De koers van de schuimrubberproducent Recticel blijft al enkele jaren ver achter op de Bel-20. Vergeleken met drie jaar geleden staat de Brusselse referentie-index 12,5 procent hoger, terwijl het aandeel van Recticel 32 procent lager noteert. Zelfs als we rekening houden met het dividend, bedraagt het gemiddelde jaarlijkse rendement van het aandeel nog altijd -7,7 procent. Een belangrijke oorzaak is de zwakke conjunctuur in Europa. Bovendien voert Europa sinds 2010 een onderzoek naar kartelafspraken bij heel wat schuimrubberproducenten, waaronder Recticel. Het is afwachten of er een boete komt, of dat de zaak z...

De koers van de schuimrubberproducent Recticel blijft al enkele jaren ver achter op de Bel-20. Vergeleken met drie jaar geleden staat de Brusselse referentie-index 12,5 procent hoger, terwijl het aandeel van Recticel 32 procent lager noteert. Zelfs als we rekening houden met het dividend, bedraagt het gemiddelde jaarlijkse rendement van het aandeel nog altijd -7,7 procent. Een belangrijke oorzaak is de zwakke conjunctuur in Europa. Bovendien voert Europa sinds 2010 een onderzoek naar kartelafspraken bij heel wat schuimrubberproducenten, waaronder Recticel. Het is afwachten of er een boete komt, of dat de zaak zonder gevolg wordt geklasseerd. Tot dit jaar is Recticel de recessie min of meer goed doorgekomen. De omzet maakte in 2009 weliswaar een duik, maar sindsdien is die gestabiliseerd tussen 1,35 en 1,4 miljard euro. De ebit-marge schommelde in 2009 tussen 7 en 8 procent; in de periode 2010-2012 is dat cijfer teruggevallen tot 6 à 6,5 procent. Bovendien dook de groep de crisis in met een hoge schuldgraad (112 % in 2008), een gevolg van een aantal overnames en grote investeringen. Eind 2012 was de nettoschuldgraad teruggevallen tot 66 procent. Recticel behoort met 103 vestigingen in 28 landen tot de wereldwijde top drie onder de polyurethaanschuimproducenten. De groep is actief in vier segmenten: soepelschuim (43 % van de groepsomzet; aanbod van schuimblokken voor de meubel- en andere industrieën), slaapcomfort (20 %; sterke matras- en slaapcomfortmerken als Beka, Lattoflex, Bultex en Schlaraffia), isolatie (16 %; panelen voor thermische gebouwisolatie) en autoproductie (21 %; dashbordbekleding, deurpanelen en zetelkussens). In februari was het aandeel nog 7 euro waard, negen maanden later ongeveer 5 euro. Recticel voelt de zwakke conjunctuur nog meer dan de voorgaande jaren. Na negen maanden ligt de omzet 6,4 procent lager, een daling van 784 naar 733,8 miljoen euro. Enkel in slaapcomfort is er sprake van een stijging van 2,7 procent. De daling is het scherpst in de autodivisie (-13,6 %), een gevolg van de lage verkoop van wagens. Belangrijk was wel dat het management bij de bekendmaking van de derdekwartaalcijfers verklaarde dat de eerste tekenen van een geleidelijke stabilisatie merkbaar worden. De omzetdaling in juli, augustus en september lag met -2,7 procent ook een stuk onder krimp met -7 procent van de eerste jaarhelft. De analistenconsensus voor 2013 mikt op een omzet van 1,28 miljard euro en een winst per aandeel van slechts 0,15 euro, tegenover 0,42 in 2012. Dat is in principe niet voldoende om het vroegere dividend van 0,29 euro per aandeel uit te betalen (5,9 % dividendrendement). Maar belangrijker is dat volgend jaar wordt gerekend op een hogere omzet en een winstherstel, waardoor een dividendverlaging niet meteen wordt verwacht. Tegen 8 keer de verwachte winst voor 2014, 0,65 keer de boekwaarde en een verhouding tussen de ondernemingswaarde en de bedrijfskasstroom van 4,5 is het aandeel erg goedkoop gewaardeerd. Enig economisch herstel zit er nog niet in verrekend. Daarom vinden we het advies koopwaardig. DANNY REWEGHS