Op het portret dat Jan van Eyck in 1434 schilderde van het Brugse echtpaar Arnolfini hangt een luchter met één brandende kaars, een symbool voor de aanwezigheid van Christus. Later, bij de zeventiende-eeuwse Hollandse meesters, suggereerden kaarsen ook wel de vergankelijkheid van het leven. Zo'n opheldering krijgen we in De verborgen taal van kunst (Tirion, 256 blz., 38,50 euro). Aan de hand van 75 bekende kunstwerken licht de Britse kunsthistorica Sarah Carr-Gomm de symboliek toe in de westerse kunst van de Middeleeuwen tot de twintigste eeuw. Naast vraagbaken, kan het boek ook dienst doen als uitbundig geïllustreerd overzicht van de kunstgeschiedenis.
...

Op het portret dat Jan van Eyck in 1434 schilderde van het Brugse echtpaar Arnolfini hangt een luchter met één brandende kaars, een symbool voor de aanwezigheid van Christus. Later, bij de zeventiende-eeuwse Hollandse meesters, suggereerden kaarsen ook wel de vergankelijkheid van het leven. Zo'n opheldering krijgen we in De verborgen taal van kunst (Tirion, 256 blz., 38,50 euro). Aan de hand van 75 bekende kunstwerken licht de Britse kunsthistorica Sarah Carr-Gomm de symboliek toe in de westerse kunst van de Middeleeuwen tot de twintigste eeuw. Naast vraagbaken, kan het boek ook dienst doen als uitbundig geïllustreerd overzicht van de kunstgeschiedenis. Minder schematisch, vrijer interpreteerbaar en met een grotere persoonlijke toets is de lezing die de in Frankrijk wonende Argentijn Alberto Manguel van schilderijen en beelden brengt in Kunstlezen (Ambo, 352 blz., 34,90 euro). Hij vertelt, wijst aan en laat de lezer mee ontdekken wat het schilderij of beeld betekent. Kunstlezen is dan ook geen encyclopedische invuloefening, maar een leeswerk dat even veel inspanningen vergt als bevrediging schenkt. Belgische kunst. Ongetwijfeld het meest grandioze kerstcadeau voor kunstliefhebbers is de Geschenkkoffer Belgische kunst (Lannoo, 472 blz., 49,95 euro). Het tweeluik bevat - in betaalbaar gehouden paperbackuitvoering - de twee standaardwerken die de Britse historicus Michael Palmer over de moderne Belgische kunstgeschiedenis schreef: Van Ensor tot Magritte (1880-1940) en Van Alechinsky tot Panamarenko (1940-2000). Van het jongste deel ligt nu ook een gebonden uitgave met stofomslag in de boekhandel (65,95 euro). Als aanvulling op dat prestigieuze kunstoverzicht kunnen we de monografie met de sobere titel Veerle Rooms (Lannoo, 144 blz., 39,95 euro) aanraden. Michaël Zeeman en enkele andere auteurs beklemtonen het belang van het grafische werk van de Antwerpse kunstenares. Niet alleen vorm en inhoud, ook de experimenten met papiersoorten als drager van het werk krijgen aandacht. Frans Boenders treedt op als auteur, maar komt ook in het oeuvre van Rooms voor. Ze drukte sonnetten in zijn handschrift op papierstroken, die gevouwen werden tot een leporelloalbum. Florale kunst. Zeg nooit bloemschikken tegen de bloemsierkunst van Daniël Ost. Bloembinden ademt huisvlijt, heeft een hoog Bokrijkgehalte, roept taferelen met kantklossende begijnen op. Maar zelfs de naam bloemsierkunst schiet tekort voor de architecturale grandeur van de florale kunstenaar uit Sint-Niklaas (die binnenkort ook een winkel in een art-nouveaupand in de Brusselse Koningsstraat opent). Zowat op zijn eentje bevrijdde Daniël Ost de bloemsierkunst uit haar biedermeierkorset en schonk ze een plaats in de artistieke hoek, waar doordachte architectuur en kunst elkaar bestuiven. Over zijn meest opzienbarende werken werd nu een monumentaal fotoboek samengesteld, Invitations (Lannoo, 192 blz., 79,50 blz.): een tentoonstelling op papier, een museum voor een al te vergankelijke grootsheid. De foto's stammen van de West-Vlaming Robert Dewilde. In hetzelfde buitenmaatse salonformaat verscheen een hulde aan Osts Nederlandse collega Marcel Wolterinck. Vreemd genoeg vinden we in In/Ex (Lannoo/Terra, 204 blz., 94,50 euro) nauwelijks bloemsierkunst. De jongste tijd focust de bloembinder uit Laren immers meer op interieur- en tuinarchitectuur. Inspirerend, zij het slechts voor decoratieve details. Historische kunst. Op het eerste gezicht lijkt Meesterlijke Middeleeuwen (Davidsfonds, 343 blz., 59,95 euro) een catalogus verpakt in een kolossaal geschenkboek. Dat doet het ergste vermoeden. Maar de uitgever toont al gauw dat hij niet zomaar een salontafelboek heeft gefabriceerd over de miniaturententoonstelling die dit jaar in Leuven te bewonderen was. Een uitgekiende vormgeving én de uitvoerige uitleg van een mondiale plejade specialisten, onder wie Adelaide Bennett (Princeton), Walter Cahn (Yale) en Bert Cardon (KU Leuven), vijzelen het gelegenheidswerk op tot een niet meer te negeren boek voor wie meer wil weten over de miniaturen in de handschriften tussen pakweg 800 en 1475. Tegelijkertijd komen de Middeleeuwen tot leven, want niet alleen de makers, maar ook de context en de eigenaars van de handschriften worden belicht. We schuiven een beetje op in de tijd en belanden bij het didactisch opgevatte en gracieus uitgewerkte Renaissance (Kosmos/Z&K, 336 blz., 29,99 euro). De Londense kunstcriticus Andrew Graham-Dixon concentreert zich op de bekendste beeldende kunstenaars en architecten van de tijd, maar veronachtzaamt ook de ingrijpende politieke en sociale veranderingen niet. Luc De Decker [{ssquf}]Daniël Ost bevrijdde de bloemsierkunst uit haar biedermeierkorset en schonk ze een plaats in de artistieke hoek, waar doordachte architectuur en kunst elkaar bestuiven.