Twintig november 1998. Het is een vreemd gezicht. En een nog vreemdere gewaarwording. Met een reddingsvest over mijn dikke winterjas, en een steenharde bouwvakkershelm op het hoofd leidt Maureen, één van de vier voltijdse personeelsleden van de Brighton West Pier Trust - een stichting die in het leven geroepen werd om toe te zien op de restauratie van de pier - me over de bouwvallige promenade die 1115 voet over het Kanaal loopt. Een duizelingwekkende wandeling. Onder ons klotst de zee. Door de gespleten, afgeknapte en door mos, wind en zoutwater aangetaste planken en pijlers dansen de golven misselijkmakend voor mijn ogen; ik moet de blik op vooruit richten wil ik de eerste kiosk, of beter gezegd het overblijfsel ervan, bereiken. Niet naar beneden kijken, is het credo; en dat lukt. Tot de wind weer toeslaat, en mijn stevige helm genadeloos met zich mee neemt. "Gelukkig had ik niet de reflex erachteraan te rennen", zegt Maureen. Het was haar al eerder overkomen; en wie dan de pech heeft om uit te glijden over de kilo's duiven- en meeuwendrek, de rotte vogelkadavers, en het glibberige mos dat zich op de bouwvallige constructie genesteld heeft, die riskeert haast letterlijk zijn leven. "Totnogtoe is elke bezoeker die de West Pier opging, er ook weer afgegaan. Langs de normale weg", probeert ze me gerust te stellen.
...

Twintig november 1998. Het is een vreemd gezicht. En een nog vreemdere gewaarwording. Met een reddingsvest over mijn dikke winterjas, en een steenharde bouwvakkershelm op het hoofd leidt Maureen, één van de vier voltijdse personeelsleden van de Brighton West Pier Trust - een stichting die in het leven geroepen werd om toe te zien op de restauratie van de pier - me over de bouwvallige promenade die 1115 voet over het Kanaal loopt. Een duizelingwekkende wandeling. Onder ons klotst de zee. Door de gespleten, afgeknapte en door mos, wind en zoutwater aangetaste planken en pijlers dansen de golven misselijkmakend voor mijn ogen; ik moet de blik op vooruit richten wil ik de eerste kiosk, of beter gezegd het overblijfsel ervan, bereiken. Niet naar beneden kijken, is het credo; en dat lukt. Tot de wind weer toeslaat, en mijn stevige helm genadeloos met zich mee neemt. "Gelukkig had ik niet de reflex erachteraan te rennen", zegt Maureen. Het was haar al eerder overkomen; en wie dan de pech heeft om uit te glijden over de kilo's duiven- en meeuwendrek, de rotte vogelkadavers, en het glibberige mos dat zich op de bouwvallige constructie genesteld heeft, die riskeert haast letterlijk zijn leven. "Totnogtoe is elke bezoeker die de West Pier opging, er ook weer afgegaan. Langs de normale weg", probeert ze me gerust te stellen. De zeeis woest, de ferry's hebben hun uitvaart voor een tijdje stilgelegd; ik betreur dat ik uitgerekend vandaag de West Pier wil bezoeken. Want de Brighton West Pier - de bouw begon in 1866 - is al sinds 1975 gesloten en niet meer toegankelijk voor het publiek. Tenzij op zondagnamiddag; dan geeft de stichting rondleidingen aan geïnteresseerden. En dat blijken veelal architecten te zijn; of nostalgici die hunkeren naar een blik op en een aanraking van wat ooit de trots van de Zuidoost-Engelse kust was. Met de Eurotunnel ben je, vanuit Brussel en al naargelang van de verkeersdrukte, op vier à vijf uur tijd in Brighton. "Of de wind niet te sterk is om door te gaan?" Ik heb geen andere keuze. Vanavond reis ik weer terug. En het moet gezegd. De eerste indruk, zeker vanop afstand, is dat de pier niet meer dan een ruïne is. Maar eenmaal in het paviljoen, de grote op oosterse bouwkunde geïnspireerde kiosk achteraan, ziet alles er minder erg uit. Op de muur prijkt in grote letters Laughterpark; ooit was dit een spiegelpaleis. "En Charlie Chaplin heeft er nog opgetreden", vertelt Maureen. Rondom mij allemaal verbrijzelde ramen, en duiven en meeuwen, zelfs een valk. "Ze moorden elkaar uit. Hier geldt de wet van de sterkste." Maar ondanks de snijdende stank en de verwaarloosde puinhoop, valt het me niet moeilijk me een beeld van de vergane grandeur te vormen. De ramen boven het water, de terrassen alom; ze vormen een hemelsbreed balkon op het water. Met vooralsnog deze in het achterhoofd te prenten nuance: over de reling leun je best nog niet. De pier was vroeger een gaanderij voor de aristocratie; voor rijke burgers die zogezegd wilden genieten van de zeelucht, maar eigenlijk niets anders voor ogen hadden dan 'zien en gezien worden'. Aan het water zitten was niet genoeg, de welgestelden wilden, net als die andere grote mijnheer uit de