De auteur is hoogleraar Economie aan de Universiteit van Amsterdam en lid van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR), een denktank die de Nederlandse regering moet adviseren over de grote maatschappelijke problemen.
...

De auteur is hoogleraar Economie aan de Universiteit van Amsterdam en lid van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR), een denktank die de Nederlandse regering moet adviseren over de grote maatschappelijke problemen. Tijdens een van de vele verkiezingen in Nederland het afgelopen jaar werd er in de gemeente Amsterdam een referendum gehouden. Daarin werd de Amsterdammers gevraagd of ze voor of tegen de privatisering van het gemeentelijk vervoersbedrijf (GVB) waren. Het GVB zorgt voor de trams en bussen en de metro in Amsterdam. Het is een notoir verlieslijdend bedrijf met belabberde service en met dramatisch hoog ziekteverzuim onder de personeelsleden. Het kon alleen maar beter. Toch bleek dat meer dan driekwart van de Amsterdammers geen privatisering van hun vervoersbedrijf wilden. Privatisering heeft een slechte naam in Nederland. Terwijl de overheid vanaf het begin van de jaren negentig enthousiast heeft ingezet op privatisering en marktwerking in verstarde bedrijfstakken. Maar het simpele geloof in de zegeningen van de markt is fors onderuitgehaald. Althans de burgers van Nederland geloven er niet meer in. Wat is er fout gegaan? De nachtmerrie van de treinen... Laat me beginnen met te omschrijven wat privatisering en marktwerking inhouden met behulp van een voorbeeld. De elektriciteitsproductie in Nederland was in het begin van de jaren negentig in handen van vier grote productiecentrales. Boven die centrales hing er een nationale coördinator die ervoor zorgde dat er altijd voldoende stroom op het elektriciteitsnet zat en die gemachtigd was om de centrales opdrachten te geven om meer of minder te produceren. Het was een centraal geleid systeem, zoals de Russische economie in haar gloriedagen. Marktwerking betekent dat je afstapt van dat plansysteem en dat je van de vier centrales vier zelfstandige aanbieders maakt die op de markt elektriciteit verkopen aan de afnemers. Op die markt spelen de krachten van vraag en aanbod en komt op elk moment de elektriciteitsprijs tot stand. Privatisering is vaak een onderdeel van de introductie van marktwerking omdat het meestal gaat om overheidsbedrijven waar je dan privé-bedrijven van maakt door ze bijvoorbeeld op de beurs te verkopen. Waarom wil je marktwerking en privatisering? Omdat je er van overtuigd bent dat marktwerking leidt tot lagere prijzen, betere kwaliteit, betere service, nieuwe producten. Allemaal zaken waar de burgers gelukkiger van moeten worden. En dan zie je in zo'n referendum dat de burgers daarvoor bedanken. Er is iets grondigs fout gegaan. In de beeldvorming van de burgers wordt altijd naar voorbeelden verwezen waar de introductie van marktwerking desastreus is geweest. Het dieptepunt is de Nederlandse Spoorwegen. Terwijl vroeger de treinen op tijd reden en het reizen per spoor een genot was, is dat verworden in een nachtmerrie. De trein is onbetrouwbaar geworden en het treinkaartje duurder. ... Maar het kan ook anders. Toch is het niet zo dat de introductie van marktwerking per definitie slecht moet gaan. De oorspronkelijke verwachtingen zijn niet geheel onterecht. Er zijn ook belangrijke successen geboekt. De telefoon bijvoorbeeld. Nog niet zo lang geleden moest je anderhalve maand op een telefoonaansluiting wachten en was bellen een luxe. Ondertussen stap je een telefoonwinkel binnen en koop je een gsm en voor je thuis bent kan je al bellen. Bellen naar verre vrienden in Canada deed je vroeger alleen rond de jaarwisseling en nu bel je ze net zo achteloos als je vriendin. Er zijn twee belangrijke redenen waarom marktwerking toch niet altijd een succes is geworden. De overheid is met een veel te grote naïviteit aan het marktwerkingsbeleid begonnen. De eerste stappen werden gezet na de val van de Berlijnse Muur. In de zegeroes van het kapitalistische systeem werd simpelweg verondersteld dat alles aan de markt kan worden overgelaten. Je zegt vandaag gewoon, net als aan het begin van de bijbel, 'er zij marktwerking' en dan komt het allemaal goed. Maar zo simpel is het niet. Markten hebben goede spelregels nodig en als de overheid niet toeziet dat marktpartijen netjes spelen, dan gaat het geheid fout. Dan krijg je kafkaiaanse spoorwegen. Daarenboven zijn er in de samenleving grote krachten die geen belang hebben bij marktwerking. De bestaande bedrijven in de sectoren waar marktwerking wordt geïntroduceerd zijn ' not amused'. Het overheidsbedrijf voor de telefonie, de elektriciteit, de post, de spoorwegen en noem maar op heeft helemaal geen zin in concurrentie. Concurrentie geeft alleen maar onrust. Die zittende partijen zullen hun best doen om marktwerking te frustreren. Dat lukt nog vaak ook. En de burger voor wie het allemaal te doen is, begrijpt het niet, en wil het intussen niet meer. Moeten we ondanks alle ontgoochelingen en mislukkingen toch doorgaan met marktwerking? Ik vind van wel. Weliswaar verstandiger en minder naïef dan in de beginjaren. Marktwerking is uiteindelijk het belangrijkste wapen tegen de economische versuffing. Als marktwerking goed wordt georganiseerd, dan doorbreekt ze het behoudende gedoe van de zittende monopolisten en dan worden er kansen gegeven aan jonge honden met nieuwe ideeën en nieuwe producten. Een goed georganiseerde marktwerking houdt de economie fris. Marktwerking is er om de burger te behagen. Alleen hij weet dat nog niet. Jules TheeuwesMarktwerking is er om de burger te behagen. Alleen weet hij dat nog niet.