Hoe is de overgang bevallen?

WIM LONCKE. "Die is uitstekend bevallen. In dit bedrijf evolueren de marktfactoren en de visies. Ik kan daar nu veel beter op inspelen. Dat is een prettig gevoel. Het is een veel rijkere jobinhoud. In projectmanagement werd ik altijd geconfronteerd met een duidelijk afgelijnd budget en timing. In mijn huidige rol kies ik die zelf. Je kunt ook veel verder vooruitkijken. Het gaat nu om termijnen van twee tot zes jaar. Je gaat met een aantal ideeën aan de slag, waarvan er sommige misschien niks worden. In projectmanagement focus je op een opdracht en verder denk je niet. Je bent ook niet bekommerd over wat daarna gebeurt. Nu kijk ik veel breder.

"Gaandeweg ben ik gaan beseffen dat een van de belangrijkste zaken de cultuur in een onderneming is. Veel projecten hebben een impact op de cultuur, maar de cultuur heeft ook een impact op het project."

Bij Care kwam u ook in een heel andere sector terecht.

LONCKE. "Ja, ik heb veel moeten leren. Ik dacht de business snel onder de knie te krijgen, maar het is onvoorstelbaar hoe complex de poetssector is. Het is een uitgesproken mensenbusiness: mensen die werken met mensen. Na een jaar kan ik niet pretenderen al voldoende expert erin te zijn. Je moet veel onder controle krijgen. Er is veel tijd ingekropen om de organisatie te leren kennen, de cultuur en het ecosysteem. Ik heb de groep waar Care deel van uitmaakt, leren kennen. En de sectororganisatie. Dat zijn allemaal dingen die je niet in een paar maanden doet."

Wordt op de poetsbusiness neergekeken?

LONCKE. "Absoluut. Ik was onlangs bij een spreekbeurt van de Stad Gent over facilitymanagement. De spreekster verwoordde het treffend. Je hebt kernprocessen en ondersteunende processen, primaire en secundaire processen. Volgens haar is poetsen primair. Het ondersteunt de stad om de strategische doelstellingen te behalen.

"We evolueren zo veel mogelijk naar dagschoonmaak. Voor de poetser is dat sociaal veel draaglijker en het maakt de werknemers van de klant bewust dat er mensen achter dat proces zitten. Zij creëren een aangename werkomgeving. Onze poetsers voelen zich deel van het team, voelen zich meer betrokken."

Hoe concurrentieel is de schoonmaakbusiness?

LONCKE. "Heel concurrentieel. De verloning is sectoraal vastgelegd, we hebben dezelfde marges. De offertes liggen heel dicht bij elkaar. Dan gaat het om accenten leggen. Wij zetten in op dienstbaarheid. Andere bedrijven doen bijvoorbeeld weer meer in catering. Je merkt ook dat er bedrijven zijn die minder investeren in opleidingen. En dan zijn er ook bedrijven uit de sociale economie die niet gebonden zijn door de sectorale overeenkomsten.

"Onze klanten zien ons als een kostenpost. Maar we werken almaar meer met een open boek. We laten zien wat we doen. We tonen dat een deel van onze marge naar opleiding gaat en naar het welbehagen van onze klanten. We gaan naar resultaatgericht poetsen. We bekijken met veel klanten hoe we het resultaat bepalen en hoe we het dan beoordelen."

AVP

"Onze klanten zien ons als een kostenpost. Maar wij laten hen zien wat we doen"