geschiedenis, over het water kunnen lopen. "Er kwam een restaurant. Een concerthal. Een theaterzaal. Er is zelfs een tijd een rolschaatspiste geweest. De ruimtes pasten zich aan de tijd aan. Elke modegril werd gevolgd. Tot er in de jaren 70 geen interesse meer was. Toen is de verloedering ingetreden." Voor de restauratievan de West Pier is 34 miljoen pond (bijna twee miljard frank) vrijgemaakt, of samengebracht. Geld blijkt geen probleem te zijn. "Het mag misschien eigenaardig lijken, maar in feite ziet de pier er nog verbazingwekkend goed uit. Want kijk eens hoe de zee kan knagen. Dit bouwwerk - van de hand van ingenieur-architect Eugenius Birch - bevindt zich in de moeilijkste, zeg maar vijandigste weers- en bodemomstandigheden. De constructie van de West Pier is overengineered; en dat is haar redding geweest. Kijk maar naar de smalle pijlers die in het zeewater steken. Daarvan zijn er nog 167 uit de vorige eeuw. Sterker nog. De originele pijlers blijken duurzamer en beter te zijn dan de pijlers die er naderhand bijgezet werden. Om u een idee te geven van het genie van de ontwerper." Maar laten we even teruggaan in de tijd. En er ook die andere pier bijnemen; die waarop nu een groot kermisrad draait en die 's avonds met talrijke fluorescerende flikkerlichten 'versierd' is. Brighton is namelijk twee Victoriaanse pierparels rijk; de West Pier en de Palace Pier liggen op een boogscheut van elkaar. Welk van de twee op dit moment het beste lot beschoren is, is de vraag. Maar eerst een blik in de geschiedenis. Het is 20 mei 1899. Er woedt een gure wind. De heggen die zowel grote als kleine landhuizen van elkaar scheiden, ritselen luid bij elke nieuwe windstoot. Wat verderop, richting kust, klotsen de golven. Ze zijn hoog en sterk; woest en grijs, hun krullen rollen meterslang uit over het strand; een rollende beweging die gepaard gaat met het scherpe gezang van water dat zich, van allegro naar pianissimo, over de keien van het strand uitstrekt. Want een zandstrand, dat is hier niet. Ter hoogte van de pier slaan de golven hard tegen de onderkant van de promenade; ze doordrenken de vers geblonken schoenen van de Engelse gentlemen en lady's die over de gloednieuwe planken van de Brighton Pier promenade hun eerste wandeling maken. De burgemeester van Brighton heeft de eer en het genoegen om Brighton Palace Pier, pareltje uit de Victoriaanse kustarchitectuur, te openen. De brassband trotseert weer en wind. Een aantal notabelen bijt moedig op de tanden, mannen houden met moeite hun bolhoed op het hoofd. Hun paraplu's zijn noodgedwongen gesloten; de wind sloeg ze bol, of aan flarden. Alle aanwezigen hebben zich voor deze speciale gelegenheid op hun zondagsbest gekleed. De dames in volumineuze jurken komen nauwelijks vooruit. De urenlange zorgen die ze aan hun kapsel besteed hebben, blijken vergeefse moeite. De openingsceremonie die normaal verscheidene uren zou duren, is niet meer dan een korte speech. Brighton heeft eindelijk haar Palace Pier. In 1891 was men met de bouw gestart. Acht jaar later is het feest. Waar kwamdie aandacht voor de zee en het zeetoerisme zo plotseling vandaan? Daar hebben Sir John Floyer, dokter in de geneeskunde, en de stoomboot alles mee te maken. Sir John Floyer prees einde 19de eeuw volop de heilzame werking van zeewater. En hij raadde zijn welgestelde patiënten aan om naar badplaatsen te trekken; want de rijke Britse klasse, die had met de tijd immers meer last gekregen van de zogenaamde 'welzijnskwaaltjes' zoals daar zijn: stress, depressie, moedeloosheid, en noem maar op. Een verblijfje aan de kust zou dat oplossen, aldus de befaamde dokter. Kuuroorden, die kende het land al; denk maar aan de bronnen van Harrogate, Turnbridge Wells en Bath. Dat het gewone zeewater ook heilzaam zou zijn, was dus een nieuwigheid. Een nieuwigheid die in de loop van enkele jaren zou uitgroeien tot een ware gezondheidsindustrie. De kust had tot dan toe namelijk helemaal niets met ontspanning te maken. Aan de kust woonden vissers, havenarbeiders, schippers. Voor vele inwoners was de aanwezigheid van de zee niet meer dan een doodgewone zaak. Wie aan de kust woonde, ging de zee zelden of nooit uit zichzelf bezoeken. En wie de zee beroepshalve kende, zag haar als gevaarlijke werkgever. Want de zee was onvriendelijk, en vaak onverbiddelijk. Hoeveel zeelieden had ze al niet opgeslorpt? Hoe heftig en dreigend waren soms haar golven? Hoe verslindend haar woede in die donkere, stormachtige nachten? Natuurlijk was de zee ook een belangrijk voedselleverancier. En zorgde