De auteur is advocaat en hoofdredacteur van Fiscoloog.
...

De auteur is advocaat en hoofdredacteur van Fiscoloog. Met ingang van het aanslagjaar 2005 worden echtgenoten en wettelijk samenwonenden volledig gedecumuleerd belast. Elk is slechts belastbaar op zijn eigen inkomsten (of beter gezegd, op de inkomsten die hem voor fiscale doeleinden worden toegerekend). En de belasting wordt ook volledig afzonderlijk per echtgenoot (of wettelijk samenwonende) berekend. De decumulatie geldt niet alleen voor de beroepsinkomsten, maar ook voor de onroerende, de roerende en de diverse inkomsten. Zij heeft ook tot gevolg dat de verschillende fiscale vrijstellingen en voordelen (meestal) afzonderlijk per echtgenoot (of wettelijk samenwonende) worden beoordeeld. VERRASSING. Die afzonderlijke toepassing van de belastingvoordelen kan in sommige gevallen verrassende resultaten opleveren. Neem bijvoorbeeld de bijkomende interestaftrek. Wie tot eind vorig jaar een hypothecaire lening afsloot om een woning te bouwen of in nieuwe staat te verwerven of om een woning te verbouwen, heeft onder bepaalde voorwaarden recht op wat men de bijkomende interestaftrek noemt. De interesten van een dergelijke lening zijn niet alleen aftrekbaar van het onroerend inkomen. Het gedeelte van die interesten dat niet met onroerende inkomsten gecompenseerd kan worden, mag in bepaalde mate bijkomend afgetrokken worden van de andere inkomsten; meestal zullen dat de beroepsinkomsten zijn. ENIG. Een van de toepassingsvoorwaarden luidt dat de woning de enige woning van de belastingplichtige moet zijn. Of aan deze voorwaarde voldaan is, wordt per jaar beoordeeld, telkens op 31 december van het inkomstenjaar. Op een enkele dissidente uitspraak van de rechtbank van eerste aanleg in Aarlen na, ging men er tot en met het aanslagjaar 2004 doorgaans van uit dat de voorwaarde inzake het enig karakter van de woning bekeken moest worden in hoofde van beide echtgenoten samen. Hadden de beide echtgenoten, of één van hen nog een andere woning in eigendom, dan konden zij de bijkomende interestaftrek niet genieten. Met ingang van het aanslagjaar 2005 wordt deze voorwaarde nu ook afzonderlijk per echtgenoot (of wettelijk samenwonende) beoordeeld. Heeft bijvoorbeeld de man nog een andere woning in eigendom, maar de vrouw niet, dan komt de man niet, maar zijn vrouw wel voor de bijkomende interestaftrek in aanmerking. Die regeling geldt niet alleen voor de hypothecaire leningen die in 2004 afgesloten zijn. Zij geldt ook voor oude hypothecaire leningen. Neem bijvoorbeeld een echtpaar dat in het jaar 1999 een hypothecaire lening heeft afgesloten voor het bouwen van een woning; en stel dat de vrouw nog geen, maar de man al wel een andere woning in eigendom had. Het echtpaar heeft dan (volgens de fiscus) in het verleden nooit de bijkomende interestaftrek kunnen genieten. Maar aangezien de voorwaarde inzake het enig karakter met ingang van het aanslagjaar 2005 gedecumuleerd wordt toegepast, krijgt de vrouw in het voorbeeld nu plots wel toegang tot het manna van de bijkomende interestaftrek. De bijkomende interestaftrek geldt gedurende maximaal twaalf jaar. In het voorbeeld zal de vrouw in kwestie dus nog verschillende jaren in aanmerking kunnen komen. BOUWSPAREN. Dezelfde verrassende consequenties doen zich ook voor in het kader van het zogenaamde bouwsparen. Wie (tot en met 31 december 2004) een hypothecaire lening afsloot voor het bouwen, verwerven of verbouwen van een woning heeft onder bepaalde voorwaarden ten aanzien van de kapitaalaflossingen recht op de verhoogde belastingvermindering van het bouwsparen (in plaats van de gewone vermindering van het langetermijnsparen). Het verschil is dat de vermindering niet wordt berekend tegen een verbeterde gemiddelde aanslagvoet, maar wel tegen het tarief dat op het hoogste gedeelte van het inkomen van toepassing is. Om toegang te krijgen tot de verhoogde belastingvermindering van het bouwsparen is ook weer vereist dat het gaat om de enige woning van de belastingplichtige. Anders dan bij de bijkomende interestaftrek wordt de voorwaarde voor het enig karakter hier beoordeeld op het ogenblik van het afsluiten van de lening. Ook hier werd, op een enkele uitzondering in de rechtspraak na, doorgaans aangenomen dat het enig karakter van de woning in hoofde van beide echtgenoten samen moest worden beoordeeld. Had een van beiden al een andere woning (op het ogenblik van het afsluiten van de lening), dan ging de poort van de verhoogde vermindering voor het bouwsparen dicht. Men had dan alleen nog recht op de gewone belastingvermindering van het langetermijnsparen. Maar ook hier geldt dat de voorwaarde voor het enig karakter van de lening met ingang van het aanslagjaar 2005 afzonderlijk in hoofde van elk van beide echtgenoten wordt beoordeeld. Hernemen we het voorbeeld van een echtpaar dat in 1999 een hypothecaire lening afsloot voor het bouwen van een woning. Als de man op dat ogenblik al wel een andere woning had, maar de vrouw nog niet, dan komt zij niettemin met ingang van het aanslagjaar 2005 - wat de kapitaalaflossingen betreft - toch in aanmerking voor de verhoogde belastingvermindering van het bouwsparen. Nakijken is dus de boodschap. Jan Van Dyck