Door haar ongewone samenstelling en haar frisse, open aanpak kunnen de regeringen Verhofstadt I en Dewael I nog altijd op een grote dosis goodwill rekenen in brede lagen van de maatschappij. Toch beginnen bepaalde steeds weerkerende fouten in toenemende mate te irriteren. Neem nu de massa initiatieven die de federale en Vlaamse ministers ontplooien. Vaak vertonen ze een ontstellend gebrek aan ernstige basisanalyse.
...

Door haar ongewone samenstelling en haar frisse, open aanpak kunnen de regeringen Verhofstadt I en Dewael I nog altijd op een grote dosis goodwill rekenen in brede lagen van de maatschappij. Toch beginnen bepaalde steeds weerkerende fouten in toenemende mate te irriteren. Neem nu de massa initiatieven die de federale en Vlaamse ministers ontplooien. Vaak vertonen ze een ontstellend gebrek aan ernstige basisanalyse. Het jongerenbanenplan van federaal minister van Arbeid en Tewerkstelling Laurette Onkelinx ( PS) vormt inzake onkunde en onzin allicht de primus inter pares (zie ook blz. 28 in dit nummer). Haar Vlaamse tegenvoeter Renaat Landuyt ( SP) doet het beter. Hij schuift iets meer op naar het terrein waar - zeker voor Vlaanderen - de kernproblematiek op het vlak van de tewerkstelling ligt: het verhogen van de tewerkstellingsgraad van 50-plussers. Hierop komen we binnenkort in Trends uitgebreid terug. Ondertussen pakt Vlaams minister van Welzijn, Gezondheid en Gelijke Kansen Mieke Vogels ( Agalev) uit met het leuke voorstel een jaar zorgverlof toe te kennen, dat alle werknemers over hun loopbaan zouden kunnen opnemen. La Vogels wil decreteren dat de werkgevers dit plan moeten financieren. Heeft een wakkere kabinetsmedewerker op het kabinet de minister er ook op gewezen dat dit voornemen onvermijdelijk enkele duizenden jobs zal kosten? Ook groene ministers zullen de voor hen zo verwerpelijke binding tussen loonkosten en werkgelegenheid onder ogen moeten zien. Onder de noemer losse flodders vinden we ook de initiatieven die federaal vice-premier Johan Vande Lanotte (SP) als verantwoordelijke voor Maatschappelijke Integratie en Sociale Economie (is er een andere economie?) wil nemen om de armoede in ons land structureel terug te dringen. De minister betoogde bij de voorstelling van zijn beleidsnota ter zake dat er dringend nood is aan meer onderzoek over het fenomeen armoede. Het tekort aan onderzoeksresultaten hinderde de minister echter niet om al onmiddellijk te stellen dat het sociale opvangnet verbreed en verdiept moet worden. Het doet bij elke rechtgeaarde sociaal-democraat de haren ten berge rijzen, maar het zou niet slecht zijn als minister Vande Lanotte zich op dit vlak eens ernstig liet informeren over armoede in de Verenigde Staten - in de ogen van vele West-Europeanen een oord van schrijnende armoede. Kijken zij door een objectieve bril? Er vallen alvast enkele cijfers en evoluties op. Kijk bijvoorbeeld naar de grote mobiliteit onderaan de inkomensladder in de VS. Méér dan 80% van de mensen die zich op een bepaald moment in de onderste 10% van de inkomensladder bevinden, zijn daar tien jaar later uit verdwenen. Die onderste 10% is dus een snel wisselende massa mensen en niet één bepaalde groep van uitzichtloze marginalen.De VS kennen wel degelijk armoede van het ergste soort. Daarover valt niet te discussiëren. Maar tegelijk geeft nuchtere cijferanalyse aan dat er veel minder stigmatisatie optreedt inzake armoede. De mogelijkheden om uit die armoede te klimmen, blijken beduidend groter dan hier. Alles wijst erop dat de armen in onze contreien veel meer vastgeroest zitten. Hetzelfde geldt voor de werkloosheid. Beide fenomen kunnen moeilijk los van elkaar gezien worden.Amerikaans onderzoek toont ook aan dat het vaak niet bijster zinvol is om alleen te letten op het inkomen. Bij studies over armoede moet je ook kijken naar verbruik en bestedingen. Een aanrader in dat verband is het recente boek Myths of Rich and Poor ( Basic Books, 1999) van onder meer Michael Cox, vice-gouverneur van de Federal Reserve Bank of Dallas. Bij armoedebestrijding is de creatie van een goed functionerende arbeidsmarkt, zeker onderaan de loonladder, veel belangrijker dan een breder en dieper sociaal opvangnet. Of gaat nu ook Vande Lanotte zich verschuilen achter het ongewenste van McDonald's-jobs? Los van het beledigende voor de mensen die vandaag dit type van werk uitvoeren, zouden beleidsvoerders beter tot het inzicht komen dat er nu eenmaal mensen zijn die niet meer aankunnen of op een bepaald ogenblik geen andere kans krijgen. Bovendien kleeft er helemaal geen schande aan het uitvoeren van McDonald's-jobs, integendeel zelfs. De manier waarop Vande Lanotte de gedachten probeert te ordenen inzake het armoedeprobleem doet de vrees rijzen dat we beter rekening houden met heel andere motieven. Een breder sociaal opvangnet creëert meer mensen die leven uit de handen van politici, die op hun beurt op electorale wederdiensten rekenen. Als Vande Lanottes leermeester Louis Tobback (SP) het vroeger had over de electorale zekerheden voor zijn partij, dan verwees hij naar zulke situaties. Tobback lag er duidelijk nooit wakker van dat deze politieke keuzes ertoe leidden dat mensen vastgebeiteld werden in armoede, werkloosheid of een tamelijk zinloos ambtenarenbestaan. Trekt de verjongde SP van Steve Stevaert, Johan Vande Lanotte en Patrick Janssens dit platte opportunisme verder door? JOHAN VAN OVERTVELDT