Op groepsniveau daalde de aangepaste nettowinst van Royal Dutch Shell naar 1,05 miljard dollar, ruim 70 procent minder dan een jaar eerder en meer dan de helft onder de consensusprognose.
...

Op groepsniveau daalde de aangepaste nettowinst van Royal Dutch Shell naar 1,05 miljard dollar, ruim 70 procent minder dan een jaar eerder en meer dan de helft onder de consensusprognose. De tegenvallende cijfers kwamen enigszins onverwacht, omdat de olieprijs in het tweede kwartaal een flinke remonte neerzette. Het venijn zat echter bij de lagere inkomsten uit raffinage en talrijke productieonderbrekingen. Rampzalig is het allemaal niet, want veel kosten waren verbonden aan de overname van BG Group. Een eerste tegenvaller was het lager dan verwachte productiecijfer van 3,51 miljoen vaten ruwe olie per dag. De gemiddelde olieprijs steeg in het tweede kwartaal weliswaar met een kwart tegenover het eerste, maar toch dook de upstreamdivisie (exploratie en productie) opnieuw 1,3 miljard dollar in het rood, na een verlies van 1,4 miljard dollar in het eerste kwartaal. Vorig trimester werden de meubelen nog grotendeels gered door de downstreamdivisie. Die afdeling, die naast de raffinage- en chemieactiviteit ook de handelsactiviteiten (trading) en de kleinhandel (pompstations) omvat, zag de winst in het tweede kwartaal op jaarbasis met 39 procent dalen, tot 1,8 miljard dollar. De oorzaak ligt bij de lagere raffinagemarges. Ook de winst van de aardgasafdeling kwam flink lager uit (-39%). De overname van BG Group bezorgt Shell wel een aandeel van 20 procent op de globale markt van vloeibaar aardgas (lng). Shell verhoogde de verwachte synergievoordelen door de overname van 3,5 miljard naar 4,5 miljard dollar tegen 2018. Vooral als gevolg van de overname was de schuld van de groep op 30 juni verder opgelopen tot 75 miljard dollar. Dat komt overeen met een schuldgraad van 28,1 procent, dubbel zo hoog als een jaar eerder. Shell legt zichzelf een maximale schuldgraad van 30 procent op. Dat het management vasthoudt aan de hoge dividendbetalingen is een andere reden voor de hogere schuld. Gezien de dalende kasstromen als gevolg van de lagere olieprijs sinds 2014 moest de groep extra lenen om die aandeelhoudersvergoedingen nog te kunnen betalen. Na de bekendmaking van de tweedekwartaalcijfers stak de bezorgdheid over de duurzaamheid van het dividend weer de kop op. Dat kost Shell 2,4 miljard dollar per kwartaal. Dat is bijna 10 miljard dollar per jaar. De kapitaaluitgaven worden dit jaar op 29 miljard dollar geschat en zullen de rest van het decennium jaarlijks tussen 25 en 30 miljard dollar uitkomen. Tegenover die uitgaven staat een verwachte operationele kasstroom van 20 miljard dollar per jaar. De financieringskosten liggen weliswaar laag, maar blijven lenen is almaar minder een optie voor Shell. De verkoop van activa is wel mogelijk. Shell mikt voor de komende drie jaar op 30 miljard dollar, waarvan 6 à 8 miljard dollar dit jaar. Tegen 1,1 keer de boekwaarde is het aandeel erg redelijk geprijsd. Danny Reweghs