Jan Van Dyck
...

Jan Van DyckHet parlement werkt aan de voorbereiding van een nieuwe programmawet die naar goede gewoonte ook verscheidene fiscale maatregelen bevat. Blikvanger is de nieuwe BTW-regeling voor terreinen. Als een nieuw gebouw met toepassing van de BTW wordt verkocht, zal voortaan ook BTW verschuldigd zijn op de daarbij horende grond die gelijktijdig wordt verkocht. Deze regeling veroorzaakt veel commotie, waardoor het niet zeker is of zij ongeschonden de eindmeet haalt. Hoe dan ook is de inwerkingtreding al een beetje uitgesteld. Oorspronkelijk was gezegd dat de nieuwe regeling op 1 juli van toepassing ging zijn. Maar de inwerkingtreding is inmiddels al verschoven naar 15 augustus. Het ontwerp van programmawet voorziet daarnaast in de invoering van een 120 %-aftrek voor bepaalde investeringen die gebeuren ter beveiliging van ondernemingen. En ook in een verhoging van de belastingvermindering voor uitgaven ter beveiliging van woningen tegen inbraak of brand. De tijdelijke vrijstelling voor bijkomend personeel in KMO's die normaal vorig jaar afliep, krijgt een permanent karakter. Het percentage van de bedrijfsvoorheffing ingehouden op bezoldigingen van sommige wetenschappelijke onderzoekers dat niet naar de schatkist moet worden doorgestort, wordt fors verhoogd. De belastingvrije som in de personenbelasting gaat in bepaalde gevallen lichtjes omhoog. En de belastingvermindering voor dienstencheques wordt in bepaalde gevallen omgezet in een terugbetaalbaar belastingkrediet. Bekijken we deze twee laatste maatregelen van dichtbij. Om te beginnen de verhoging van de belastingvrije som. Die gaat omhoog van (nog te indexeren) 4095 naar (ook nog te indexeren) 4260 euro. De verhoging geldt met ingang van het aanslagjaar 2009 (inkomstenjaar 2008). Maar zij geldt niet voor iedereen. Zij wordt voorbehouden aan belastingplichtigen met een relatief laag inkomen. Dat mag niet hoger zijn dan (nog te indexeren) 15.220 euro. Na de indexaanpassing ligt de grens op 22.870 euro. Wie een hoger inkomen heeft, ziet de verhoging van de belastingvrije som aan zijn neus voorbijgaan. Met dien verstande dat het wetsontwerp in een overgangsregeling voorziet. Die moet een harmonieuze afbouw van de verhoging waarborgen ten aanzien van inkomens die de gestelde grens slechts licht overschrijden. Op zich is er met deze regeling niets mis. Lage inkomens krijgen de verhoging van de belastingvrije som. Hoge(re) inkomens niet. Dat lijkt sociaal rechtvaardig. Maar bij nader inzien is de manier waarop het onderscheid tussen lage en hoge inkomens wordt gemaakt bijzonder merkwaardig. Iemand met een inkomen van 22.870 EUR heeft een laag inkomen, en heeft dus recht op de verhoging van de belastingvrije som. Iemand met een inkomen van bijvoorbeeld 25.000 euro heeft een hoog inkomen en heeft dus geen recht op de verhoging. Maar stel dat de belastingplichtige met een inkomen van 25.000 euro vier kinderen ten laste heeft, dan betaalt hij slechts belasting op 6650 euro. Zijn belastingvrije som, inclusief de verhoging voor de kinderen die hij ten laste heeft, bedraagt immers 18.350 euro. Hoewel slechts 6650 EUR effectief aan belasting onderworpen wordt, heeft hij toch geen recht op de verhoging van de belastingvrije som, want zijn belastbaar inkomen (los van de belastingvrije som) is te hoog. Neem daarentegen een alleenstaande zonder kinderen met een belastbaar inkomen van 22.000 euro. Hij wordt effectief belast op basis van 15.850 euro (het verschil tussen zijn belastbaar inkomen en de belastingvrije som). Hij heeft wel recht op de verhoging, want zijn inkomen van 22.000 euro is volgens de wetgever een laag inkomen. Maar gelet op zijn gezinstoestand houdt hij bovenop de belastingvrije som verhoudingsgewijs veel meer over (15.850 euro) dan het gezin met vier kinderen in het voormelde voorbeeld. Dat houdt bovenop de belastingvrije som slechts een inkomen over van 6650 euro. De vraag is dus of de nieuwe regeling wel zo rechtvaardig is. Ook de regeling over dienstencheques is in hetzelfde bedje ziek. De bedoeling is nobel. Wie bij gebrek aan voldoende belastbare inkomsten de belastingvermindering voor dienstencheques niet kan genieten, krijgt vanaf het aanslagjaar 2009 het belastingvoordeel toegekend in de vorm van een terugbetaalbaar belastingkrediet. Zo krijgen ook lage inkomens recht op het financiële voordeel dat uit de belastingvermindering voortvloeit. Maar ook hier zegt het wetsontwerp dat de regeling voorbehouden wordt aan wie een laag inkomen heeft. En dat is ook hier een inkomen dat na indexaanpassing niet hoger is dan 22.870 euro. Neem iemand met een belastbaar inkomen van 23.000 euro en die vier kinderen ten laste heeft waarvan er een gehandicapt is. Hij kan de belastingvermindering voor dienstencheques niet effectief genieten, want hij betaalt geen belasting. De belastingvrije som, inclusief de verhoging ervan voor kinderen ten laste, is immers hoger dan zijn belastbaar inkomen. Hij heeft dus, gelet op zijn gezinstoestand, een relatief laag inkomen. Maar toch zal hij geen recht hebben op de omzetting van de belastingvermindering in een terugbetaalbaar belastingkrediet. Want zijn belastbaar inkomen (los gezien van de belastingvrije som) is te hoog. Begrijpe wie kan. (T) DE AUTEUR IS ADVOCAAT EN HOOFDREDACTEUR VAN FISCOLOOG.