ze voor talrijke handelsmogelijkheden. Bovendien beschermde ze het land tegen vijandige troepen. Maar de idee dat de Victoriaanse aristocratie de kust zou bezoeken met het oog op plezier en ontspanning? Dat moest, zo dachten de kustbewoners, een flauwe grap zijn.Het tij keerdenochtans vrij vlug. En inderdaad, de komst van de stoomboot heeft daarin een essentiële rol gespeeld. Kustplaatsen waren tot in het begin van de negentiende eeuw niet makkelijk bereikbaar. Vaak was het vervoer erg duur en niet bepaald comfortabel. Met de stoomboot verliep de overtocht veel vlotter en nam het aantal passagiers toe. Maar het aanleggen van die stoomboot, dat bleek een probleem. Meestal stapten de passagiers vlak voor de kustlijn over in een sloep die hen naar het strand bracht. En meestal eindigde dat met het nodige geschommel; af en toe afgewisseld met een plons in het water. In sommige kustplaatsen werden de passagiers, letterlijk, op de rug van een drager aan wal gedragen. Ook dit nog: een uitstap in die tijd ging met meer en zwaardere bagage (paarden en personeel inbegrepen) gepaard dan nu; Samsonite bestond nog niet. Er werd naar betere 'ontvangstmogelijkheden' gezocht. Met als gevolg dat wie nu Zuid-Engeland aandoet, van de ene Pier-town naar de andere reist. Van Dover naar Folkstone, van Hastings naar Eastbourne over Bexhill en St.-Leonards, van Brighton naar Worthing, van Worthing naar Bognor, en ga zo maar door. Folkstone is bovendien ook nog dat andere gevecht met het water aangegaan. Of beter gezegd 'onder water', want terwijl de Victoriaanse pieren het mogelijk maken om een wandeling boven de zee te maken, bewijst de Eurotunnel het omgekeerde, in kruissnelheid. Te vergelijken met de metro, die voor binnensteeds ondergronds vervoer zorgt. De Eurotunnel neemt, daar, diep onder de zee en richting Folkstone, de internationale verbindingen voor zich. Met de uitbreiding van het spoorwegnetwerk werden veel plaatsen echter vrij makkelijk bereikbaar. Met als gevolg dat de pieren hun functie als aanlegsteiger verloren. Ze kregen er echter meteen een andere voor in de plaats. De pier werd de promenade van plezier. Met eetkraampjes, kermisattracties, mallemolens en muziekkiosken. Dat is een tijd goed gegaan. Zo tot de oorlogsjaren. Want vanaf dan gaat het prestige van de pieren pijlsnel naar beneden, en wordt de verwaarlozing de grote boosdoener.Vandaagwoedt de wind nog altijd guur. En dankzij de Britse zin voor ruimtelijke ordening groeien de heggen die zowel grote als kleine landhuizen van elkaar scheiden, nog steeds lustig voort. Of is het de behoudsgezindheid die bepaalde landschapswaarden als bijna heilig respecteert? En andere dan weer pijnlijk aan hun lot overlaat. Hoe verklaar je immers het smakeloze schouwspel dat de huidige Palace Pier nu is? De belangrijkste troef van deze promenade over het water is nu namelijk goedkoop entertainment; en dat is niet minder dan een stijlloos samenraapsel voor opgetutte barbiepoppen en in Adidas gehulde rambo's die zich urenlang vergapen aan luidruchtige videospellen, zich met veel geweld verdringen voor het stuurboard van een simulatievliegtuig en liters softijs verorberen. De ooit zo hoog geachte Palace Pier van Brighton is verworden tot een groots en decadent Lunapark. Maar of dat het minst benijdenswaardige lot is? Wellicht niet. De pier van Hastings - een parel van architectuur en een paradijs voor meeuwen - moet hoogstwaarschijnlijk dicht om veiligheidsredenen, van de Margate pier blijft alleen een ingenieuze maar afgebroken verzameling pijlers over die bij hoogtij volledig in de zee verdwijnen. Alleen de West Pier van Brighton, de Queen of the Piers die wat verderop oostwaarts van de kust over het water loopt, gaat een minder stormachtige toekomst tegemoet. En kijkt vol verlangen uit naar het jaar 2002. Want het is dan dat ze opnieuw ingewijd zal worden. Met het geld van de Lottery Fund, English Heritage en Brighton Council zal de West Pier er in dat jaar even elegant uitzien als in 1916, het jaar dat de laatste, architecturale veranderingen toegebracht werden. Wie alvast een voorsmaakje wil, moet naar Blairs Millennium Dome bij Greenwich. Eén van de mooie kiosken van de West Pier zal er namelijk, authentiek en volledig gerestaureerd, tentoongesteld worden. Info: Brighton & Hove Tourisme Services, POB 2502, Kings House, Grand Avenue, BN3 2ST Hove. Tel: (0044) 1273.292.603. Email: bctmd@pavilion.co.uk The Brighton West Pier Trust, The West Pier, Kings Road, BN1 2FL Brighton, Sussex, United Kingdom. MARGOT VANDERSTRAETEN