Eén dag was het groot nieuws, maar op zaterdag 17 februari 2007 bleek de mediastorm geluwd. Anheuser-Busch en InBev zouden fusiegesprekken voeren. De brouwersgiganten hielden evenwel de boot af. Woordvoerder Gwendoline Ornigg: "InBev geeft geen commentaar op marktspeculaties." CFO W. Randolph Baker meldde bij Anheuser-Busch een gelijkaardige boodschap.
...

Eén dag was het groot nieuws, maar op zaterdag 17 februari 2007 bleek de mediastorm geluwd. Anheuser-Busch en InBev zouden fusiegesprekken voeren. De brouwersgiganten hielden evenwel de boot af. Woordvoerder Gwendoline Ornigg: "InBev geeft geen commentaar op marktspeculaties." CFO W. Randolph Baker meldde bij Anheuser-Busch een gelijkaardige boodschap. De Braziliaanse krant Valor Economico pakte uit met het bericht. Het nieuws zou opgevangen zijn in kringen rond het Braziliaanse toptrio van InBev: Jorge Paulo Lemann, Marcel Telles en Carlos Alberto Sicupira. De drie financiers beheersen in pariteit met de Belgische familiale aandeelhouders de Stichting InBev, het centrale machtsorgaan van de wereldbrouwer. Na de millenniumwissel onderhandelden de Brazilianen van AmBev al met Anheuser-Busch over een fusie, maar de Amerikaanse én wereldwijde nummer één was alleen te vinden voor een overname van AmBev. Dat kon niet voor de Brazilianen, die verder aandeelhouderswaarde wilden creëren met AmBev. In het essay Success Against the Odds schetst professor Donald Sull (London Business School) een indringend portret van de Brazilianen. Systematisch zijn ze sneller dan de concurrenten. En dat in een land waar systeemcrisissen in de jaren negentig schering en inslag waren. AmBev overleefde vier muntcrisissen in het Brazilië van de jaren negentig. Het is een bedrijfscultuur zonder zelfgenoegzaamheid. Zelfs bij uitstekende resultaten wordt enkel besproken wat nog kan verbeteren. Sull citeert Marcel Telles: "Als de storm opsteekt en iedereen verdrinkt, zullen wij net iets langer de adem inhouden. Als iedereen verdrinkt na drie minuten, willen wij twee minuten langer overleven." Het was niet toevallig Alexandre Van Damme, die in 2003 gesprekken aanknoopte met de Brazilianen. Ook de kleinzoon van de maker van Jupiler, Albert Van Damme (1899-1995), is ambitieus. Eind jaren tachtig was hij aan de slag op de afdeling fusies en overnames. Zijn medewerkers herinneren hem vooral als een man die steeds verder wilde. Van enige zelfgenoegzaamheid, laat staan renteniersdrang, was geen sprake. Ridder Alexandre Van Damme zal zijn belang in de brouwer niet verkopen. Jagen is veeleer de boodschap. De Brazilianen en de Belgen vonden elkaar in een verstandshuwelijk. De Brazilianen wilden hun participatie veiligstellen door een belang in een land met een stabiele munt, de euro. De Belgische familiale aandeelhouders wilden op hun beurt een deel van hun participatie te gelde maken. Het voormalige Interbrew noteerde sinds december 2000 op de beurs. De Belgen hadden 275,6 miljoen aandelen verzameld in de voormalige Stichting Interbrew. Voor 252 miljoen van die aandelen was er een sperperiode van vijf jaar. Maar de beursintroductieprijs van 33 euro verschrompelde naar een dieptepunt van 15 euro op 12 maart 2003. Er dreigde een verdere afkalving van de koers indien de Belgische familiale aandeelhouders hun aandelen naar de markt zouden brengen. De Brazilianen boden de oplossing. Zij hadden bewezen hoe ze aandeelhouderswaarde creëerden. De gesprekken met het toptrio van AmBev werden in het najaar van 2003 afgerond. Het verdere verloop van de beurskoers toont de goede neus van Alexandre Van Damme. Het verklaart tevens de focus binnen het bierconcern op aandeelhouderswaarde. Via de fusie van augustus 2004 haalden de Belgische aandeelhouders zowat negentig miljoen aandelen uit de stichting. Die konden naar de markt. Vandaar de aandelenverkoop de voorbije maanden door diverse Belgische familiale holdings. Toch is het verbond met AmBev slechts een zijtak van het consolidatieverhaal. In Leuven werd al langer gefluisterd dat het echte einde van de rit een fusie zou zijn met Anheuser-Busch. Midden november 2001 deed de voormalige CEO Hugo Powell een opmerkelijk statement in Praag voor een verzameling topmanagers van Interbrew. Volgens de Canadees was niemand te groot voor Interbrew. Lees: iedereen was een overnamekandidaat. De magere prestaties in de eerste jaren na de beursintroductie doorkruisten het parcours. De fusie tot InBev bleek in het wereldwijde consolidatieproces van de brouwwereld een briljante zet. Want indien er iets waar is van de vorige week (opnieuw) opgedoken geruchten, staat de Leuvenaar vandaag in een veel sterkere onderhandelingspositie. In 2005 klom de operationele kasstroom met twee derde naar 2,3 miljard euro. De Amerikaan zag een daling met 7 % naar 2,7 miljard dollar (2,3 miljard euro) door een slabakkende thuismarkt. Het verschil diepte nog uit in 2006. Anheuser-Busch bleef ter plaatse trappelen. In het eerste halfjaar van 2006 klom de operationele kasstroom bij InBev met 111 % naar 1,2 miljard euro (de Leuvenaar maakt zijn jaarcijfers op 1 maart bekend). Een andere zwakke schakel is het zeer versnipperde aandeelhouderschap bij de Amerikaan. De grootste individuele aandeelhouder, met een belang van 5,6 %, is het orakel van Omaha, Warren Buffett. De familie Busch bezet sleutelposities. Maar de grootste individuele aandeelhouder - van 1977 tot 2006 voorzitter van de raad van bestuur - August A. Busch III heeft slechts 1,2 % van de aandelen. De Belgische-Braziliaanse combinatie heeft via de Stichting InBev een controlebelang van 52,75 % in InBev. In september 2006 volgde een wissel van de macht. De nieuwe CEO August A. Busch IV (zie kader) is veel meer bereid dan zijn vader tot het smeden van internationale allianties. De twee brouwers zijn bovendien merkwaardig complementair. Binnen de top vier van bierconcerns heeft Anheuser-Busch te veel overlappingen met SABMiller (nummer drie) en Heineken (nummer vier). Die belemmeringen zijn vrij beperkt tussen Anheuser-Busch en InBev. Enkel in China en Groot-Brittannië komen ze in elkaars vaarwater. Een merkwaardige vaststelling voor een eventuele combinatie die een kwart van de wereldwijde biermarkt zou controleren. Wolfgang Riepl