In zijn niche blijft het Studiecentrum voor Kernenergie (SCK) een centrum van uitmuntendheid, zoals het Imec van Leuven voor micro-elektronica. In Europa is het SCK het tweede beste nucleaire onderzoekscentrum, na de Commission à l'Energie Atomique in Frankrijk. Die is veel groter en heeft middelen waarvan wij niet kunnen dromen. Frankrijk heeft ook een reeks oude en nieuwe centrales die onderzoeksprikkels geven," commentarieert voorzitter Frank Deconinck.
...

In zijn niche blijft het Studiecentrum voor Kernenergie (SCK) een centrum van uitmuntendheid, zoals het Imec van Leuven voor micro-elektronica. In Europa is het SCK het tweede beste nucleaire onderzoekscentrum, na de Commission à l'Energie Atomique in Frankrijk. Die is veel groter en heeft middelen waarvan wij niet kunnen dromen. Frankrijk heeft ook een reeks oude en nieuwe centrales die onderzoeksprikkels geven," commentarieert voorzitter Frank Deconinck. Een van de maatstaven is de deelname aan de Europese kaderprogramma's, aldus Deconinck. "Zeventig procent van de programma's die het SCK indient, wordt aanvaard door de Europese Unie. Terwijl het gemiddelde voor de rest van België minder dan 10 % is. We werken in een niche die goed overeenstemt met wat de EU prioritair vindt. Die niche situeert zich tussen basis- onderzoek en toegepast onderzoek. Dus het is normaal dat wij meer Europese contracten binnenrijven dan de Belgische universiteiten."Collega Pierre D'hondt: "Binnen een straal van vijf kilometer rond het SCK werken 2500 mensen in nucleair onderzoek: naast het SCK ook Euratom, Belgoprocess, Belgonucleaire en FBFC. Tienduizend streekgenoten leven van die cluster. Mol huisvest burgers van 42 nationaliteiten."Deconinck: "Mol-Dessel is ook qua nucleaire tewerkstelling het tweede centrum van Europa. Duitsland bouwt af (buiten een groepje in Karlsruhe en Jülich), Engeland bouwt af, Italië is marginaal, en Spanje en Nederland zijn veel kleiner. Europa heeft geen nood aan 25 centra, dus moet je internationale synergie zoeken."D'hondt: "Het SCK speelt nog altijd een voorhoederol en heeft interessante problemen benaderd en oplossingen gevonden. België is bijvoorbeeld het eerste en belangrijkste land in onderzoek naar geologische berging met een ondergrondse galerij. In het nieuwe domein, partitioningandtransmutation, waarbij we radioactief afval afbreken door het opnieuw te bestralen, lopen wij Europees in de spits." Het SCK is gestart in 1952. Eerst kwam de promotie van kernenergie en vanaf de jaren zeventig werd de nucleaire kennis ingezet voor niet-atomaire activiteiten. D'hondt: "Het personeelsbestand liep in 1982-1983 op tot 1400 mensen. In 1986 volgde een sanering, gekoppeld aan de stopzetting van de BR3 in 1987. Het departement afval werd aan Niras overgedragen en beheerd door dochter Belgoprocess. Daardoor zakte opnieuw het personeelsaantal. Een derde aderlating was de afsplitsing van het Vito, dus het niet-nucleaire onderzoek. Een derde van het SCK-personeel werd Vito-medewerker en twee derde bleef SCK'er, circa 500 mensen. Het SCK telt vandaag opnieuw 620 personeelsleden en Vito 500."Deconinck: "Onze begroting van gemiddeld 80 miljoen euro bestaat grosso modo voor een kleine helft uit overheidsdotatie en voor een grote helft uit eigen inkomsten. De dotatie plafonneert sinds tien jaar op 40 miljoen euro en zou de personeelskosten moeten dekken, maar die post zakt in reële termen. Naargelang de index is er een jaarlijks tekort van 6 à 10 miljoen euro voor de personeelskosten, en het werkvolume stijgt. Budgettair zitten we dus in moeilijke papieren. Vorig jaar boekte het SCK een tekort. Er zijn beloften van de regering om een rekenkundige vergissing bij te werken, maar er is geen indexatie, wat dus een afbraak is. De eigen inkomsten stijgen wel."