Wie het Londense kantoor van de Britse krant The Guardian bezoekt, vlak bij het internationale treinstation Saint Pancras, kan al van ver naar binnen kijken. De glazen muren zijn geen toeval: transparantie vormt het hart van de bedrijfsfilosofie van de Engelse krant. Het bedrijf wil daarom geen betaalmuur optrekken om geld te verdienen met de succesvolle website van de krant. Guardian.co.uk is een paradepaardje. Terwijl de printversie van de onafhankelijke krant lezers verliest, bokst The Guardian op het internet ver boven zijn gewicht. Het voor de Engelstalige wereld relatief kleine dagblad heeft wereldwijd, met zo'n 36 miljoen unieke bezoekers per maand, de op een na drukst bezochte webstek van alle Engelstalige kranten. Enkel The New York Times doet het beter. "We hebben de afgelopen jaren een hechte band opgebouwd met onze lezers", zegt David Fisher, hoofd brand partnerships bij The Guardian. "The Guardian is een van de vijftig meest 'connected' websites van de wereld. We betrekken onze lezers actief bij de site, zelfs bij het maken van onze artikels. Zo vroegen we de lezers onder de kop Investigate your MP's expenses (onderzoek de uitgaven van uw parlementslid, nvdr) om mee de documenten te analyseren die we op het internet hadden g...

Wie het Londense kantoor van de Britse krant The Guardian bezoekt, vlak bij het internationale treinstation Saint Pancras, kan al van ver naar binnen kijken. De glazen muren zijn geen toeval: transparantie vormt het hart van de bedrijfsfilosofie van de Engelse krant. Het bedrijf wil daarom geen betaalmuur optrekken om geld te verdienen met de succesvolle website van de krant. Guardian.co.uk is een paradepaardje. Terwijl de printversie van de onafhankelijke krant lezers verliest, bokst The Guardian op het internet ver boven zijn gewicht. Het voor de Engelstalige wereld relatief kleine dagblad heeft wereldwijd, met zo'n 36 miljoen unieke bezoekers per maand, de op een na drukst bezochte webstek van alle Engelstalige kranten. Enkel The New York Times doet het beter. "We hebben de afgelopen jaren een hechte band opgebouwd met onze lezers", zegt David Fisher, hoofd brand partnerships bij The Guardian. "The Guardian is een van de vijftig meest 'connected' websites van de wereld. We betrekken onze lezers actief bij de site, zelfs bij het maken van onze artikels. Zo vroegen we de lezers onder de kop Investigate your MP's expenses (onderzoek de uitgaven van uw parlementslid, nvdr) om mee de documenten te analyseren die we op het internet hadden geplaatst." The Guardian haalt 80 procent van zijn reclame-inkomsten uit de printeditie, maar die inkomsten dalen. De opbrengst van onlinereclame daarentegen stijgt. Voor rekruteringsadvertenties via het internet is de opbrengst al groter dan wat jobadvertenties in de krant opleveren. Maar nu al is duidelijk dat onlinereclame niet genoeg zal opbrengen om uit de kosten te komen. Net als elke andere krant of magazine worstelt The Guardian al sinds het ontstaan van het internet met dezelfde vraag: hoe ontwikkel je een businessmodel waarmee geld te verdienen valt op het internet? Er tekenen zich in de mediawereld twee tendensen af: de strekking-Murdoch en de strekking-The Guardian. Rupert Murdoch, CEO van News Corporation, is vast van plan zijn nieuwswebsites een betaalmodel aan te meten. Zowel Murdochs Wall Street Journal als concurrent Financial Times hebben al met veel succes zo'n betaalmuur opgetrokken rond hun onlinecontent. De hamvraag is nu: zal wat lukt voor gespecialiseerde websites met financieel nieuws ook werken voor gewone nieuwssites? Murdoch gelooft van wel. The Times heeft hij al betalend gemaakt, en binnenkort volgt de site van The Sun. In België zijn de websites van De Standaard en De Tijd/L'Echo deels betalend. Een mediabedrijf dat hiervoor kiest, ziet het internet als een distributiekanaal om zijn artikels en