Kunnen de rijken de crisis betalen? Meinhard Miegel stelt de vraag in zijn jongste werk. En reikt meteen een ontnuchterend antwoord aan: neen. Want de slogan is niet meer dan een goedkope schreeuwer. De auteur verwijst naar een studie van Capgemini en Merrill Lynch. Die definieert een rijkaard als iemand die ruim één miljoen dollar bezit, bovenop elementaire behoeften zoals huisvesting en voeding. Het resultaat is vrij ontnuchterend. Wereldwijd zouden er in 2008 circa 8,6 miljoen mensen zijn die boven die drempel uitstijgen. Eén procent van die vermogende categorie bezat ruim 20 miljoen euro. Het totale vermogen van de rijkaards...

Kunnen de rijken de crisis betalen? Meinhard Miegel stelt de vraag in zijn jongste werk. En reikt meteen een ontnuchterend antwoord aan: neen. Want de slogan is niet meer dan een goedkope schreeuwer. De auteur verwijst naar een studie van Capgemini en Merrill Lynch. Die definieert een rijkaard als iemand die ruim één miljoen dollar bezit, bovenop elementaire behoeften zoals huisvesting en voeding. Het resultaat is vrij ontnuchterend. Wereldwijd zouden er in 2008 circa 8,6 miljoen mensen zijn die boven die drempel uitstijgen. Eén procent van die vermogende categorie bezat ruim 20 miljoen euro. Het totale vermogen van de rijkaards klokte af op 23 biljard euro. Dat bedrag komt overeen met het bruto binnenlandse product van één jaar van de G-7 (Verenigde Staten, Japan, Duitsland, Frankrijk, Groot-Brittannië, Canada en Italië). Is dat aanzienlijk? Jammer genoeg niet. Indien het vermogen gelijkmatig zou verspreid worden over alle bewoners op onze planeet, betekent het een eenmalige som van 3400 euro. Voor de Indiase dagloner die leeft van twee dollar per dag, is dat een mooie sprong vooruit. Maar voor de consument in West-Europa maakt die 3400 euro geen enorm verschil. Hij kan misschien eens een grotere vakantie nemen. Daarnaast wordt die verdeling zelf een groot logistiek probleem. Hoe verdeel je een vermogen, dat voor een groot deel bestaat uit kantoren, woningen, hotels, fabrieken, machineparken? Dat vermogen bestaat dus voor een groot stuk uit arbeidsplaatsen. Meinhard Miegel doorprikt dus een van die meer populaire slogans. Jammer genoeg is het een van de weinige interessantere passages in zijn jongste boek. De opzet van het boek lijkt mooi: economische groei is een religie geworden (Ersatzreligion). Maar door onze schaarse grondstoffen zijn er grenzen aan de groei. Miegel kant zich tegen die eenzijdige focus op groei. In ellenlange, soms wat polemische, passages ondergraaft hij dat concept. Alleen spijtig dat het wat slordig werd neergepend. De resem cijfers konden, met een wat betere eindredactie, ook gewoon in grafieken en tabellen. Maar vooral het 'Anders Gaan Leven'-gedeelte, als slothoofdstuk, valt erg mager uit. Meinhard Miegel wil niet langer subsidies geven aan verenigingen die carnaval vieren, omdat de overheid haar geldmiddelen beter kan besteden. Dat zal wel zijn, maar die feestvierders zijn wellicht niet het meest prangende probleem. Consumenten moeten bovendien matigen. Niet alleen mogen ze niet langer verwachten dat de overheid alles wel zal oplossen. Bovendien moeten ze hun consumptiepatroon wijzigen. In plaats van verre vakanties, zouden meer aandacht voor de lokale tekenacademie en de muziekschool, de focusverschuiving naar minder groei bewerkstelligen. Voor een auteur, die ooit aan het hoofd stond van het Institut für Wirtschaft und Gesellschaft (IWG) in Bonn, vallen die oplossingen toch allemaal wat mager uit. Het ruikt te vaak naar huis-, tuin- en keukenfilosofie. En het heeft een nogal betuttelende, bevoogdende inslag. Het muffe, militante voorschrijfgedrag van Meinhard Miegel kunnen we maar beter missen. MEINHARD MIEGEL. EXIT. WOHLSTAND OHNE WACHSTUM. PROPYLäEN VERLAG, 2010, 301 BLZ., 22,95 EURO W.R.