Geruisloos is Congo opnieuw de grootste producent van kobalt aan het worden, goed voor 20.000 ton per jaar. Momenteel is die opbrengst ongeveer 400 miljoen dollar waard. Omdat het blauwe metaal uit de exclusieve mijnconcessies van het staatsbedrijf Gécamines komt, zou dat bedrag grotendeels dáár moeten terechtkomen.
...

Geruisloos is Congo opnieuw de grootste producent van kobalt aan het worden, goed voor 20.000 ton per jaar. Momenteel is die opbrengst ongeveer 400 miljoen dollar waard. Omdat het blauwe metaal uit de exclusieve mijnconcessies van het staatsbedrijf Gécamines komt, zou dat bedrag grotendeels dáár moeten terechtkomen. Maar dat is allerminst het geval: Gécamines, dat zijn werknemers al lang niet meer kan betalen, ziet de buit voorbijgaan. Buitenlandse partners gaan met de ertsen lopen, terwijl de radeloze werknemers tonnen kobalt opgraven om ze via sluikwegen te verkopen aan buitenlandse opkopers. Congo zelf houdt aan zijn 20.000 ton kobalt nauwelijks een cent over. Eén van de buitenlandse partners is de Belg George Forrest en één van de buitenlandse opkopers is het Belgische Umicore. De Belgische consul-generaal die Buitenlandse Zaken hier vorig jaar attent op maakte, werd opzij geschoven, terwijl de parlementaire onderzoekscommissie Grote Meren er helemaal geen graten in zag. Nu belooft Kamervoorzitter Herman De Croo (VLD) Kinshasa een genereuze hervatting van de Belgische hulp en ook Marc Verwilghen (VLD), minister van Ontwikkelingssamenwerking, wil de kraan van de bilaterale hulp opendraaien (indirect loopt de Belgische hulp nu al op tot 40 miljoen euro). Laten we dat Congolese gegeven plaatsen tegen de achtergrond van Cancún, waar vorige week een tussenstand werd opgemaakt in de Doha-ronde van de Wereldhandelsorganisatie WTO: Doha kondigde zich aan als de Development Round en zou ontwikkelingslanden uit de armoede tillen - niet met meer hulpstromen, maar via eerlijker handelspraktijken. Na zijn speech in Cancún reist minister van Buitenlandse Zaken Louis Michel (MR) straks met Verwilghen naar Congo. Verwilghen vindt dat een partnerschap met privé-bedrijven mogelijk moet zijn. We juichen dat toe. Maar laat het dan wel anders gebeuren dan de voorbije jaren in de mijnprovincie het geval was. Congo kan, met een correct management van zijn bodemrijkdommen, een heel eind op de goede weg raken. Gécamines kan opnieuw een drijfriem worden van de Congolese economie en Belgische KMO's kunnen daaraan meewerken. Brussel had echter niet de moed om aan de regeerders in Kinshasa en enkele Belgische ondernemers duidelijk te maken dat mobutistische methodes passé zijn. De Wereldbank zet wel de puntjes op de i en neemt alle bestaande contracten met Gécamines onder de loep. Na de schijnvertoning van de parlementaire onderzoekscommissie heeft de Belgische regering bij Congolezen die voorgoed áf willen van de vleespottenmentaliteit van hun bestuurders, nog weinig krediet. Ook de hartelijke ontvangst vorige week in Brussel van een delegatie uit Katanga was bedrog - eens te meer wederzijds bedrog. De gouverneur van Katanga dacht zijn toehoorders te plezieren met irrelevante verhaaltjes over de liefde van het Belgische koningshuis voor zijn provincie en de Belgen schroomden er zich voor kritische vragen te stellen en de banaliteit van tafel te vegen. Correct zelfbestuur in het Zuiden is de hoeksteen waarop eerlijker handelsbetrekkingen tussen rijke en arme landen gebouwd kunnen worden. Cancún is mislukt, maar het Congo-beleid blijft de toetssteen voor de Belgische oprechtheid in de WTO-onderhandelingen. Erik Bruyland