video's te verspreiden, maar sluit zijn contentmanagementsysteem - dat is de software om artikels, foto's en videomateriaal te beheren - af voor de bui-tenwereld. In tegenstelling tot News Corporation is The Guardian Media Group geen commercieel bedrijf. Het behoort tot een onafhankelijke stichting, The Scott Trust, die waakt over de onafhankelijkheid en de journalistieke principes van de krant. De overige bedrijven van de stichting maken voldoende winst om het verlies van The Guardian te compenseren, maar dat is uiteraard niet de bedoeling. Met zijn opensoftwareplatform hoopt de krant op het internet nieuwe inkomstenmodellen te ontwikkelen. Gedreven door zijn filosofie van openheid wil The Guardian zijn content gratis en overal op het internet verspreiden, en kiest het voor cocreatie en samenwerkingsverbanden met andere websites en partners. Het lijkt erop dat The Guardian goed begrepen heeft hoe dat moet in de interneteconomie. Chris Anderson, hoofdredacteur van het Amerikaanse nieuwemediamagazine Wired en auteur van The Long Tail, legde in zijn boek Free uit hoe de digitale economie verschilt van de traditionele economie. Volgens Anderson zullen bedrijven op het internet proberen om inkomsten te genereren met gratis producten en diensten. Dat komt omdat de kosten van productiemiddelen zoals transport, grondstoffen en mankracht dalen op het internet. Voor een onlinekrant hoeft een bedrijf bijvoorbeeld geen (duur) papier te kopen of een wijdvertakt distributienetwerk op te zetten. In de bank- of reissector is de verschuiving naar het internet al lang aan de gang: banken en reisagenten proberen om hun producten en diensten zo veel mogelijk in software om te zetten. Net dat is wat The Guardian nu aan het doen is: zijn content via applicaties omzetten in nieuwe producten en diensten (zie kader Drie soorten applicaties op Guardian.co.uk). De krant heeft een opensoftwareplatform gebouwd dat externe bedrijven, adverteerders en organisaties toegang geeft tot de content op Guardian.co.uk: meer dan een miljoen artikels die teruggaan tot 1999, podcasts, video's en foto's. David Fisher van The Guardian: "Het open platform kun je je het beste voorstellen als een reeks technologische diensten waarmee merken en bedrijven de content en technologie van The Guardian kunnen gebruiken om softwaretoepassingen en diensten te ontwikkelen. Dat kan variëren van websites tot games en applicaties voor mobiele telefoons." Haalt de strekking-Murdoch het of geeft The Guardian de juiste richting aan? Niemand die het op dit moment kan zeggen. Toen Murdoch begin juli zijn betaalmuur optrok rond The Times - 1 pond per dag, 2 pond per week - verloor de website de eerste maand naar schatting de helft van zijn bezoekers. Zie je wel, zeiden de tegenstanders van de paywall betweterig. Toch was The Times zelf niet ontevreden. Het wist dat het lezers zou verliezen en had verwacht dat de achteruitgang groter zou zijn. Wel is duidelijk dat de oplossing van The Guardian helemaal past bij de manier waarop het internet zich ontwikkelt, onder meer door inkomstenmodellen te bedenken waarbij de klant het product (in dit geval onlineartikels) gratis krijgt, bijvoorbeeld omdat een derde partij sponsort. Bij zulke modellen winnen alle partijen. De klant heeft op meer plaatsen op het net gratis toegang tot The Guardian-content. De adverteerders kunnen gebruikmaken van nieuwe commerciële toepassingen. The Guardian is op het net op veel meer plaatsen aanwezig dan op de eigen site, kan langetermijncontracten afsluiten met partners, giet zijn content in functionele toepassingen waarmee het de band met de klant versterkt, en boort nieuwe inkomsten aan. Het bezoek aan The Guardian werd georganiseerd door Stichting Marketing.Benny Debruyne, vanuit LondenDe lezers worden actief betrokken bij de website, zelfs om artikels voor de krant te helpen maken